[Voetnoot 50: Dat niemand zich verstoute den eed te zweren, waarmede men
zich pleegt aan de gilden te verbinden. Welke ook de voorwaarden zijn,
dat niemand zich bij eede verplichte tot geldelijke bijdrage, aangaande
de gevallen van schipbreuk of van brand.
_Capit. Caroli Magni_ a. 779, art. XIV.]