ACHTTIENDE HOOFDSTUK

't Was namiddag. Havelaar trad uit de kamer, en vond zyn Tine in de

voorgalery, hem wachtende met de thee. Mevrouw Slotering trad haar huis

uit en scheen zich naar de Havelaars te willen begeven, maar eensklaps

wendde zy zich naar 't hek, en wees daar met vry hevige gebaren een man

terug die even te-voren was binnengetreden. Ze bleef staan tot zy zich

verzekerd had dat hy naar-buiten was teruggegaan, en keerde daarop langs

het grasveld naar Havelaars huis terug.

"Ik wil toch eindelyk eens weten wat dit beduidt!" zei Havelaar, en toen

de begroeting voorby was, vroeg hy op schertsenden toon, om haar niet te

doen meenen dat hy haar een weinigje gezag misgunde, op een erf dat

vroeger 't hare was:

--Wel, mevrouw, zeg me toch eens waarom u de menschen die 't erf

betreden, zoo terugzendt? Als die man van zoo-even nu eens iemand was

die kippen te-koop had, of iets anders wat noodig kon zyn voor de

keuken?

Er vertoonde zich op 't gelaat van mevrouw Slotering een pynlyke trek

die niet ontsnapte aan Havelaars blik.

--Ach, zeide zy, er is zooveel slecht volk!

--Zeker, dat is er overal. Maar als men 't de menschen zoo moeielyk

maakt, zullen de goeden ook weg blyven. Komaan, mevrouw, vertel me toch

eens ronduit waarom ge zoo streng opzicht houdt over 't erf?

Havelaar zag haar aan, en trachtte vergeefs het antwoord te lezen in

haar vochtig oog. Hy drong iets sterker op verklaring aan ... de weduw

berstte in tranen uit, en zei dat haar man ten-huize van het

distriktshoofd te _Parang-Koedjang_ vergiftigd was.

--Hy wilde rechtvaardig zyn, m'nheer Havelaar, ging de arme vrouw voort,

hy wilde een eind maken aan de mishandeling waaronder de bevolking

zucht. Hy vermaande en dreigde de Hoofden, in vergaderingen en

schriftelyk ... ge moet zyn brieven gevonden hebben in 't archief?

Dit was zoo. Havelaar had die brieven gelezen, _waarvan afschriften voor

my liggen_.[149]

--Hy sprak telkens met den resident, vervolgde de weduw, maar altyd

vergeefs. Want daar 't van algemeene bekendheid was dat de knevelary

plaats had ten-behoeve en onder bescherming van den Regent, wien de

resident niet by de Regeering wilde aanklagen, leidden al die gesprekken

tot niets dan tot mishandeling van de klagers. Daarom had myn arme man

gezegd dat hy, als er geen verbetering kwam vóór 't einde des jaars,

zich rechtstreeks wenden zou tot den Gouverneur-generaal. Dat was in

November. Hy ging kort daarna op een inspektiereis, gebruikte het

middagmaal ten huize van den _Dhemang_ van _Parang-Koedjang_, en werd

kort daarop in deerniswaarden toestand te-huis gebracht. Hy riep, op de

maag wyzende: "vuur, vuur" en weinige uren later was hy dood, hy die

altyd een voorbeeld was geweest van goede gezondheid.

--Hebt ge den dokter van _Serang_ laten roepen? vroeg Havelaar.

--Ja, maar hy heeft myn echtgenoot slechts kort behandeld, omdat deze

kort na zyn komst gestorven is. Ik durfde den dokter myn vermoeden niet

meedeelen, omdat ik wegens myn toestand voorzag deze plaats niet spoedig

te kunnen verlaten, en bevreesd was voor wraak. Ik heb gehoord dat gy

even als myn echtgenoot u verzet tegen de misbruiken die hier heerschen,

en daarom heb ik geen gerust oogenblik. Ik had dit alles voor u willen

verbergen om u en mevrouw niet angstig te maken, en bepaalde my dus tot

het bewaken van tuin en erf, opdat geen vreemden toegang zouden hebben

tot de keuken.

Nu werd het Tine duidelyk waarom mevrouw Slotering haar eigen

huishouding was blyven voeren, en zelfs geen gebruik had willen maken

van de keuken "die toch zoo ruim was."

Havelaar liet den kontroleur roepen. Intusschen richtte hy aan den

geneesheer te _Serang_, een verzoek om opgave der verschynselen by

Sloterings dood. Het antwoord dat hy op deze vraag bekwam, was niet in

den geest der vermoedens van de weduw. Volgens den arts was Slotering

gestorven aan een "abcès in de lever." Het is me niet gebleken of

zoodanige kwaal zich zoo kan openbaren op-eenmaal, en den dood

veroorzaken in weinige uren? Ik geloof hier te moeten achtslaan op de

verklaring van mevrouw Slotering dat haar echtgenoot vroeger altyd

gezond geweest was. Doch als men geen waarde hecht aan zoodanige

verklaring--omdat de opvatting van 't begrip: _gezondheid_, vooral in

de oogen van niet-geneeskundigen, zeer onderwerpelyk is--blyft toch de

gewichtige vraag bestaan, of iemand die heden sterft aan een "abcès in

de lever" zich gister kon _te-paard_ zetten met het doel om een

bergachtige landstreek te inspekteeren die in sommige richtingen twintig

uren breed is? De arts die Slotering behandelde kan een bekwaam

geneesheer geweest zyn, en zich niettemin vergist hebben in 't

beoordeelen van de verschynselen der ziekte, onvoorbereid als hy was op

't vermoeden van misdaad.[151]

Hoe dit zy, ik kan niet bewyzen dat Havelaars voorganger vergiftigd was,

daar men Havelaar den tyd niet heeft gelaten deze zaak tot klaarheid te

brengen. Doch wel kan ik bewyzen _dat zyn omgeving hem voor vergiftigd

hield_, en dat men dit vermoeden vastknoopte aan zyn zucht om onrecht

te-keer te gaan.

De kontroleur Verbrugge trad de kamer van Havelaar binnen. Deze vroeg

kortaf:

--Waaraan is m'nheer Slotering gestorven?

--Dat weet ik niet.

--Is hy vergiftigd?

--Dat weet ik niet, maar ...

--Spreek duidelyk, Verbrugge!

--Maar hy trachtte de misbruiken te-keer te gaan, zooals u, m'nheer

Havelaar, en ... en ...

--Welnu? Ga voort?

--Ik ben overtuigd dat hy ... zou vergiftigd geworden zyn als hy langer

hier was gebleven.

--Schryf dat op!

Verbrugge heeft die woorden opgeschreven. _Zyn verklaring, ligt voor

my!_[149]

--Nog iets. Is 't _wáár_ of is 't _niet_ waar dat er gekneveld wordt in

_Lebak_?

Verbrugge antwoordde niet.

--Antwoord, Verbrugge!

--Ik durf niet.

--Schryf 't op, dat je niet durft!

Max Havelaar Of de koffiveilingen der Nederlandsche Handelsmaatschappy · 第 39 / 80 题