PROTEUS. Maar hoor nu, hebt gij mijn brief aan Julia gegeven?
FLINK. Ja, heer; ik, een verloren schaap, gaf uw brief aan haar,
een verkoren schaap; en zij, een verkoren schaap, gaf aan mij, een
verloren schaap, niets voor mijn moeite.
PROTEUS. Voor zooveel schapen is de weide wel wat te klein.
FLINK. Als het veld overvol is, deedt gij het best, haar te kooien.
PROTEUS. Neen, daar zijt gij aan 't dwalen; ik deed het best, u
te schutten.
FLINK. Mij beschutten, heer! met minder dan een pond voor het bezorgen
van uw brief zal ik wel terecht komen.
PROTEUS. Wat onzin! 'k meen, u in de schutkooi steken.
FLINK. Mij in een kooi te steken? die vast op fooien reken!
Die aan uw lief uw liefdebrief zoo schoon wist toe te steken!
PROTEUS. Maar wat zeide zij? (Flink knikt.)
Zij heeft geknikt, niet?
FLINK. Niet geknikt? Ja.
PROTEUS. Ja bij niet? dat is neen.
FLINK. Gij verstaat mij verkeerd, heer; ik knikte, dat zij knikte;
en gij vroegt mij, of zij niet geknikt had, en ik zeide van ja.
PROTEUS. En niet-ja is neen.
FLINK. Nu gij de moeite hebt gedaan, dit bijeen te lezen, moogt gij
het voor uw moeite houden.
PROTEUS. Neen, neen, ik neem het niet aan, en verlang meer van de
briefbestelling te vernemen.
FLINK. Nu, en ik verlang meer voor de briefbestelling te ontvangen
en heb geen vrede met uw bestel.
PROTEUS. Hoe zoo, kerel, geen vrede met mijn bestel?
FLINK. Neen, heer, want ik bestelde den brief goed, en uw bestel zegt
neen en telt mij niets toe voor mijn moeite.
PROTEUS. Verduiveld, gij zijt bij de hand!
FLINK. En toch kan mijn vlugge hand uw trage beurs niet machtig worden.
PROTEUS. Kom, kom, doe mij kort en goed opening van de zaak; wat
heeft zij gezegd?
FLINK. Open dan uw beurs, opdat wij geld en nieuws gelijk oversteken.
138
PROTEUS. Nu man, daar hebt gij wat voor uw moeite; wat heeft zij
gezegd?
FLINK. Waarlijk, heer, ik geloof, dat gij niets van haar te hopen hebt.
PROTEUS. Waarom? Hebt gij haar dit weten te ontlokken?
FLINK. Neen, heer, ik heb haar volstrekt niets kunnen ontlokken; neen,
zelfs geen onnoozelen dukaat voor het overbrengen van uw brief. En
daar zij zoo hard voor mij was, die uwe gezindheid haar schriftelijk
overbracht, vrees ik, dat zij even hard zal wezen voor u, als gij
haar uwe gezindheid mondeling mededeelt. Geef haar als liefdepanden
enkel steenen, want zij is zoo hard als staal.
PROTEUS. Wat! heeft zij niets gezegd?
FLINK. Neen, niet zooveel als: "Ziedaar, dat is voor uw moeite". Ik
dank u, de grootte uwer mildheid erken ik aan deze grooten, en uit
erkentelijkheid laat ik u in het vervolg uwe brieven zelf bestellen. En
nu, heer, ga ik uwe groeten aan mijn meester overbrengen.
PROTEUS. Ga, ga! gij zijt de veiligheid van 't schip!
Zijt gij aan boord, dan kan het niet vergaan;
Gij zijt voor droger dood aan land bestemd.--
(Flink af.)
Ik moet een beet'ren bode tot haar zenden,
Mijn Julia, vrees ik, acht mijn regels niets,
Die haar een knaap, zoo diep onwaardig, brengt.
(Proteus af.)