Augustus, 1881.
* * * * *
1. De verdeeling in hoofdstukken is 'n toevoegsel van den heer Van
Lennep. Ikzelf namelyk was, vooral in 1860, niet schryversachtig
genoeg om zooveel reglement te brengen in m'n pleidooi, en blyf
gelooven dat die indeeling, uit 'n letterkundig oogpunt zonder schade
kon gemist worden. Juist in de onafgebroken opvolging der stukken van
Droogstoppel en van Stern, ligt iets pikants dat door 't onverwachte
van den overgang den lezer wakker houdt of ... maakt. Doch de
ondervinding leerde my dat het aanhalen van zekere passages gemakkelyk
wordt gemaakt door de nummering der hoofdstukken, en ik laat daarom
die indeeling bestaan.
2. Het "_Poolsche koffihuis_" was, of is nog, 'n druk bezochte
inrichting in de Kalverstraat te Amsterdam, en vooral 'n
verzamelingspunt voor zekere klassen van beursgangers.
3. "_Dass er_--de jonge Stern--_bei uns speisen kann_." Aldus heeft
zekere _Herr_ Stromer, in z'n zoogenaamde vertaling van den _Havelaar_
deze woorden overgezet. Wanneer men nu nog daarby verneemt dat die
snuggere letterman blyk geeft geen verschil te kennen tusschen de
woorden _pantalon_ en _pantoffel_, dat hy "witte mieren" verandert in
_schweinsnieren_, enz. enz. zal men de waarde van z'n werk kunnen
beoordeelen. Hy heeft bovendien omstreeks 2/5 van 't boek _mir nichts
dir nichts_ doodeenvoudig weggelaten, en alzoo 't heele boek tot onzin
gemaakt. Ik stel voor, hem tot beroemde buitenlandsche schryver
te benoemen.
Ook de fransche vertaling van _Nieuwenhuis_ en _Crisafulli_ laat zeer
veel te wenschen over, maar zóó slecht als de duitsche kon ze nu
eenmaal niet worden. Onbereikbaar!
De engelsche bewerking van myn nobelen Alphons Nahuys daarentegen is
goed, en wordt ook in Engeland geprezen.
4. Het is er ver vandaan dat ik alles zou afkeuren wat ik Droogstoppel
in den mond leg. Hy "hield zich niet op" met versjes van de soort als
hier volgt. Welnu, _ik_ ook niet! 't Verschil ligt in den grond
waaruit zoodanige tegenzin voortspruit. Dat een jong vurig naar
_poëzie_ dorstend hart, misleid door de biologie van opgedrongen
letterkundery, misgrypt in z'n eerste pogingen tot uiting, en voor
iets wezenlyks houdt wat ten-slotte blykt slechts ydele klank te
zyn--"getingel en gejingel" noem ik 't in m'n _Naschrift op de Bruid
daarboven_--dit is te vergeven niet alleen, maar een zeer noodzakelyk
verschynsel. _Il faut passer par là!_ De eikenstam die bestemd is om
gaaf droog hout te leveren moest z'n bestaan aanvangen als sappige
tak. Maar de Droogstoppels hadden nooit sap te veel, en hoefden niet
te veranderen om te worden wat ze zyn: dor en onbruikbaar. Ze staan
niet boven maar beneden de fout van die anderen, en zouden bovendien
terstond waarde gaan hechten aan "versjes en zulke dingen" wanneer die
produktjes genoteerd stonden op de beurs.
Voor-zoo-ver Droogstoppel's realistische ontboezemingen dienen kunnen
om _valsche poëzie_ in de gemoederen onzer jongelingschap te knotten,
beveel ik z'n boutades van harte in de aandacht van ouders, opvoeders
en recensenten aan. Wat _my_ aangaat, als ik kiezen moest tusschen hem
en zeker soort van verzenmakers ... nu, toch koos ik hèm niet! Maar ik
erken dat die rechtvaardigheid me zwaar vallen zou.
5. Welk gedicht kan hier bedoeld zyn? De chronologische volgorde
verbiedt ons hier te denken aan: "_de laatste dag der Hollanders op
Java_", door Sentot, want dat stuk is nà den _Havelaar_ geschreven, en
misschien wel onder den indruk van den _Havelaar_. Daar ik Sjaalmans
pak niet by de hand heb, en toch gaarne den lezer in staat stellen wil
zich 'n denkbeeld te vormen van Droogstoppels verontwaardiging, neem
ik verlof dien arbeid van Sentot aan de Natie voor oogen te leggen.
Het zal den toekomstigen geschiedschryver aangenaam zyn te kunnen
bewyzen dat het niet aan waarschuwingen ontbroken heeft.
Er zyn er die beweren dat myn vriend S.E.W. Roorda van Eysinga om 't
vervaardigen van dit stuk uit Indie verbannen is. De heer Van der
Wyck, Raad van Indie en als zoodanig een der voorstanders van die
uitzetting, heeft dit ontkend. Ook andere regeeringsmannen loochenen
het verband tusschen _Sentots_ profetengaaf en _Roorda's_ verdrietig
en onverdiend omzwerven. Sommige waren van gedachte dat deze
duisterheid zou opgehelderd worden by de behandeling van Roorda's zaak
in de Tweede Kamer, waar overlegging kon verwacht worden en _geëischt_,
want het Regeerings-Reglement schryft dat overleggen voor van 't besluit
waarby de gezagsdaad was uitgevoerd. Maar de Minister Fransen v.d. Putte
meende te kunnen volstaan met de aanbieding van een _extrakt_ uit die
beschikking, en de leden der Kamer berustten alweer in die onwettigheid.
Vrage: wat stond er in 't achtergehouden deel van dat dokument? Iets over
_Sentot's_ Vloekzang? Misschien die Vloekzang zelf? Bestond er wellicht
zeker schuldbesef dat angstig maakte voor de openbaring van dat stuk?
In dit geval is de toeleg niet gelukt, want--al zy 't dan dat R.V.E. zelf
nooit de hand leende tot de publikatie--het verscheen herhaaldelyk in
druk, en ikzelf vond het meer dan eens opgenomen in provinciale blaadjes.
Zoowel om de edele verontwaardiging die er in schittert, als om de
letterkundige verdiensten, vinde het hier een blyvende plaats. Reeds
elders maakte ik de opmerking dat het in gloed en in kracht van
uitdrukking zegevierend de vergelyking kan doorstaan met de beroemde
imprekatie van Camille.
"DE LAATSTE DAG DER HOLLANDERS OP JAVA