Er was voor mij maar één antwoord mogelijk op dit briefje: instappen
en met Frits naar de Werve rijden. Onder welke wisseling van hoop en
van vrees, kan ik u niet beschrijven. Alles draaide mij voor de oogen
toen ik de oude brug over, de poort weer doorreed. Op het perron vond
ik Rolf staan, die met zijne muts zwaaide, ten teeken van blijdschap
over mijne komst. De dubbele deur stond wijd open; hij wees mij
zwijgend naar het groote salon, dat ik schielijk binnentrad.
Francis zat op de oude bekende sofa als in elkaar gedoken, de handen
gevouwen in den schoot. Zij droeg nu niet die amazone, die mij hatelijk
geworden was, maar een eenvoudig rouwgewaad, dat hare bleekheid sterk
deed uitkomen.
"Francis, daar ben ik! Wat hebt gij mij nu te zeggen?" riep ik
haar toe.
Zij rees haastig op en kwam naar mij toe.
"Wees gedankt, Leo! dat ge zoo schielijk gekomen zijt; maar ik wist
dat gij komen zoudt; ik rekende op uwe edelmoedigheid."
"Ik ben dan niet meer zoo verachtelijk in uwe oogen? Gij hebt dus
mijn pakket ontvangen, den brief van tante Sophie gelezen!"
"Ik heb alles ontvangen, alles gelezen; maar ik had zooveel niet
meer noodig om mij schuldig te voelen, om mijne schuld te bekennen;
en nu ik dit doe, nu ik erkennen wil voor heel de wereld dat ik u
onrecht heb gedaan, zult gij mij nu alles vergeven? alles, zonder
bittere bijgedachte?"
Zij legde beide handen op mijne schouders, als om uit mijne oogen te
lezen wat zij weten wilde.
"Dat weet gij wel, Francis! Maar gij moet niet weer aan mij twijfelen,
nooit meer!" sprak ik zacht maar ernstig, en mij wat afkeerend, om mij
aan haar onderzoek te onttrekken, want ik voelde mijne oogen vochtig
worden. Zij liet de armen zinken, bleef een oogenblik zwijgend voor
mij staan, en sprak toen: "Nooit, nooit meer!"
Zij drukte met innigheid mijne hand, die ik haar reikte ten teeken
van verzoening. Maar toch, er was iets in hare houding, dat mij
terughield haar in mijne armen te drukken; er was nog iets tusschen
ons, dat voelde ik met innerlijke onrust.
"Leo! wees zoo goed te gaan zitten!" sprak zij, een armstoel
aanschuivende. "Nu wij verzoend zijn, nu ik in mijn eenigen
bloedverwant weer mijn trouwsten vriend mag zien, heb ik uw raad
te vragen."
De patiënt ging zitten. De preliminairen bevielen hem gansch niet. Zij
legde het pakket met de Engelsche postmerken geopend voor mij neer.
"Lord William is overleden," sprak zij. "Zie hier een schrijven aan
mij, dat hij bij zijn testament heeft gevoegd. Wees zoo goed het
te lezen."
Ik had daartoe nauwelijks de noodige kalmte; maar toch voldeed ik
aan haar verlangen.
Het was een kort maar ernstig woord, dat van eene vaderlijke teederheid
getuigde; maar ik las tusschen de regels door, dat het hem strijd
had gekost, nà hare bekentenissen het tot deze kalme genegenheid
te brengen. Hij was van haar weggegaan met de pijl in het hart. Hij
eindigde met eene roerende bede voor haar geluk en den wensch, dat
zij nog eenmaal een echtgenoot vinden mocht harer waardig, en het
verzoek om de dotatie aan te nemen, die hij haar in zijn testament had
toegedacht, opdat zij door geene materiëele overwegingen zou gedwongen
worden tot eene andere keuze dan die van haar hart. De familienaam
waarmee hij zijn brief had onderteekend was een in de geschiedenis der
wetenschap en in de staatkundige wereld zeer bekende en hooggeëerde.
Nu volgde een brief van den neef en erfgenaam, die haar de afschriften
toezond en haar de verzekering gaf van zijne bereidwilligheid om aan
de opgelegde verplichting te voldoen.
Er werd haar levenslang een jaarlijksch inkomen van drieduizend pond
sterling toegekend.
Zwijgend legde ik de geschriften neer, na er kennis van genomen
te hebben.
"Moet ik aannemen, Leo?" vroeg zij, mij aanziende met een onzekeren,
onderzoekenden blik.
"Mij dunkt, gij kunt niet weigeren, Francis!" antwoordde ik met al de
kalmte die ik bemachtigen kon. "Volkomen onafhankelijkheid naar het
materieele is altijd uw vurigst verlangen geweest: die is u noodig
zelfs en die wordt u bij dezen door eene vriendenhand gewaarborgd."
"Gij hebt gelijk, Leo! ik zal uw raad volgen, ik zal aannemen. Nu
behoeft mijne fierheid niet langer te strijden tegen mijn hart. Nu
behoef ik geen huwelijk aan te gaan door den nood opgelegd, en zoo
ik mij een echtgenoot kies, zal niemand mij verdenken dat ik mij
uit belangzucht gewonnen gaf! En zou ik nu rijk genoeg zijn om de
Werve los te koopen?" viel zij op eens in op geheel anderen toon,
eene mengeling van schalkheid en ernst, die geruststelde dat hare
vroegere opgeruimdheid nog niet verloren was gegaan onder het lijden.
"Neen, Francis! En al ware dat, de Werve is in handen, die haar tot
geen prijs zullen overgeven. Om vrijvrouwe van de Werve te worden
moet gij wat anders bedenken."
Toen rees zij op en ging voor mij staan. "Leo! gij zegt dat
onafhankelijk te zijn altijd mijn vurigste wensch is geweest,
dat placht zoo te wezen; maar ik heb nu begrepen, dat het mijn
hoogste geluk zoude zijn afhankelijk te worden van den man dien ik
liefheb. Leo! tante Roselaer heeft mij een jaargeld toegekend, dat
ik niet aanneem, zooals vanzelf spreekt; maar zij heeft het goed
met mij gemeend, dat erken ik; en haar raad neem ik wèl aan. Zij
heeft mij voorgeschreven, geen huwelijk aan te gaan dan met uwe
toestemming, Leo!" en zij zonk onder eene gemoedsbeweging die haar
geheel overmeesterde, op de beide knieën voor mij neer. "Leo! ik
wensch mijn neef van Zonshoven tot echtgenoot; hebt gij daartegen?"
Ik antwoordde alleen door haar op te heffen en in mijne armen te
sluiten.
Zij schreide aan mijne borst. Ik schaamde mij niet dat ook mijne
oogen vochtig waren. Wij hadden elkander zóó lief, en toch, wij hadden
zooveel door elkander geleden!
Wat zal ik u verder zeggen! Ik bracht dien dag door op de Werve. Wij
zochten onze lievelingsplekjes, wij leefden in herinneringen,
wij maakten onze plannen voor de toekomst. Wij moesten van Beek
c. s. bericht geven dat wij het eens geworden waren en wij stelden
onder prettig gekibbel een deftig vormelijk epistel aan de wetgeleerden
op, die verder niets meer te doen hadden dan hunne rekeningen in
te leveren en het onder hen berustende te verantwoorden. Van Beek,
die geroepen werd ons huwelijkscontract op te maken, was niet weinig
verwonderd te vernemen, dat de bruid een jaarlijksch inkomen van
drieduizend pond sterling had, waarover zij de volle vrije dispositie
behield. Onder ons gezegd, lord William heeft mij een onschatbaren
dienst bewezen, dat hij Francis op die wijze over hare aarzelingen
heeft heengeholpen.
De rouw over den generaal was ons voorwendsel om in alle stilte
te trouwen, zooals wij beiden wenschten. Een van mijne vrienden,
die in een naburig stadje als predikant stond, zegende ons huwelijk
kerkelijk in. Ds. N. voelt zich over die preferentie wat gekrenkt en
wil zijn emeritaat nemen. Ik zal zorgen dat hij er geldelijk niet
onder lijdt. De gemeente smachtte reeds lang naar verandering. "Ze
waren dominé wel niet zat, maar toch...."
Wij zijn op reis gegaan! Francis moest zich na haar lang isolement
weer aan de wereld en de menschen gewennen. De Werve wordt intusschen
gerestaureerd, en Rolf heeft op zich genomen de vesting te commandeeren
in onze afwezendheid.
De kleine Harry Blount is uit de handen zijner grootmoeder in die
van de Pauwelsen overgegaan. Francis heeft tot hare onuitsprekelijke
verlichting de zekerheid gekregen, dat Gijsje Jool hersteld is en
met haar kind bij de Pauwelsen inwonen gaat. Wij voorzien, dat ze
eenmaal als dochter in dat gezin zal worden opgenomen.
Wat mij betreft, ik heb heel wat doorgestaan sinds de zware last van
die erfenis mij op de schouders is gelegd, maar ik heb veel geleerd
in mijne worsteling om het levensgeluk, en beiden, Francis en ik,
zijn vast besloten de zuur veroverde schat met vereende krachten vast
te houden en er alle schadelijke elementen buiten te sluiten.
Wij hebben ons voorgenomen goede rentmeesters te zijn van ons
groot fortuin, en Francis is het geheel met mij eens, dat een
leven voor ons zelven alleen geen leven zou zijn, dat er eene groote
verantwoordelijkheid op ons rust, maar dat het zielevreugde moet wezen
die te vervullen. Van mijne reisontmoetingen hoort gij wel eens later.
Genève, 186--,