Nu zat Emilie in haar stille huiskamer.
Ze wachtte op de terugkomst van Elly, die met een vriendinnetje een
wandeling deed om te zien, of met den invallenden vorst, de ijsbaan
al geopend was.
En nu in haar eenzaamheid doorleefde Emilie nog eens die oogenblikken
van felle smart, die haar niet meer los liet, sedert ze den man,
dien ze eens zoo hartstochtelijk had liefgehad, weer terug zag.
Ze overwoog of het niet goed zou zijn met haar kind den Haag te
verlaten, en in het buitenland te gaan wonen.
Een stem binnenin haar liet haar niet met rust.
Nu weer de Varennes in haar levenslijn was getreden, was het of
daarmee al haar invloed op Elly was gebroken.
Ze kon er zich om haten.... om die dwaze angsten, die haar vervolgden,
zoovaak Elly onder haar oogen uit was.
Wat kon ze doen om haar kind te behoeden tegen een nadere kennismaking
nu hij weer in hun nabijheid was.... nu hij zich bewoog in de kringen
waarin ze Elly had ingeleid....
Het kind berooven van elken omgang met vriendinnetjes van haar eigen
leeftijd, het dwingen tot thuis blijven; of haar slechts veroorloven
uit te gaan in gezelschap van haar zelve....?
Dat gaf haar een aspect van zoo een groote troosteloosheid, dat ze
de gedachte daaraan dadelijk van zich afzette.
In haar leven van stille berusting was slechts één lichtpunt
geweest, dat er waarde aan gaf; het bezit van het kind. Elly was van
háár.... geheel van haar; en nooit had ze anderer inmenging gedoogd
bij de opvoeding.
Heel bewust voelde ze elke nuance in Elly's karakter, het was of ze
den harteklop van haar kind beluisterde.
Nu opeens scheen het haar anders geworden.
Nu was het of, wat ze met zooveel zorg en opoffering had opgekweekt,
stuurloos in den maalstroom van het hedendaagsche leven werd gestooten.
En dat maakte haar bang.
Maar was Elly dan niet haar kind?.... Was Elly niet toegerust met
alles wat haar moederlijke zorg in een volmaakte opvoeding had kunnen
leggen?....
Zou Elly niet blijven wie ze was, al zou een ander haar liefde
winnen? Zou zij de moeder, daardoor den invloed op haar kind
verliezen?....
Zij voelde een beklemming om haar hart, een smart, die haar in de
keel kropte, en zich schamend voor haar egoïsme, wischte ze snel een
traan uit haar oogen.
Het was al te gek....
Toch wist ze heel zeker, dat in Elly's en haar eigen leven
een nieuw tijdperk was ingetreden. Zij zou zich nu niet langer
kunnen laten gaan in het gelukkige bezit van het kind. Ze zou nu
wáken.... waarvóór.... dát wist ze zelf niet.
Maar het was of iets haar Elly bedreigde, dat had zich in haar denken
vastgezet, van den eersten dag af, dat ze Elly als volwassen meisje,
de wereld inleidde.
Een lichte schok doorvoer haar toen de electrische schel klaterend
de stilte scheurde.
Dat moest Elly zijn....
Nu al?....
Ze zag op de pendule.
Vroeger gaf het haar sensatie van groot geluk, begon haar hart
sneller te kloppen, als ze de vlugge pasjes in de gang hoorde, en o
die verrukking.... als daarna de deur open ging en Elly naar binnen
stortte, in blijden jubel de beide armpjes om haar hals knelde,
en haar overdekte met gloeiende kussen.
Nu, om zich een houding te geven verschoof ze de kleinigheden op
tafel, en ze nam nerveus het handwerk op, dat voor haar lag, den
schijn aannemend dat ze druk er aan werkte.
Elly, met hoogroode kleur, en doortrokken van de frissche winterkoude,
die in haar kleeren hing, kwam opgewonden op haar moeder toe, omhelsde
haar onstuimig, wierp daarna hoed en mantel op een stoel.
--Hier moes.... een bosje gele margarieten voor u....
--O.... heerlijk!.... dank je wel.
En vluchtig Elly aanziende vroeg ze: --Nu al weer terug?.... was de
ijsbaan nog niet geopend.... of had je het te koud?....
Het was of Elly's gedachten vervuld waren van iets anders. Even
wachtte ze voor ze antwoordde.
--O.... ja.... moeder.... de ijsbaan is wel geopend.... maar ik had
geen lust om langer te blijven ik had mijn schaatsen nog niet bij
me.... Zal ik eerst de bloemen in het water zetten?....
Emilie knikte, zag peinzend de stille straat in, waar de lantarens
werden opgestoken en kwijnden in den dikken wintermist.
Elly, bedrijvig, schikte de gele bloemen in een vaasje, zette zich
toen tegen haar moeder over aan de tafel.
--Het was jammer.... nu heb je niet kunnen rijden.... zei mevrouw
het gesprek weer vervolgend.
--O.... ik heb toch nog even de schaatsen van Mies onder gehad.... en
een baantje gereden.
Emilie voelde haar handen klam worden, en stroef ging de naald door
het ijle gaas.
--Zal ik even thee zetten.... moeder?.... vroeg Elly alweer van haar
stoel wippend.
--Ja wil je....? het water kookt.
Het fijne porselein rinkelde zachtjes onder de aanraking van Elly's
rappe handjes, verbrak even de spannende stilte.
--Was het druk op het ijs?.... en heb je geen kennissen ontmoet?....
Mevrouw van Weelens stem klonk vreemd heesch, en wat onthutst zag
Elly haar aan.
--Ja.... het was er heel vol.... en kennissen vind je er altijd. Het
weer was ook bijzonder mooi.
--Met wie heb je gereden....?
Die rechtstreeksche vraag klonk Elly zoo vreemd van ingehouden
emotie, dat ze even werkeloos bleef, haar moeder met groote oogen
aanstarend. Dan snel op haar toetredend sloeg ze de armen om Emilie's
hals, en zag haar vorschend aan.
--Moeder wat is er....? U doet zoo heel anders dan gewoon.... er is
iets.... dát weet ik zeker.... toe zeg 't me....
Mevrouw van Weelen gaf Elly haar kussen terug, weerde haar zachtjes
af. --Er is niets kindje.... wat zou er zijn....?.... Maar, zie je
nu je groot bent.... een volwassen meisje.... een jonge dame.... nu
is alles zoo anders geworden. Je bent nu geen kind meer.... en....
--En....? vorschte Elly.
--En nou ben ik bang, dat je me niet alles meer zoo vertelt,
als je vroeger deed. Het is nog zoo noodig, dat ik je in veel
dingen raad.... een meisje, dat pas uit gaat moet heel voorzichtig
zijn. Jij kent de wereld nog niet, en ik maak me wel eens ongerust,
dat er verkeerde dingen gebeuren.... dat je bij voorbeeld wat te veel
uitgelaten bent, je te veel laat gáán.... dat kan nu niet meer.... het
wordt soms door anderen verkeerd uitgelegd.
Een kilte viel plots over Elly nu ze haar moeder zoo tot haar hoorde
spreken; en Emilie zelve speurde iets van het ongerijmde van haar
betoog, waarvoor ze woorden koos, die ze eigenlijk niet bedoelde.
Waarom kon ze niet recht op haar doel afgaan.... en Elly zeggen wat
haar met zooveel vrees vervulde.
Er was nu iets tusschen haar beiden gerezen, dat de beide vrouwen
heel bewust voelden....
--U moest maar altijd met mij meegaan, moes...., u bent veel te jong
om zoo teruggetrokken te leven, zei Elly.
Voor het eerst beschouwde Elly haar moeder met den critischen blik
van vrouw, en het viel haar op hoe jong haar moeder er uit zag,
in het zwart fluweelen kleed, dat haar mooie vormen vast omsloot,
en op zijn voordeeligst deed uitkomen, den welgevormden hals en de
armen vrijliet. En in het tot vollen bloei gekomen meisje ontwaakte
de gedachte, dat haar moeder voor háár zich had teruggetrokken uit
de wereld.
Ook zij had nog recht op geluk.... bedacht Elly zich.
Ze had die wondere stemming in den laatsten tijd al vaker
opgelet.... En een heel diepe smart vlijmde door Elly's ziel.... Een
smart, die wortel schoot naast een tot leven gewekt geluk, waarvan
Elly zich nu bewust werd.
Dreigende stilte hing in de kamer.
Mevrouw van Weelen lei haar werk op de tafel, en zoo, de handen
over elkander gevouwen, staarde ze voor zich uit naar buiten, in de
grijsheid van den winternamiddag.
Een enkele ster twinkelde flauwtjes aan het uitspansel, en de
voetstappen van zeldzame voorbijgangers in de stille straat, klonken
hol of deden de aanvriezende rijp knerpen onder hun druk. Heel in de
verte ronkte een vrachtwagen over den hardbevroren weg.
Het waren vertrouwde geluiden, die haar niets zeiden.... Waarom
vandáág, stemden ze haar tot weemoed....?
Ze had Elly in haar armen willen nemen, haar koesteren, als ze in de
kinderjaren deed, en haar willen sméken.... maar.... wàt.... ? Hoe
moest ze het onder woorden brengen wat haar de keel toekneep van
smart....?
Het zwijgen maakte de stemming broeierig.
Emilie voelde de beklemming er van, stond op, wat in de kamer
verschikkend, en liep door de breede suitedeuren naar het kleine
serretje, waar haar werkmandje stond. Toen ze zich een oogenblik
later omwendde, en in de schaduwachtige duisternis van de door een
straatlantaren verlichte kamer schouwde, zag ze bij het verglommen
theelichtje Elly's figuurtje silhouetteeren en in het vage schijnsel
ging Elly's hand naar het vaasje met margarieten.
Vlug, als vreesde ze op heeter daad betrapt te worden, trok
Elly een bloem er uit, die ze ontbladerde.--Il m'aime.... un
peu,.... beaucoup,.... tendrement,.... passionnément.... par
caprice.... par fantaisie.... point du tout.
Het was voor Emilie een openbaring; een even schouwen in het diepst
van Elly's ziel.
Ademgespannen volgde ze van uit haar donkere schuilhoek elke beweging
van Elly's rappe handen.... en ze zag de margariet van haar kleine
lansvormige blaadjes berooven, die nu gouden tipten op het donkere
tafelkleed.
En als een orakel suisde het van Elly's lippen, nu nog eens, terwijl
heel haar denken zich op den uitslag spitste:--il m'aime.... un
peu,.... beaucoup,.... tendrement,.... passionnément.... par
caprice.... par fantaisie.... point du tout.
Emilie, zelve tot het uiterste gespannen, de oogen sperrend, de
blaadjes tellend die er nog over bleven; liep de uitkomst al vooruit.
--Il m'aime.... un peu,.... beaucoup,.... tendrement....
passionnément!!
Het was met een kreet van geluk, dat Elly bij het laatste woord,
waar haar levensgeluk op het oogenblik voor haar van af hing, het
bloemblaadje afrukte. In haar hand lag de knop, die zij in extase
aanzag en dan hartstochtelijk aan haar lippen drukte.