JOHN C. RAFFLES.”

Zoo snel als nu was miss Prince nog nooit opgesprongen.

„Wie gaf u dezen brief?” vroeg zij den kellner.

„De heeren die zooeven aan uw tafeltje stonden,”

„Wat?” schreeuwde Miss Prince, „hier aan mijn tafeltje?”

„Ja. Ik zag de heeren met u spreken.”

Met een zucht viel Miss Prince in haar stoel terug.

Het schemerde voor haar oogen.

Dit was meer dan zij kon verdragen.

Terwijl zij erover nadacht, hoe zij Raffles in handen zou kunnen

krijgen, naderde hij haar, beleedigde haar, had met haar gesproken,

stuurde haar een brief en was verdwenen.

Zij wierp een paar groote geldstukken op het tafeltje en was verdwenen.

Misschien gelukte het haar, hem nog te vinden.

Maar haar hoop bleek ijdel.

De portier deelde haar mede, dat de heeren, welke zij hem beschreef, te

voet waren heengegaan.

Toen zij vroeg, in welke richting, wees hij haar, omdat zij geen fooi

gaf, de tegenovergestelde.

Zij snelde den verkeerden kant op.

John Raffles echter had met Charly Brand een huurrijtuig genomen en was

daarin naar het station gereden.

Toen zij in de coupé zaten, sprak hij tot Charly Brand:

„Ik heb nog twee shilling in mijn zak als laatste overblijfsel van ons

gezamenlijk vermogen. Het was juist voldoende om alle onkosten te

bestrijden. Als je nog een dag had gewacht met mij op de hoogte van den

toestand te brengen, dan had ik er niet voor ingestaan, dat de truc mij

was gelukt.

„Voortaan moet je mij steeds waarschuwen, als wij minder dan 100 pond

op de Bank hebben staan.”

De avonturierster was intusschen weer tot bewustzijn gekomen, opgestaan

en had zich wankelend naar het salon terug begeven.

Nadat zij een paar glazen water had gedronken, trok zij haar mantel aan

en ging heen.

In machtelooze woede balde zij de vuisten, zoodat haar nagels zich diep

in het vleesch groeven.

Slechts één enkelen wensch koesterde zij op het oogenblik: den

ondergang van Raffles te bewerken!

Lord Lister No. 0034: De kamerheer van den Koning van Servië · 第 7 / 25 题