IX.

--Moeder.... u laat me alleen met de thee zitten....!

Het was Elly's klokheldere stemmetje, dat klaterde door het huis.

Vergiste ze zich....! Of klonk er een ongekende jubel, een toon,

die opsteeg recht uit het hart, in de stem van het kind....?

--Waar blijft u....? Ik heb al zoo lang voor u ingeschonken.

En in onzekeren tast gingen Elly's handjes zoekend rond, nu ze de

deur open deed en in de donkere slaapkamer trad.

--Ik kom lieveling.... ik had het licht al uit gemaakt.... wacht

maar even....

Het gas plofte lichtend in de met rose zijde omkapte lamp, boven de

tafel, en de vriesbloemen op de ruiten vonkelden geheimzinnig tegen

den achtergrond van fluweelen nacht buiten.

--'t Is koud hé....? zei Emilie toen ze zag dat Elly rilde.

--Ja.... en beneden is het zoo lekker warm.... antwoordde Elly terug.

--Ja, ik ga ook met je mee....

En Emilie deed of ze naar iets zocht in haar linnenkast.

Elly keek aandachtig naar het portret van haar vader, dat hing boven

de kleine schrijftafel tegen het wit gelakte ledikant over.

--Vader was wel heel jong, he moes.... toen hij met u trouwde....

--Ja heel jong.... nog iets jonger dan ik....

--Onbegrijpelijk.... zei Elly peinzend. --Ik zou nooit met zoo een

jongen man willen trouwen, ze zijn dan nog zoo echt een jongen....

--Vind je dat....? Wat zou jij dan willen....?

Emilie schrikte even voor de vraag, die haar ontviel.

--O....ik zou iemand willen hebben, die heel veel ouder is dan

ik.... Ik kan me niet indenken, dat ik trouwde met een van de jongens

van mijn school vroeger.... stel u voor....!--En Elly barstte uit in

een onbedaarlijk gelach.

Mevrouw keek haar even oplettend aan, zag de roode vlekken, die haar

wangen schroeiden....

--Je kunt zoo iets nooit te voren zeggen.... Elly.... Het loopt

meestal anders dan wij ons voorstellen.... Ga je mee....?

--Ja.

Elly hield het kettinkje, dat hing onder aan de lamp, in haar hand. En

zoo met nog een langen blik op het portret van haar vader, vroeg ze....

--Uit doen....?

--Goed, doe maar uit.... er is nu wel licht op de gang....

Ze gingen samen naar beneden, waar koesterende warmte uit de huiskamer

hun tegensloeg.

--Drink nu maar gauw uw thee.... dan schenk ik u een warm kopje

in.... u bent koud geworden.... u ziet heel bleek.

Emilie lachte geforceerd die zorgen weg.... het zou dadelijk wel over

zijn, als ze bij de warme kachel zat.... En meteen zag ze hoe Elly's

oogen vluchtigden over de margrieten op tafel. Ze nam het boek waarin

ze des avonds voor den eten meestal een uurtje las, en bladerde er

wat in.

Elly liet zich met een zucht in een stoel bij de tafel neer. Het was

of iets haar drong tot spreken, meende Emilie die haar werkeloos de

handen zag vouwen over het handwerk, dat ze juist had opgenomen.

--Het was toch wel vreeselijk voor u, moes.... vader zoo vroeg te

verliezen.... verbrak Elly de stilte. Hield u erg veel van hem?....

Mevrouw zag even verwonderd op. --Zou je denken, dat ik anders getrouwd

zou zijn....?

--Ja.... natuurlijk.... u zou niet met iemand kunnen trouwen als u

niet dolveel van hem hield.... dat weet ik positief. Ik zou het ook

niet kunnen--gelukkig, dat u mij toen had hé moes... anders....

Mevrouw lachte witjes....

--Anders.... was het leven nóg eenzamer voor me geweest....lieveling.

--Ja.... ondenkbaar.... u had u niet zoo uit de wereld moeten terug

trekken.... en u niet zoo heelemaal wijden aan mij alleen....

Ze hield even op, dan nadenkend zei Elly heel beslist.--Als ik ooit

trouw blijft u altijd bij me.... he moes?

Het ontging Elly, dat haar moeder nog bleeker werd, en ze vervolgde:

--Ik zou nooit willen trouwen als u niet bij me bleef.... wij hooren

nu eenmaal bij elkaar.... ik zou het niet over me kunnen verkrijgen

u alleen te laten....

--Dat zou toch moeten.... lieveling.... jonggetrouwden behooren aan

hun lot over gelaten te worden.... Het is niet goed als derden er

bij gaan inwonen.

--He!.... maar u toch wel....? U bent zoo heel anders als alle andere

moeders.... en wij zijn eenmaal onafscheidelijk van elkaar.... u zou

die Dritte im Bunde zijn.... Als u niet bij me bleef zou ik nooit

willen trouwen....

Een heel ernstig trekje plooide zich om Elly's mondje.

Mevrouw van Weelen voelde weer die stekende pijn onder haar

borst. Vreemd, dat Elly juist vandaag haar gesprek in die richting

voerde....

--Als het zoover is dan komt dat allemaal wel terecht Elly.... Een

meisje, dat trouwt, behoort heelemaal aan haar man, dan heeft ze

zooveel nieuwe verplichtingen, dat ze haar moeder gewoonlijk wel

missen kan.

Onwillens lag eenige bitterheid in den toon waarop mevrouw van Weelen

tot haar dochtertje sprak.

Maar Elly, teveel vervuld van eigen gedachten, ontging die nuance.

Haar denken spitste zich op het eene vreeselijke.... zich te moeten

scheiden van haar moeder en dat leek haar onmogelijk.

Met vrouwelijke intuitie en het uiterst fijne doorschouwen, stond

plots het toekomstbeeld als een voldongen feit in den gedachtengang

van mevrouw van Weelen.

Ze wilde nu zelve van Elly een verklaring uitlokken.

De bange twijfel die tot bijna zekerheid was gegroeid, liet nog altijd

een kans....

En ze wilde weten.

Maar hoe zou ze Elly tot een volledige bekentenis brengen....?

Daarvoor moest ze een intiem oogenblikje afwachten....

Het dienstmeisje tikte aan om te dekken.

--Neen, nu ging het niet.

Ze zou telkens onderbroken worden in haar gesprek, en ze wilde Elly's

aandacht onverdeeld bezitten.

Ze moest aan allerlei buitenliggende factoren, aan de geringste

buiging in Elly's stem de waarheid toetsen.... want voor het eerst

in haar leven leek het haar of Elly iets verheimelijkte.

In de jarenlange afzondering van droeve levensvereenzaming, had ze

zich gehouden buiten elke aanraking met de mondaine wereld, was het

voor haar geworden of die niet bestond, niet essentieeler dan een

sprookje, dat haar nog wel eens vluchtig inviel, en weer dadelijk

vervaagde, soms toch wel even haar aandacht gevangen hield.

Dan was het of zij toefde in een wereld, die lag buiten haar eigen

levenssfeer, die voor haar geen geheimen verborgen hield, die evenwel

nooit haar innigste innerlijk beroerde.

Nu werd dat plots anders.

Nu drong verbeelden weer innige momenten op, levensstoeten van jeugd,

liefde, en geluk.

En ze besefte heel klaar, dat in die jaren aan den algemeenen toestand

niets veranderde, dat haar Elly een meisje was als alle andere, zij

zelve een vrouw als alle andere. Hoe had ze zich kunnen laten gaan

in zelfbedrog.... die vele vele jaren lang.... dat ze zich waande

losgescheurd van wat aan het leven bond, opgaand in het bestaan van

het kind, waarin ze zag louter voortbestaan van haar zelve.

En thans drong zich het leven aan haar op in felle kleuren.

Was het niet ontzettend een rivale te zien in haar eigen kind....?

Als ze zich eventjes deze waarheid indacht, een oogenblik het masker

van zelfbedrog aflegde, stroomden haar de tranen langs de wangen,

en hulde ze zich weer in haar schijn van niet weten, die haar het

veiligste leek.

Ze wilde sterk zijn en overwinnen.

Elly zou nooit mogen weten.

Dien nacht sliep ze niet, de slaap ontvlood haar oogen.

En in die oogenblikken van alomme stilte, beluisterde ze de rustige

ademhaling van haar kind,

O.... als Elly eens vermoedde hoe groot een smart thans haar ziel

vervulde ....! Ze zou wie weet afstand doen.... om wille van haar

moeder.

Even gloorde een glimp van hoop in haar duistere ziel.

Maar dadelijk vertrok haar mond in smart.

Nooit zou Elly mogen weten wat er eens bestaan had tusschen de Varennes

en haar.

Zij voelde, dat dit een schaduw zou werpen, die niet meer wijken kon,

zelfs niet voor de teederste toewijdingen der liefde.

En ze keerde tot zich zelve in met het vaste voornemen--er mocht

gebeuren wat er wilde--getrouw te blijven aan haar genomen besluit.

Als er een offer geeischt werd, zou zij dit zijn, mits.... de Varennes

haar Elly waarlijk liefhad.

Balmoedertje · 第 15 / 24 题