Een Fransch geleerde, zekere professor Jean Dégrès, heeft een nieuwe
theorie vastgesteld omtrent de beteekenis van het karakter.
De zóóveelste!
Niet meer uit de lijnen van de hand worden de aanknoopingspunten
vastgesteld, die moeten lijden tot de juiste beoordeeling van de ziel
en van het karakter des menschen.
Professor Dégrès heeft na studies van vele tientallen jaren een nieuwe
wetenschap vastgesteld.
Deze luidt:
Het karakter wordt afgeleid uit de schoenzolen.
Een der medewerkers van een Engelsch weekblad heeft den geleerden
zonderling in Parijs opgezocht.
De journalist schildert den professor aldus:
„Hij is een rustig, scherpdenkend man, in wiens gelaat de arbeid van
het denken diepe voren heeft geploegd.”
„De studie van een leven,” aldus verklaarde professor Dégrès, „heeft
mij er toe gebracht om het nauwste verband te brengen tusschen ziel en
zool van den mensch.
„Zijn eigenschappen, zijn gansche wezen weerspiegelt zich in de
schoenzolen die mij den weg wijzen naar zijn innigste gedachten.
„Een man bijvoorbeeld, die zijn zolen zeer sterk afslijt aan de toppen
van de teenen, terwijl het overige gedeelte van de zool niet het minste
slijt, is iemand bij wien voorzichtigheid is geraden.
„De drager van deze schoenen is licht geneigd om zich in gevaarlijke,
onwettige ondernemingen te steken en behoort tot degenen, die terstond
naar de wapens grijpen, als men hen een voet dwars zet.
„Als bij iemand het eerst de zool gaat slijten onder den bal van den
voet en daar het ergst wordt afgedragen, beteekent dit volgens den
professor, dat deze persoon een nauwgezet, arbeidzaam mensch is, een
harde werker, een zwoeger, iemand, die van ’s morgens vroeg tot ’s
avonds laat slooft en niet beschikt over al te sterke wilskracht.
„Waar alleen de rechterkant van den rechterschoen is afgesleten, kan
men aannemen, dat de drager dikwijls over heel gewichtige, diepgaande
en ernstige vragen heeft na te denken; hij is waarschijnlijk een
advocaat of een geleerde.
„Lieden, die met dicht aaneengesloten voeten gaan of met naar buiten
gerichte voettoppen, moet men met wantrouwende blikken bekijken, want
zij zijn brutaal en kennen geen gewetensbezwaren.
„In de een of andere zaak zullen zij hun tegenpartij steeds te slim,
maar vooral ook te sluw af zijn.
„De optimist slijt zool en teentoppen gelijkmatig af.
„Hij springt vroolijk en gelukkig over de aarde.”
Ook voor alcoholmisbruikers heeft professor Dégrès zijn kenteekenen.
Natuurlijk hebben wij slechts in zeer grove trekken verhaald, wat de
geleerde zooal heeft opgemaakt uit de schoenzool.
Behalve genoemde kenteekens zijn er nog duizend kleine, nauwelijks
merkbare aanwijzingen, die den professor weer een bron van aanwijzingen
zijn omtrent het karakter van den drager dier min of meer kapotte
zolen.
De professor heeft jarenlange studie gemaakt van een en ander.
In Parijs trekt de studie van professor Dégrès de aandacht van velen.
Nieuwsgierigen zoeken hem op, maar hij denkt er niet aan om anderen in
te lichten en laat niets los.
Of professor Dégrès het bij het rechte eind heeft?
Of zijn karakterstudies eenige waarde hebben?
Hoevelen niet waren er reeds vóór hem, die het menschelijk karakter
bestudeerden.
En hoevelen zullen er nog na hem komen?
Wie weet het!!!