Verbrugge zweeg. Hy wist het.[68]

--Ik weet het, ging Havelaar voort, _ik weet het_! Is niet m'nheer

Slotering gestorven in November? Welnu, _den dag na zyn dood_ heeft de

regent volk opgeroepen om zyn _Sawahs_ te bewerken ... zonder betaling!

Ge hadt dit moeten weten, Verbrugge. _Wist_ je 't?

Dit wist Verbrugge niet.

Als kontroleur hadt je 't _moeten_ weten! Ik weet het, ging Havelaar

voort. Dáár liggen de maandstaten van de distrikten--en hy toonde 't pak

geschryf dat hy ontvangen had in de vergadering--zie, ik heb niets

geopend. Daarin zyn, onder andere zaken, de opgaven van op de

hoofdplaats geleverde arbeiders tot heeredienst. Welnu, zyn die

opgaven juist?

--Ik heb ze nog niet gezien ...

--Ik ook niet! Maar toch vraag ik je of ze juist zyn? Waren de opgaven

van de vorige maand juist?

Verbrugge zweeg.

--Ik zal 't je zeggen: ze waren _valsch_! Want er was driemaal meer volk

opgeroepen om voor den Regent te werken dan de bepalingen op de

heerediensten toelaten, en dit durfde men natuurlyk in de staten niet

opgeven. Is 't waar, wat ik zeg?

Verbrugge zweeg.

--Ook de staten die ik vandaag ontving, zyn valsch, ging Havelaar voort.

De Regent is arm. De Regenten van _Bogor (Buitenzorg)_ en

_Tjiandjoer_[69] zyn leden van 't geslacht waarvan hy 't hoofd is. Die

laatste heeft slechts rang van _Tommongong_, onze Regent is _Adhipatti_,

en toch laten zyn inkomsten, omdat _Lebak_ niet geschikt is voor koffi

en hem dus geen emolumenten opbrengt, niet toe in praal en luister te

wedyveren met een eenvoudigen _Dhemang_ in de _Preanger_, die den

stygbeugel houden zou als zyn neven te-paard stygen. Is dit waar?

--Ja, dit is zoo.

--Hy heeft niets dan zyn traktement, en hierop is een korting ter

afbetaling van een voorschot dat de Regeering hem gegeven heeft, toen hy

... _weet_ je 't?

--Ja, ik weet het.

--Toen hy een nieuwe _medsjid_ wilde laten bouwen, waartoe veel geld

noodig was. Bovendien, veel leden zyner familie ... _weet_ je 't?

--Ja, dat weet ik.

--Veel leden van zyn familie--die eigenlyk niet in 't _Lebaksche_

te-huis behoort, en daarom ook by 't volk niet gezien is--scharen zich

als een plunderbende om hem heen, en persen hem geld af. Is dit waar?

--'t Is de waarheid, zei Verbrugge.

--En als zyn kas ledig is, wat dikwyls gebeurt, nemen zy _in zyn naam_

de bevolking af, wat hun aanstaat. Is dit zoo?

--Ja, het is zoo.

--Ik ben dus goed onderricht, doch daarover nader. De Regent, die in

jaren klimmende den dood vreest, wordt beheerscht door de zucht zich

verdienstelyk te maken door giften aan geestelyken. Hy geeft veel geld

uit voorreiskosten van pelgrims naar Mekka, die hem allerlei vodden van

relieken, talismans en _djimats_[70] terugbrengen. Is 't niet zoo?

--Ja, dat is waar.

--Welnu, door dit alles is hy zoo arm. De _Dhemang_ van _Parang-Koedjang_,

is zyn schoonzoon. Waar de Regent zelf uit schaamte voor zyn rang niet

durft nemen, is het die--_Dhemang_,--maar hy is 't niet alléén--die aan

den _Adhipatti_ zyn hof maakt door 't afpersen van geld en goed aan de

arme bevolking, en door de lieden wegtehalen van hun eigen rystvelden om

ze heentedryven naar de _sawahs_ van den Regent. En deze ... zie, ik wil

gelooven dat hy gaarne anders wilde, maar de nood dwingt hem gebruik te

maken van zulke middelen. Is dit alles niet waar, Verbrugge?

--Ja, 't is waar, zei Verbrugge, die hoe langer hoe meer begon intezien

dat Havelaars blik scherp was.

--Ik wist, vervolgde deze, dat hy geen geld in huis had, toen hy zoo-even

over de afrekening met den onderkollekteur begon te spreken. Ge hebt heden

morgen gehoord dat het myn voornemen is, myn plicht te doen. Onrecht duld

ik niet, by God, dat duld ik niet!

En hy sprong op, en er was in zyn toon geheel iets anders dan den

vorigen dag by zyn _officieelen_ eed.

--Maar, ging hy voort, ik wil myn plicht doen met zachtheid. Ik wil niet

te nauwkeurig weten wat geschied _is_. Doch wat _van heden af_

geschiedt, is ter _myner_ verantwoording, daarvoor zal _ik_ zorg dragen!

Ik hoop lang hier te blyven. Weet je wel, Verbrugge dat onze roeping

heerlyk schoon is? Maar weet je ook wel dat ik alles wat ik je zoo-even

zei, eigenlyk van _u_ had moeten hooren? Ik ken u even goed als ik weet

wie er _garem glap_ maken aan de zuidkust.[71] Je bent een braaf mensch

... ook dit weet ik. Maar waarom heb je my niet gezegd dat hier zooveel

verkeerds was? Gedurende twee maanden ben je waarnemend adsistent-resident

geweest, en bovendien reeds lang hier als kontroleur ... je moest het dus

weten, niet waar?

--M'nheer Havelaar, ik heb nooit gediend onder iemand als u. Ge hebt

iets zeer byzonders, neem het me niet kwalyk.

--Volstrekt niet! Ik weet wel dat ik niet ben als alle menschen, maar

wat doet dit tot de zaak?

--Dat doet er dit toe, dat u iemand begrippen en denkbeelden meedeelt,

die vroeger niet bestonden.

--Neen! Die ingesluimerd waren door den vervloekten officieelen

_slender_ die zyn styl zoekt in "_ik heb de eer_" en de rust van zyn

geweten in "_de hooge tevredenheid van de Regeering_." Neen, Verbrugge!

laster jezelf niet! Je behoeft van my niets te leeren. Heb ik je

by-voorbeeld heden morgen in de _Sebah_ iets nieuws verteld?

--Neen, nieuws niet, maar u sprak anders dan anderen.

--Ja, dat komt ... omdat myn opvoeding wat verwaarloosd is: ik spreek

te-hooi en te-gras. Maar je zoudt me zeggen waarom je tot-nog-toe zoo

berust hebt in alles wat er verkeerds was in _Lebak_.

--Ik heb nooit zoo den indruk gehad van een _initiatief_. Bovendien, dat

alles is altyd zoo geweest in deze streken.

--Ja, ja, dat weet ik wel! Ieder kan geen profeet of apostel wezen ...

hm, 't hout zou duur worden van 't kruisigen! Maar je wilt me toch wel

helpen alles te-recht te brengen? je wilt toch wel je _plicht_ doen?

--Zeker! Vooral by u. Maar niet ieder zou dit zoo streng vorderen of

zelfs goed opvatten, en dan komt men zoo ligt in de pozitie van iemand

die windmolens bestrydt.

--Neen! Dan zeggen zy die 't onrecht liefhebben omdat ze daarvan leven,

dat er geen onrecht _was_, om 't vermaak te hebben u en my uittemaken

voor Don Quichotten, en te-gelyker-tyd _hun_ windmolens draaiende te

houden. Doch, Verbrugge, je hadt niet op _my_ hoeven te wachten om je

plicht te doen! M'nheer Slotering was een bekwaam en eerlyk man: hy wist

wat er omging, hy keurde het af en verzette zich er tegen ... ziehier!

Havelaar nam uit een portefeuille twee vellen papier, en deze aan

Verbrugge tonende, vroeg hy:

--Wiens hand is dit?

--Dat is de hand van m'nheer Slotering.

--Juist! Welnu, dit zyn kladnotaas, bevattende blykbaar onderwerpen

waarover hy met den resident spreken wilde. Daar lees ik ... zie:

1°_Over den rijstbouw_. 2° _Over de woningen der dorpshoofden_. 3°_Over

het innen der landrenten, enz._ Daar achter staan twee uitroepingsteekens.

Wat bedoelde m'nheer Slotering daarmee?

--Hoe kan _ik_ dat weten? riep Verbrugge.

--Ik wel! Dit beduidt dat er veel meer landrenten worden opgebracht, dan

er in 'slands kas vloeien. Doch ik zal je dan iets tonen dat wy beiden

weten, omdat het in letters en niet in teekens geschreven is. Ziehier:

"12°_Over het misbruik dat door de regenten en mindere hoofden van de

bevolking wordt gemaakt. (Over het houden van verschillende woningen

ten-koste der bevolking, enz.)_"

Is dit duidelyk? Ge ziet dat de heer Slotering wèl iemand was, die een

_initiatief_ wist te nemen, je had je dus by hem kunnen aansluiten.

Luister verder:

"15° _Dat vele personen van de familien en bedienden der inlandsche

hoofden op de uitbetalingstaten voorkomen, die inderdaad geen deel

nemen in de kultuur, zoodat de voordeelen hiervan hun ten-deel

vallen, ten préjudice van de werkelijke deelhebbers. Ook worden zij

gesteld in het onrechtmatig, bezit van sawah-velden, terwijl die

alleen toekomen aan degenen, die aandeel hebben in de kultuur_."

Hier heb ik een andere nota, en wel in potlood. Zie eens, ook dáárop

staat iets zeer duidelyks:

"_De verloop van volk te Parang-Koedjang is alleen toeteschryven aan

het VERREGAAND misbruik, dat van de bevolking wordt gemaakt_."

Wat zegje dáárvan? Ziet ge wel dat ik niet zoo excentriek ben als 't

schynt, wanneer ik werk maak van recht? Zie je nu dat ook anderen dit

deden?[72]

--Het is waar, zei Verbrugge, de heer Slotering heeft den resident

dikwyls over dat alles gesproken.

--En wat volgde daarop?

--Dan werd de Regent geroepen: er werd _geaboucheerd_ ...

--Juist! En verder?

--De Regent ontkende gewoonlyk alles. Dan moesten er getuigen komen ...

niemand durfde tegen den Regent getuigen ...--och, m'nheer Havelaar, die

zaken zyn zoo moeielyk!

De lezer zal, vóór hy myn boek heeft uitgelezen, even goed als Verbrugge

weten waarom die zaken zoo byzonder moeielyk waren.

--Mynheer Slotering had er veel ergernis over, vervolgde de kontroleur,

hy schreef scherpe brieven aan de Hoofden ...

--Ik heb ze gelezen ... heden nacht, zei Havelaar.[73]

--En ik heb hem dikwyls hooren zeggen dat hy, als er geen verandering

kwam, en als de resident niet _doortastte_ zich rechtstreeks zou wenden

tot den Gouverneur-generaal. Dit heeft hy ook aan de Hoofden zelf gezegd

op den laatsten _Sebah_ dien hy heeft voorgezeten.

--Daaraan zou hy zeer verkeerd hebben gedaan. De resident was zyn chef

dien hy in geen geval mocht voorbygaan. En waarom zou hy dat ook? Het is

toch niet te veronderstellen dat de resident van _Bantam_ onrecht en

willekeur zou goedkeuren?

--Goedkeuren ... neen! Maar men klaagt niet gaarne by de Regeering een

Hoofd aan.

--Ik klaag niet gaarne iemand aan, wien ook, maar als 't _moet_, een

Hoofd zoo goed als een ander. Doch van aanklagen is nu hier, goddank,

nog geen spraak! Morgen ga ik den Regent bezoeken. Ik zal hem 't

verkeerde van onwettige gezagsoefening onder 't oog brengen, vooral waar

't om de bezitting van arme menschen te doen is. Maar in afwachting dat

alles te-recht komt, zal ik hem in zyn netelige omstandigheden helpen

zooveel ik kan. Je begrypt nu immers waarom ik dat geld aan den

kollekteur dadelyk heb laten uitbetalen, niet waar? Ook ben ik van

voornemen aan de Regeering te verzoeken, den Regent zyn voorschot

kwytteschelden.[74] En u, Verbrugge, stel ik voor, gezamenlyk stipt

onzen plicht te doen. Zoolang 't kàn, met zachtheid, maar als 't _moet_,

zonder vrees! Je bent een eerlyk man, dit weet ik, maar je bent

beschroomd. Zeg voortaan flink uit waar 't op staat, _advienne que

pourra_! Werp die halfheid van je, beste kerel ... en nu, blyf by ons

eten: we hebben hollandsche bloemkool in blik ... maar alles is zeer

eenvoudig, want ik moet heel zuinig zyn ... ik ben erg ten-achter in

geldzaken: de reis naar Europa, weetje? Kom, Max ... sakkerloot, jongen,

wat word je zwaar!

En, met Max te-paard op zyn schouder, trad hy, gevolgd door Verbrugge,

de binnengalery in, waar Tine hen wachtte aan den gedekten disch die,

zooals Havelaar gezegd had, wel _zeer_ eenvoudig was! Duclari, die aan

Verbrugge kwam vragen of hy al dan niet dacht thuis te zyn voor 't

middagmaal, werd meegenoodigd aan-tafel, en wanneer de lezer gesteld is

op wat afwisseling in myn vertelling, wordt hy naar 't volgend hoofdstuk

verwezen, waarin ik meedeel wat er zoo-al gesproken werd by dat maal.

Max Havelaar Of de koffiveilingen der Nederlandsche Handelsmaatschappy · 第 26 / 80 题