III. 1. 153. _Gij Phaëton, gij and're Merops-zoon._ De vertaling is
hier niet letterlijk; er staat eigenlijk: "Wat! Phaëton,--want gij
zijt Merops' zoon".--Phaëton was de zoon van Helios, den Zonnegod,
en van Clymene, die met den koning Merops, in Aethiopië, gehuwd was;
deze was dus Phaëton's aardsche vader te noemen. De tusschenzin _want_
enz. kan eenvoudig beteekenen: "want gij _zijt_ inderdaad een Phaëton",
en dan is de vertaling op blz. 175 zeer juist. Wil men er uit lezen:
"want gij zijt een zoon van Merops, niet van den zonnegod, maar van
een mensch, dus van een lage afkomst",--dan moet de hier gegeven,
meer letterlijke vertaling gevolgd worden; deze verklaring komt mij
echter vrij gezocht voor en het "want", _for_, past er slecht bij;
de eerste schijnt mij de ware te zijn.