FLINK. "En meer geld dan gebreken." 376

LANS. O, dat woord maakt de gebreken bekoorlijk! Goed ik wil haar

hebben; en als wij een paar worden, zooals geen ding onmoog'lijk is,--

FLINK. Wat dan?

LANS. Wel, dan zal ik u vertellen,--dat uw meester aan de Noorderpoort

op u wacht.

FLINK. Op mij?

LANS. Op u! ja, wat zijt gij er voor een? Hij heeft op een beteren

kerel dan gij zijt, gewacht.

FLINK. En moet ik naar hem toe gaan?

LANS. Gij moet naar hem toe rennen, want gij hebt zoo lang gewacht,

dat gaan bijna niet meer helpen kan.

FLINK. Waarom hebt gij mij dat niet vroeger gezegd? naar den duivel

met uw minnebrieven!

(Flink af.)

LANS. Nu zal hij klop krijgen, omdat hij mijn brief gelezen heeft! Een

onbeschaamde vlegel, die in een andermans geheimen dringt!--Ik loop

hem na, om mij in de tuchtiging van dien kerel te verkneukelen!

(Lans af.)

Twee Edellieden van Verona · 第 53 / 77 题