Het dagelijksche ochtendrapport, dat politie-inspecteur Baxter van zijn
beambten ontving, was juist doorgelezen en had het humeur van den chef
van Scotland Yard aanmerkelijk slechter gemaakt.
Voor het tweede ontbijt was de inspecteur van politie altijd
ongenietbaar.
Met een vloed van scheldwoorden gaf hij de dikke portefeuille met acten
aan Marholm, toen de dienstdoende agent binnentrad en meldde:
„Miss Prince.”
Hij mompelde een ellenlangen vloek, want dit bezoek was hem vóór het
ontbijt zeer onwelkom.
„Ik ben nu niet te spreken!” riep hij uit, „laat zij naar den duivel
loopen. Wat heeft zij haar neus in onze zaken te steken. Ik kan op mijn
nuchtere maag geen oude wijven uitstaan.”
„Gij waart toch heel blij, inspecteur,” sprak de vloo, zooals Marholm
door zijn collega’s steeds werd genoemd, „dat deze dame, dit genie der
Amerikaansche detectivekunst, zich bij u aanmeldde om u te helpen,
Raffles te vangen.”
„Hoor eens,” riep Baxter met een woedenden blik op zijn secretaris,
„zwijg nu alsjeblieft over Raffles. Ik wil niets over dien man hooren.
Kort en goed, ik heb geen tijd en geef u volmacht om mij in alle
aangelegenheden te vertegenwoordigen, waar zulks noodig is.”
„Wees dan zoo goed,” sprak de vloo, „om mij dat zwart op wit te geven.”
Inspecteur Baxter zette een paar regels op papier, welke Marholm het
recht gaven, in zijn plaats te handelen.
Daarop verdween Baxter door de zijdeur, terwijl de vloo den nog steeds
wachtenden politie-agent bevel gaf, Miss Prince binnen te laten.
„Ik ben zenuwachtig,” riep zij den detective toe, „ik ben voor den
eersten keer in mijn leven zenuwachtig. Verbeeld u, wat mij gisteren is
overkomen.”
Met een stroom van woorden, vertelde zij Marholm van haar ontmoeting
met Raffles en van diens brief.
De vloo kon een lachje niet bedwingen, wat de Miss boos maakte.
„Ik wilde den politie-inspecteur nu verzoeken,” vervolgde zij, „om een
zijner beambten te mijner beschikking te stellen, die mij kan
begeleiden.”
„Allright,” antwoordde de vloo, haar een vel papier gevende, „schrijf
uw verzoek hierop, dan zal ik de noodige maatregelen nemen.”
Terwijl Marholm op zijn gemak zijn pijp rookte, schreef Miss Prince het
verlangde op en overhandigde het papier aan den detective.
Deze las het vluchtig door en schreef er onder:
„De detective Marholm wordt ter beschikking gesteld van Miss
Prince.
Namens den politie-inspecteur Baxter,