GALB., p. 336]

[Voetnoot 80: Allen waren afgemat, en terwijl de eenen de _dadsisa_ op

het graf van Karel vierden, hadden anderen, die de kracht van het bloed

der martelaars niet meer loochenden, eene toorts ter eere van Karel

ontstoken. KERVYN DE LETTENHOVE, I, 410.

Over de beteekenis van dit woord _dadsisa_ raadpleegde ik mijnen

geleerden vriend prof. J. F. J. Heremans. Zijn brief daarover aan mij

geschreven schijnt mij belangrijk genoeg om hier te worden medegedeeld.

"Waarde vriend. Het woord, waarover gij verleden Zondag inlichtingen

vroegt, luidt _dad-sisas,_ niet _dadsisa_. Het komt voor in het

_Indiculus superstitionem et paganiarum_ (uit de achtste eeuw): _de

sacrilegio super defunctos, id est dâd-sisâs._ Dit _dâd_, dat gewoonlijk

in het Saksisch _dôd_ wordt geschreven, is stellig ons _dood_, en

_sisas_ is de nominatief meervoud van _sisu._ Maar wat beteekent _sisu?_

J. Grim vermoedt _kuil, graf._ Anderen verklaren het door _treurzang_.

Er bestaat in het oud-Hoogduitsch een woord _sisesang_, dat ook de

beteekenis heeft van _treurzang, doodenzang_. Ook de Angel-Saksen kenden

dit woord, dat ik zou verkiezen boven dódsisu, waarvan het laatste deel

toch steeds een raadsel blijft. Wil men J. Grimm gelooven, dan is

_dâdsisu_ hetzelfde als _doodenkuil_ en komt het begrip van zang in die

samenstelling niet voor. In _sisesang_ is dit begrip stellig

voorhanden." Gent, 26 Januari 1870, J.W. HEREMANS.]

De Kerels van Vlaanderen · 第 65 / 85 题