XX

De poorters van Brugge, te zamen geroepen, om bij openbare stemming

eenen nieuwen graaf te kiezen, overdekten in onderscheidene groepen of

scharen het groote plein buiten de Smedepoort dat men het Zand noemde.

In het midden dezer vlakte had men eene breede stelling getimmerd waarop

nu de schepenen der stad en de voornaamste Vlaamsche ridders met hunnen

veldheer, mher Van Praet, zich hielden, zoowel om hunne stem te geven,

als om de plechtigheid te bestieren en over de oprechtheid der kiezing

te waken.

Disdir Vos, de verrader, die sedert de nachtelijke overrompeling der

stad het bijzondere vertrouwen van den veldheer scheen te genieten,

stond nu insgelijks achter hem.

Voor de stelling waren een groot getal poorters, meest bejaard en met

zekere pracht gekleed, in eenen afzonderlijken hoop vergaderd Het waren

de hoofdmannen der wijken en der gilden of neringen, die hier kwamen

hooren wat de schepenen of ridders het volk te zeggen hadden. Zij zouden

dan tot hunne mannen gaan, die wat verder op het plein langs alle zijden

waren geschaard hun de woorden der overheden mededeelen, hunne stemmen

opnemen en den uitslag der kiezing naar de schepenen brengen.

Deze hoofdmannen spraken in afwachting zeer luid en vurig over de zaak,

die hen hier te zamen riep. Eenigen wilden de stemming geweigerd hebben,

om reden dat de koning van Frankrijk zich in geenen deele met het

bestuur van Vlaanderen te bemoeien had, en hij het was die de Brugsche

poorters niet alleen den raad, maar zelfs het bevel had gezonden tot het

kiezen van eenen nieuwen graaf.

De meesten waren van gevoelen, dat men zonder tegenwerping en in

allerhaast des konings bevel moest volbrengen, uit vreeze dat hij, beter

beraden, het nog zou kunnen intrekken. In oude tijden hadden hunne

voorouders het recht genoten tot het kiezen hunner vorsten. Nu werd dit

recht, dat eeuwen lang hun ontroofd was gebleven, hun werkelijk

teruggeschonken. Zouden zij dwaas genoeg zijn om het te verwerpen,

alleenlijk omdat zij het bekwamen door toedoen van eenen vreemden vorst?

Waarom toonden de poorters, die voornemens waren ten gunste van Willem

Van Loo te stemmen, zich zoo ontevreden? Waren zij niet even vrij in

hunne keus als de aanhangers van Diederik van den Elsas of van den

jongen graaf van Holland?

Deze en andere zulke redenen hadden de meest ontevredene hoofdmannen

eenigszins tot bedaren gebracht; evenwel bleef het gerucht der driftige

samenspraak tusschen hen voortduren, dewijl elk nu groote pogingen

inspande om de anderen tot het stemmen voor dezen of genen vorst over te

halen.

Op dit oogenblik bracht een wapenbode de bazuin aan den mond en gebood

door eenige scherpe galmen de stilte en de aandacht.

De veldheer Gervaas Van Praet trad vooruit op de stelling, met een

bezegeld perkament in de hand, en, zich tot de hoofdmannen wendende,

zeide hij:

"Ziet hier, vrienden, wat Lodewijk, de machtige koning van het Fransche

rijk, aan de ridders van Vlaanderen en aan de inwoners der goede steden

schrijft."

Hij vestigde zijne oogen op het perkament en las:

"Beminden en getrouwen, ridders en burgers van het graafschap

Vlaanderen. Het schijnt mij nu niet raadzaam u te gaan bezoeken. Ik zal

met eenigen mijner lieden tot u komen, zoohaast ik den uitslag van het

beleg van den burg van Brugge zal kennen. Want volgens mijn gevoelen zou

ik niet wijselijk handelen met mij in de handen der verraders van uw

land te gaan werpen, wel wetende dat er nog velen zijn die het lot der

belegerde moordenaars betreuren, hunne misdaden verdedigen en op alle

wijze werkzaam zijn tot hunne verlossing. Uw ongelukkig land is in

verwarring. Reeds zijn er samenspanningen gesmeed om de grafelijke kroon

met geweld voor Willem Van Loo te bekomen; maar meest al de inwoners der

steden hebben gezworen nooit dezen Willem voor graaf te aanvaarden,

omdat hij van onedele geboorte is, dit is te zeggen, geboren van eenen

edelen vader en van eene onvrije moeder die, zoolang zij leefde, niet

heeft opgehouden schapenwol te kaarden. Ik wil en ik beveel dat de

ridders en burgers van Vlaanderen zonder uitstel vergaderen om eenen

bekwamen graaf te kiezen. Het land zou niet langer van eenen wettigen

vorst kunnen beroofd blijven, zonder blootgesteld te zijn aan grootere

gevaren dan degene waarmede het nu wordt bedreigd.

De Kerels van Vlaanderen · 第 57 / 85 题