MAX HAVELAAR."

Daarop vertrok Havelaar met vrouw en kind van _Rangkas-Betoeng_. Hy

weigerde alle geleide. Duclari en Verbrugge waren diep geroerd by 't

afscheid. Ook Max was aangedaan, vooral toen hy op de eerste

wisselplaats eene talryke menigte vond, die weggeslopen was uit

_Rangkas-Betoeng_ om hem daar te begroeten voor het laatst.

Te _Serang_ stapte de familie by den heer Slymering af, die haar met de

gewone indische gastvryheid ontving.[182]

's Avends kwam er veel bezoek by den resident. Men zeide zoo beteekenisvol

mogelyk, gekomen te zyn _om Havelaar te begroeten_, en Max ontving menig

welsprekenden handdruk ...

Maar hy moest naar _Batavia_ om den Gouverneur-generaal te spreken ...

Dáár aangekomen, liet hy om gehoor verzoeken. Dit werd hem geweigerd

omdat er een fytzweer was aan den voet van zyn Excellentie.

Havelaar wachtte tot die fytzweer genezen was. Toen liet hy andermaal

verzoeken gehoord te worden.

Zyn Excellentie "_had het zoo druk dat zy zelfs aan den Direkteur-generaal

van financien een audientie had moeten weigeren_" en kon dus ook Havelaar

niet ontvangen.

Havelaar wachtte tot zyn Excellentie zou heengeworsteld zyn door die

drukte. Intusschen voelde hy iets als nayver op de personen die aan zyn

Excellentie waren toegevoegd in den arbeid. Want hy werkte gaarne snel

en veel, en gewoonlyk smolten zulke "drukten" weg onder zyn hand.

Hiervan echter was nu natuurlyk geen spraak. Havelaars arbeid was

zwaarder dan arbeid: hy _wachtte_!

Hy wachtte. Eindelyk liet hy op-nieuw verzoeken om gehoord te worden.

Men gaf hem ten-antwoord "_dat zyn Excellentie hem niet kon ontvangen,

wyl ze hierin verhinderd werd door de drukte van haar aanstaand

vertrek_."

Max beval zich aan in de gunst van zyn Excellentie om één half uur

gehoor, zoodra er een kleine ruimte wezen zou tusschen twee "drukten."

Eindelyk vernam hy dat zyn Excellentie den volgenden dag vertrekken zou!

Dit was hem een donderslag. Nog altyd hield hy zich krampachtig vast aan

't geloof dat de aftredende Landvoogd eerlyk man, en ... bedrogen was.[183]

Een vierendeel uurs ware voldoende geweest om derechtvaardigheid zyner zaak

te bewyzen, en dit vierendeel uurs scheen men hem niet te willen geven.

Ik vind onder Havelaars papieren de minuut van een brief dien hy aan den

aftredenden Gouverneur-generaal schynt geschreven te hebben op den

laatsten avend voor diens vertrek naar 't moederland. Op den rand staat

met potlood aangeteekend: "_niet juist_" waaruit ik opmaak dat sommige

zinsneden by 't afschryven veranderd zyn. Ik doe dit opmerken, om niet

uit het gemis aan _letterlyke_ overeenstemming van _dit_ stuk, twyfel te

doen geboren worden aan de echtheid der andere _officieele_ stukken die

ik meedeelde, en die allen door een vreemde hand voor _eensluidend

afschrift_ zyn geteekend. Misschien heeft de man aan wien deze brief

gericht was, lust den _volkomen_-juisten tekst daarvan publiek te

maken.[184] Men zou door vergelyking kunnen zien hoever Havelaar is

afgeweken van zyn minuut. _Zakelyk_ korrekt was de inhoud aldus:

"_Batavia, 23 Mei 1856_.

Excellentie! Myn ambtshalve by missive van 28 Februari gedaan verzoek

om aangaande de _Lebaksche_ zaken te worden gehoord, is zonder gevolg

gebleven.

Evenzoo heeft Uwe Excellentie niet gelieven te voldoen aan myn

herhaalde verzoeken om audientie.

Uwe Exellentie heeft dus een ambtenaar die _gunstig by het Gouvernement

bekend stond_--dit zyn uwer Excellentie's eigen woorden!--iemand die

zeventien jaren het Land in deze gewesten diende, iemand die niet alleen

niets misdeed, maar zelfs met ongekende zelfverloochening het goede

beoogde en voor eer en plicht alles veil had ... zóó iemand heeft Uwe

Excellentie gesteld beneden den misdadiger. Want dien _hoort_ men

ten-minste.

Dat men Uwe Excellentie omtrent my misleid heeft, begryp ik. Maar dat

Uwe Excellentie niet de gelegenheid heeft aangegrepen om die misleiding

te ontgaan, begryp ik niet.

Morgen gaat uwe Excellentie van hier, en ik mag haar niet laten

vertrekken zonder nog eenmaal gezegd te hebben _dat ik myn_ PLICHT

_heb gedaan_, GEHEEL-EN-AL MYN PLICHT, _met beleid, met bezadigdheid,

met menschlievendheid, met zachtheid en met moed_.

De gronden waarop gebazeerd is de afkeuring in Uwer Excellentie's

kabinetsmissive van 23 Maart, zyn _geheel-en-al verdicht_ en

_logenachtig_.

Ik kan dit _bewyzen_, en dit ware reeds geschied, als Uwe Excellentie

my één half uur gehoor had willen schenken. Als Uwe Excellentie één

half uur tyd had kunnen vinden _om recht te doen_!

Dit is zoo niet geweest! Een deftig gezin is daardoor tot den

bedelstaf gebracht ...

Hierover evenwel klaag ik niet.

Maar Uwe Excellentie heeft _gesanktioneerd_: HET STELSEL VAN MISBRUIK

VAN GEZAG, VAN ROOF EN MOORD, WAARONDER DE ARME JAVAAN GEBUKT GAAT,

en dáárover klaag ik.

Dàt schreit ten hemel!

Er kleeft bloed aan de overgegaarde penningen van uw dùs ontvangen

indisch traktement, Excellentie![185]

Nog éénmaal vraag ik om een oogenblik gehoor, zy het dezen nacht, zy

het morgen vroeg! En alweder vraag ik dit niet voor my, maar voor de

zaak die ik voorsta, de zaak van rechtvaardigheid en menschelykheid,

die tevens de zaak is van welbegrepen politiek.

Als uwe Excellentie het met haar geweten kan overeenbrengen, van hier

te vertrekken zonder my te hooren, het myne zal gerust zyn by de

overtuiging al het mogelyke te hebben aangewend om de treurige,

bloedige gebeurtenissen te voorkomen, die weldra 't gevolg zullen

wezen van de eigenwillige onkunde waarin de Regeering wordt gelaten

tenopzichte van hetgeen er omgaat onder de bevolking.[186]

Max Havelaar Of de koffiveilingen der Nederlandsche Handelsmaatschappy · 第 50 / 80 题