Waarin Inspecteur Punt neerdaalt op 't Automatisch Hotel en Spits
't spoor bijster raakt.
Inspecteur Punt was om zoo te zeggen 'n geboren politieman. Z'n vader,
z'n grootvader, z'n overgrootvader benevens verscheidene ooms en
oudooms hadden hun leven doorgebracht bij de veiligheidsdienst totdat
ze gepensioneerd werden. Daar waren beroemde mannen onder, tegen wier
nagedachtenis inspecteur Punt met diepe vereering opzag. Een van hen
was zelfs na z'n dood als standbeeld vereeuwigd en stond nu boven op
't hoofdbureau van politie, boven op 't dak, want niet alleen keek
bijna geen mensch meer naar 'n standbeeld dat op de grond stond, doch
de man wiens beeltenis daarboven pronkte was de beroemde commissaris
Punt, de man die de luchtpolitie had uitgevonden, en dus ook dáár
behoorde geëerd te worden.
't Zat inspecteur Punt dus zoo'n beetje in 't bloed. Hij kende geen
grooter genot, dan 't achtervolgen van lui, die wat op hun kerfstok
hadden en ofschoon in 2010 de menschen over 't algemeen nog al binnen
de perken bleven en zich niet meer zoo slordig vergrepen aan 't leven
en 't goed van hun medemenschen, zooals honderd jaar geleden, waren
mannen als inspecteur Punt toch bij lange na niet overbodig. Je had
altijd nog menschen met lange vingers, voor wie stelen 'n ding was
dat ze niet laten konden. Dat bewees alweer 't verdwijnen van m'nheer
Vliegentherts aeroplaan.
Inspecteur Punts hart klopte dan ook van vreugde toen hij er met
Spits op uit mocht, om het spoor van den dief of de dieven te
volgen. En 't begin van de reis was al zeer gelukkig. Gewoonlijk
moest de politieman, die met een hond de lucht in ging, eenige malen
rondvliegen, op de wijze van een postduif die de richting naar z'n
hok zoekt, eer de hond door aanslaan te kennen gaf, dat ie 't spoor
in de neus had. Toen inspecteur Punt met Spits de ruimte in vloog,
was dat rondvliegen niet eens noodig. Spits sloeg dadelijk aan.
Inspecteur Punt was blij, dat hij de opmerkingen van brigadier
Kwadraat kort en goed had afgewezen. Wie weet wat die man nu weer
voor onzin over dat blonde haar wou vertellen. Brigadier Kwadraat was
'n zeer geschikt ambtenaar, die de politiehond Spits fijn gedresseerd
had. Dat was gewoon verbazingwekkend, doch daar hield 't ook mee op. 'n
Gevolgtrekking maken uit zoo'n kleinigheid als 't vinden van 'n haar
aan 'n deurknop, dat ging boven brigadier Kwadraat z'n verstand.
Al deze dingen gingen inspecteur Punt door 't hoofd, toen hij met
Spits door de lucht vloog met 'n snelheid van honderd kilometer in
het uur. En Spits deed geregeld z'n kort "waf" hooren, ten bewijze
dat de vlieger 't goede spoor volgde. 't Ging boven verwachting
gemakkelijk. De inspecteur vloog ter hoogte van iets meer dan 200
meter. De dief had ook op die hoogte gevlogen, anders zou Spits z'n bek
wel houden. Je had daar soms 'n heele getob mee om de goede hoogte te
houden. Want als de dieven slim waren en nu eens hoog en dan weer laag
vlogen, dan was 't zelfs voor de handigste politieman met den fijnsten
speurhond bijna niet om te doen in de leege lucht deze golflijn te
volgen. Maar de dief die er met m'n heer Vliegentherts aeroplaan van
door was, leek wel 'n nieuweling in 't vak. Recht toe recht aan was
hij of waarschijnlijk zij de grenzen over gegaan. Inspecteur Punt
vloog nu reeds boven Nijmegen, zonder 'n enkele maal van de rechte
lijn afgeweken te zijn, noch terzijde, noch omhoog of omlaag. En
voort ging het met 't zelfde honderdkilometer-gangetje.... en Spits
kwam geregeld achter den inspecteur met z'n "waf".
"Als dat zoo doorgaat ben ik om 12 uur de Wezer al over," dacht
inspecteur Punt. Hij had de kaart goed in z'n hoofd, wat trouwens met
de meeste menschen in die tijd 't geval was. 'n Vliegmensch moest
de kaart wel kennen, die diep onder z'n voeten uitgespreid lag, om
zich snel te kunnen oriënteeren. Heel snugger vond inspecteur Punt
de dief ook al niet. Als de gestolen vlieger iets meer Oostelijker
was gegaan, dan was hij ten Noorden van de Harz gebleven en had
behalve eenige onbeduidende bergen in de buurt van Munster in
Westfalen de prachtigste vlakte onder zich gehad. De Luneburger
heide, de Altmark, de Uekermark en vervolgens de Pommersche vlakte
van Oostpruisen en daarna Rusland.... 'n Makkelijke vliegbaan, van
'n onmetelijke uitgestrektheid.... Volgens Spits waren ze echter
ten zuiden van de Harz gebleven, indien de richting tenminste nog
'n poosje zoo bleef. Daar was 't terrein veel bergachtiger. Doch
ze konden nog wel veranderd zijn.... maar dat zou Spits wel weten
te vertellen. Voorloopig rook Spits nog steeds 't spoor en sloeg
regelmatig aan. Tegen elf uur had inspecteur Punt Paderborn links
voor zich. 't Laatste stukje van 't vlakke Munsterland gleed onder
hem weg. Hamm, Soest, Lippstad had hij reeds achter zich en nu rezen
voor hem de bergen en met hen ook de eerste moeielijkheid.
Hoe hoog was de dief gestegen om er over heen te raken? Volgens Spits
waren ze maar recht toe recht aan op die bergen aangevlogen. Tenminste
voorloopig. 'n Voorzichtig vlieger zou echter hier reeds de hoogte
zijn ingegaan, en inspecteur Punt, die 'n voorzichtig vlieger was,
verzette z'n hoogtestuur. De monoplaan rees als 'n zwaluw met de kop de
lucht in.... Vreemd.... dat scheen de dief op dezelfde plek óók gedaan
te hebben volgens Spits, die z'n goedkeuring over de stijgmanoeuvre
te kennen gaf door 'n luid "waf!" De politiemonoplaan vloog over de
Egge op 500 M. hoogte, dat is maar 'n kleine 50 Meter boven de grond
daar.... Spits keurde 't wederom goed met 'n "waf."
"Dat gaat buitengewoon", prevelde inspecteur Punt. "Nog nooit is 't me
zoo gemakkelijk gevallen.... Komaan hier daalt de bodem weer tot aan
de Wezer.... dat zal zoowat vijf-en-twintig Kilometer zijn. Me dunkt
de dief zal hier wel rechtuit gevlogen hebben, omdat 't niet de moeite
waard is te dalen, wijl aan de overkant toch weer hoogten zijn van
'n honderd meter of vijf, as ik me niet vergis...." "Waf." Spits was
't volkomen eens met inspecteur Punt.
Precies twaalf uur was de vlieger boven Göttingen en inspecteur Punt
kreeg trek in eten.
"Me dunkt Spits we moesten hier maar even de reis onderbreken om wat
te gebruiken. Jij lust geen vliegtabletten en ik heb ook liever wat
anders. Bovendien hebben we wel een goed maal verdiend voor ons knappe
werk, want we zijn den dief nog altijd op 't spoor hé!".... "Waf"
zei Spits.
"Nou goed.... maar wacht es.... zijn we hier niet in de buurt van
Nordhausen?.... Daar moet een van die fameuse automatische hotels
zijn.... Dat wil ik meteen wel eens zien.... Weet je wat Spits, die
vijftig kilometertjes hebben we d'r zoo opzitten.... Niet de moeite
waard.... tenminste als we er niet door uit de richting raken,"
Doch 't bleef altijd maar de goede richting. Spits riep telkens
"Waf". De dief was dus ook op Nordhausen aangevlogen.
Inspecteur Punt liet z'n motor wat harder draaien en legde de vijftig
kilometers binnen 't half uur af.... Tien minuten voor half een
klonk het "waf" van Spits vlak boven het automatische hotel op welks
dak Dolf zich niet zuinig zat te vervelen. Hij was die morgen thuis
gebleven om te wachten tot Jan Drie z'n slaap uit had.
"Au-to-ma-tisch-Ho-tel" las inspecteur Punt. Dat waren de witte
mozaikletters in de bruine granitovloer van 't dak. In 1910 plaatsten
de menschen hunne afschuwelijke annonce's langs de spoorweg in de
weilanden en de heien en langs hun mooie bosschen rechtop. In 2010 kon
't niet anders dan horizontaal want de menschen voor wie ze bestemd
waren vlogen.... en daarvoor waren de daken juist geschikt. En er
werd niemendal mee bedorven. 't Was zelfs wel aardig als je van uit de
vlieger of de luchttrein naar beneden kijkend al die platte huisdaken
zag als omgewaaide reclame borden.
"Hier is 't...." zei Inspecteur Punt. De motor stopte en de monoplaan
daalde neer op 't dak.
Dolf was er niet zoo verwonderd over, dat er 'n hond in die vlieger
zat. Dat gebeurde wel meer ofschoon de meeste honden er 't land aan
hadden. Alleen de boksers waren er gek op.... Die stamden dan ook
af van honden die in vroegere tijden bij voorkeur met snelrijdende
wagens waren meegehold. Later werden hunne afstammelingen groote
liefhebbers van automobielrijden en in 2010 hadden ze liefhebberij
in de nog snellere vlieger. Maar deze hond was geen vliegbokser,
maar 'n herdershond en op z'n halsband had hij 't woord "politie"
staan. En dat gaf Dolf 'n lichte schrik.
"Wat moest die politiehond op 't dak van 't Automatische? En wie was
die vreemde vent?...." Natuurlijk 'n politieman.... wat zekerheid werd
toen deze uitstapte en Dolf 't bekende gezicht van inspecteur Punt uit
z'n eigen woonplaats voor zich zag. 't Was geen wonder, dat Dolf de
aankomst van dien man met z'n hond in verband bracht met de aeroplaan
van m'nheer Vliegenthert en begon te vreezen dat deze speurman met z'n
speurdier z'n armen vriend Jan Drie leelijk in 't vaarwater zouden
zitten. In dat geval moest Jan de vlucht nemen of ergens verborgen
worden. Dolf wist niet wat 't beste zou zijn... maar ze mochten hem
in geen geval te pakken krijgen. Jan Drie was geen dief, doch dat
was iets dat je zoo'n politieman heel moeilijk en zoo'n politiehond
heelemaal niet aan 't verstand kon brengen. Met de inspecteur was
misschien nog te redeneeren, maar zoo'n hond.... lieve hemel als die
de lucht van je had greep ie je eenvoudig in je broek.... en als dat
kleedingstuk scheurde nam ie je ergens anders, maar hij hield je vast.
Met zoo'n dier viel niet te praten.... Dat deed wat 'm gezegd
was.... de rest lapte hij aan z'n laars. 't Heele geval zag er niet
zoo voordeelig uit, maar Dolf besloot eerst maar eens af te wachten,
wat er gebeuren zou. Kwam de hond uit de vlieger en hij wees z'n
baas regelrecht de weg naar Jan's kamer, dan kon je de zaak wel als
verloren beschouwen--ofschoon er dan nog de kans bleef dat Jan Drie
uit 't raam van de vijfde verdieping ontvluchtte. 'n Klein kansje,
maar dat toch waar te nemen was, als de nood aan den man kwam en Jan
zoo verstandig geweest was z'n deur te sluiten. Als Jan dat vergeten
had--was alles totaal verloren.... dan was er geen hoop meer.... Doch
zat die deur op slot, dan kon inspecteur Punt z'n nikkel niet in de
gleuf krijgen en 'n automatische deur open laten steken door 'n smid,
zooals dat met de gewone sloten geschiedde, daar ging 'n zware wijs op.
Tot Dolfs groote verbazing gebeurde er echter niets van wat hij zoo
vreesde. Inspecteur Punt was uitgestapt, had z'n vliegjas uitgetrokken
en die bij Spits op 't bankje gelegd met de woorden: "Spits pas er
op...." Spits was als 'n gehoorzame wel opgevoede hond even opgestaan
om inspecteur Punt gelegenheid te geven z'n jas netjes neer te leggen
en was er toen naar hondenmanier dadelijk boven op gaan liggen. Spits
had daarbij even met de oogen geknipt, alsof hij te kennen wilde
geven dat ie er alles van begreep en z'n plicht zou doen, wat die
jas betrof. Daarna sloot Spits heel genoegelijk z'n oogen en sliep
al voor de inspecteur Punt met de lift naar beneden ging.
Dat viel Dolf mee. Zonder hond, zou inspecteur Punt toch wel niet
instaat zijn te ruiken dat Jan de monoplaandief was. Maar je kon niet
weten, en daarom was 't misschien beter deze politieman 'n beetje in
de gaten te houden. De inspecteur maakte dit nogal gemakkelijk door
in de wereldtaal aan Dolf te vragen op welke verdieping de eetzaal
was. En toen werd deze sluwe vierdeklas-H-B-S-leerling opeens van
z'n bovenste hoofdharen tot aan z'n voetzoolen één stuk gedienstigheid.
Hij lichtte den inspecteur met vriendelijke voorkomendheid in, zakte
gelijktijdig met hem in de lift naar beneden, en ging hem voor naar
de eetzaal, met de salon en de rookkamer 't eenige vertrek, waar
je zonder nikkel in kon komen. Daar zaten reeds eenige logé's aan
tafel--maar Dolfs familie was er nog niet. Hij kon dus inspecteur Punt
gezelschap houden, wat deze niet onaangenaam scheen te vinden. Bij
't binnenkomen had de inspecteur even vlugjes, doch met een scherpe
blik de aanwezigen gemonsterd en wendde zich toen weder tot Dolf.
"En hoe gaat dat hier nu vriendje? Ik heb honger als 'n paard."
"O, m'nheer dat gaat heel eenvoudig. Gaat u maar hier bij de tafel
zitten.... zóó.... Nu werpt u 'n nikkel hier in de gleuf."
"All right".... en nadat de nikkel van den inspecteur eventjes 't
gewone geluid van 'n vallend geldstuk in 'n metalen koker gemaakt had,
ging er even 'n glad gepolijste metalen plaat midden op de tafel heen
en weer, tik.... tik.... en vóór de plaats waar de inspecteur zat,
was de tafel helder wit gedekt en stond 't sierlijke menukaartje voor
hem op de rand van de blinkende plaat.
"Verder?" vroeg de inspecteur.
"Heeft u 't al gelezen?" zei Dolf.... "Daar staat alles heel duidelijk
op."
De inspecteur las zorgvuldig, deed z'n portemonnaie open, nam er
'n hoop nikkels uit, dunne dingen allemaal, die hij zorgvuldig
telde, telkens op de menu kijkend, wierp er één in de gleuf
en.... bord mes en vork stonden voor hem.... Toen weer eenige
nikkels.... Tik.... Tik.... ging de plaat en de inspecteur had in
'n kleine blinkende terrine, z'n geliefkoosde selderiesoep voor
zich. Zwijgend smulde hij.... doch toen de soep op was en hij de menu
weer ging bestudeeren, vroeg hij op eens aan Dolf:
"Heb je ook soms 'n roode aeroplaan hier in de buurt gezien?"
"'n Roode aeroplaan?" zei Dolf.... "dat geloof ik wel.... Er zijn
van morgen heel wat plaantjes door de lucht gekomen.... 'n Paar roode
geloof ik. Ik ben bijna de heele ochtend boven geweest van vanmorgen
vroeg af."
"Zoo", zei inspecteur Punt.... "Wat noem je vroeg?"
"Vóór dat de zon op was m'nheer".
"Ei.... dat is vroeg.... Dan moet je 'm gezien hebben.... Ik zoek
namelijk naar 'n gestolen aeroplaan.... Apropos.... hoe is je naam?"
"Dolf Brandsma.... uit Den Haag...."
"Den Haag.... prachtig.... Dan zullen we maar Hollandsch spreken
verder.... Ik ben inspecteur Punt.... ook uit Den Haag. Ken je daar
ook ook soms m'nheer Vliegenthert.... Jodocus Vliegenthert?"
"Heel goed inspecteur...." zei Dolf lachend.... "M'nheer Vliegenthert
is 'n oom van me.... we noemen 'm oom Dokie."
"Nou die oom Dokie is z'n monoplaan kwijt.... 'n roode monoplaan met
slaande vleugels."
"Daar zal oom Dokie wel woedend om zijn....
"Wel mogelijk," zei inspecteur Punt zich bedienend van koteletten met
suikerboonen... "Maar dat is de zaak niet... De zaak is, dat ik hier
gekomen ben om die vlieger... natuurlijk met dief en al, terug te
brengen... Tot hiertoe heb ik 't spoor kunnen volgen.... maar iedere
aanwijzing is me bovendien welkom.... Heb je vanmorgen vroeg niet
zoo'n roode monoplaan zien voorbijkomen--zoo een met slaande vleugels?"
Dolf had 'n hekel aan liegen, doch op deze vraag kon hij net nog
'n antwoord geven zonder zich aan 'n leelijke onwaarheid schuldig te
maken en hij antwoordde dan ook zonder blikken of blozen:
"Neen inspecteur, ik heb geen roode monoplaan met slaande vleugels
voorbij zien komen."
De aeroplaan van m'nheer Vliegenthert was n.l. cacaokleurig zooals
de Streep goed gezien had, ofschoon hij 't "cacaoròòd" noemde, en
deze vlieger was niet voorbijgevlogen, maar stond boven in de hangar.
"Zoo, zoo...." zei inspecteur Punt kluivend. "Weet je 't zeker?"
"Vast en zeker," betuigde Dolf.
"Zoo, zoo, dan heb je toch niet goed gekeken, want Spits z'n neus is
't meest betrouwbare speurinstrument, dat er bestaat .... en dat heeft
me hier gebracht.... Die aeroplaan moet hier voorbij gevlogen zijn."
"'t Begint er toch nog slecht voor Jan uit te zien," dacht Dolf. "Die
inspecteur schijnt zoo zeker van z'n zaak, dat ie maar kalm eerst z'n
maal doet.... Wie weet of hij er al niet alles van begrijpt.... Ik
moest Jan maar gaan waarschuwen, en hem op de vlucht helpen gaan."
"Inspecteur," zei Dolf, "u neemt me niet kwalijk, dat ik u alleen
laat?"
"Heb je zoo'n haast?" informeerde inspecteur Punt.... "Kom je zal
toch wel niemendal uit te voeren hebben in de vacantie.... Ik vind
't erg gezellig, als ik 'n beetje aanspraak heb onder 't eten.... Maar
als je weg moet neefje van oom Dokie, ga dan je gang hoor.... Ik ben
anders zóó klaar...."
Toen bleef Dolf maar weer. Hij zei dat 't niet zoo hoog noodig was
dat ie wegging.... en 't was misschien tòch maar beter te zien wat
die inspecteur Punt in z'n schild voerde. Heel lang behoefde hij
niet te wachten. Inspecteur Punt had spoedig z'n maaltijd geeindigd
en stond op.
"Drommels, das waar ook", zei hij opeens... "Ik zou de hond
vergeten... die heeft ook wel 'n goed maal verdiend... wat zullen
we hèm geven?.... Laat eens zien... brood, 'n portie koud vleesch en
'n bak water... Laten we dat dan maar doen... Maar hoe komen we aan
't water?... Hier kan ik niet anders krijgen, dan water per glas... en
't moet minstens 'n bak vol zijn."
"O, da's niemendal", zei Dolf... "Op 't dak is de waterleiding en
ik kan wel voor 'n emmer zorgen of zoo iets.... Die zijn wel in
de hangars...."
"Goed hoor".
En nu wierp inspecteur Punt herhaalde malen 'n nikkel in de gleuf en
telkens ging de schuif heen en weer en bracht 'n broodje. Tik-tik-tik,
ging 't wel tienmaal en toen kwam 'n schotel koud vleesch. Maar die
kostte verscheidene nikkels.
"Ziezoo, daar heeft ie genoeg aan."
"Dat wil ik graag gelooven," zei Dolf lachend. "Tien broodjes."
"Hij heeft 'n hondemaag", zei inspecteur Punt. "Wil je ook wat dragen?"
"Met plezier inspecteur."
Nu gingen ze naar boven en Spits was dadelijk klaar wakker, toen ie
't eten rook. Dolf schommelde vlug 'n bak op en kwam met 't ding vol
water gedienstig aanloopen.
"Dank je wel", zei de inspecteur vriendelijk.
Spits deed ook niet lang over z'n middagmaal. Hij kon er nog gauwer
mee overweg dan inspecteur Punt. Doch toen Dolf hem de bak water voor
z'n neus hield weigerde Spits en keek inspecteur Punt aan.
"Hij heeft geen dorst," zei Dolf.
"Geen dorst? Geef mij 't water maar eens, dan zal je eens wat
zien. Zie je wel, dat ie dorst heeft?.... Spits neemt nooit iets van
'n vreemdeling aan. Dat doet geen enkele politiehond. Je begrijpt
wel waarom hè?.... Ziezoo.... neefje van oom Dokie.... nou gaan we
er maar weer op los.... Dank voor je behulpzaamheid hoor.... Goede
middag.... en plezierige vacantie...."
Inspecteur Punt stapte in de monoplaan en Spits zat alweer rechtop met
de neus in de wind. De motor begon te snorren.... de propeller draaide
met razende snelheid en voor dat Dolf 'n woord had kunnen zeggen,
steeg de politievlieger de lucht in, terwijl de inspecteur riep:
"Zoek de monoplaan."
Dolf wist van louter verbazing niet of hij z'n oogen en z'n ooren
gelooven kon.... "Zoek de monoplaan!".... en dat ding stond geen tien
pas van hem af in de hangar! Hij keek met groote oogen de vlieger
na, die in bijna oostelijke richting wegvloog. Zou die vriendelijke
inspecteur Punt hem in 't ootje willen nemen en maar even weggevlogen
zijn om te toonen hoe zeker hij van z'n zaak was?.... Daar had je
't al.... de vlieger keerde terug.... tot vlak boven 't dak van 't
hotel en daar begon 't ding rond te zwieren in kringen, doch wat Dolf
vreesde gebeurde niet. De monoplaan van inspecteur Punt daalde niet
neer op 't dak maar beschreef 'n spiraal de hoogte in, stijgend en
al kleiner en kleiner wordend tot ie op 't eind nog slechts 'n punt
was.... en daarna heelemaal niets meer.
Dolf bleef nog wachten en turen naar 't blauw van de hemel, maar de
vlieger kwam niet terug.... Verdwenen in de ruimte.
Toen ging Dolf naar de lift om Jan Drie te gaan vertellen van
inspecteur Punt en z'n hond Spits.