Wij Carolus Philippus, bij de gratie Gods paltsgraaf van den Rhijn,

thesaurier van het H. Romeinsche rijk en keurvorst van Bayeren, Gulick

en Cleef, hertog van Bergh, prins van Moers, graaf van Velden,

Spanheim, Marken en Ravensberg, en heer van Ravensteyn; doen aan allen

kond dat, nadat in onze geheime vergadering de raadsheeren, schepenen

en gezworenen der stad en gemeente Brüggen ons nederig gesmeekt

hebben, dat wij tot vermeerdering (der inkomsten) van de vicarie te

Borren de volgende stichting mogen maken, doen wij aan allen kond, dat

de edele raadsheeren schepen en raadsheeren of gezworenen der stad en

gemeente Brüggen en Borren, op den 14. dag der maand Maart anno 1733

(de elfde indictie) onder het pontificaat (bij de Goddelijke

Voorzienigheid en de genade Gods) van onzen verkoren allerheiligsten

vader en paus Clemens den elfden van dezen naam, voor mij den

apostolieken en keizerlijken notaris verschenen zijn en dat zij aldus

getoond hebben, namelijk dat zij van plan zijn om over de

tegenwoordige bijvoeging (aan de inkomsten) der vicarie te Borren een

of meer instrumenten te laten maken, waar voor zij mij, in

tegenwoordigheid der ondergenoemden daartoe speciaal gevraagde

getuigen, gevraagd hebben deze vermeerdering in den volgenden vorm op

te stellen.

1^o Dat de voorgenomen vermeerdering uit deze motieven goed, en aan de

gemeente nuttig en heilrijk is en beter gedaan dan achterwege gelaten

omrede, deze Vicaris schraaltjes bedacht zijnde, zonder patrimonie van

zijn vader niet gewijd kan worden, en dat de meesten tijd dat ambt

door den pastoor van die plaats bediend moet worden, en dat deze

plaats (van Vicaris) vacant zijnde, de toekomstige kapelaan wegens

niet voldoenden titel van wijding deze misschien niet kan aannemen,

dat in dit geval met één bestendig (stabiel) priester slechts als

pastoor der parochie, deze in de toekomst het gebrek van een kapelaan

moet ondergaan en daardoor (in aanzien lijdt) ontsierd wordt.

2^{de} Waarom zij, op bovengenoemde wijze bewogen, van het daar

gelegen gemeen veld vrijelijk en zonder eenige last, twaalf bunder

land, zooals dit land tot nu toe altijd zonder last geweest is, niet

alleen aan wijzen, maar het ook met de daartoe noodige planten

voorzien en het voor deze vicarie noodzakelijk brandhout voor het

beter onderhoud (bestaan) der vicarie aanbieden; daar echter van dit

gemeen veld of heide, opdat het niet door een stuiver lasten zelfs kan

belast worden, zoo als het ook niet kan, en dat het geen ander

voordeel heeft en dat uit deze planting (de afschaffing van planten

uitgezonderd) aan deze geen schade moge berokkend worden, en te meer

nog daar na dat, het planten van het veld gedaan zijnde, de kapelaan

voortaan in de gemeente kan wonen en dagelijks het h. Sacraficie der

mis kan opdragen, op deze nederige hoop vertrouwende, hopen wij dat de

Doorluchtige Keurvorst de tot dit godvruchtig werk noodzakelijke

toestemming moge geven, en meer nog omdat wegens de vermeerdering (van

eigendom en inkomsten) van dit eenvoudig beneficie, de bedienaar er

van voor de weldoeners (waaronder de Doorl. Keurvorst als landheer in

de eerste plaats is te beschouwen) met een jaarlijksche dienst belast

wordt, en de begiftiging (des ambts) bij de begevers van de eerste

fundatie, de raadsheeren, schepenen en gezworenen, blijft.

Gedaan in tegenwoordigheid der eerzamen Arnoldus Beeckmans en Joannes

Hammecker, getuigen daartoe speciaal gevraagd, en hebben de

bovenvermelde raadsheeren, schepenen en gezworenen tot grootere

zekerheid en stricter inachtneming dit instrument met hun eigene

handen onderschreven en met hunnen gewonen gerechtszegel

geconfirmeert. Verder hebben zij mij verzocht dit met mijne hand en

zegel te bevestigen, in het jaar voornoemd pontificaat en indictie als

boven.

[Illustratie: zegel]

Joannes Hoffer, schepen.

Joannes Horsten, raadsheer en schepen.

Arnoldus Gielen, schepen.

Joannes Neeffen, schepen.

Ten bewijze van het vorenstaande heb ik geteekend en onderteekend

[Illustratie: zegel]

F. P. Junggeburth,

in de keizerlijke kamer van Wetzlar

ingeschreven notaris in het bijzonder

hiervoor voorzocht.

Door bovenstaand allernederigst smeekschrift bewogen, stemmen wij er

in toe deze stichting tot meerdere duurzaamheid met ons hoogst

keurvorstelijk en landheerlijk gezag allernederigst goed te keuren en

te bevestigen, hetgeen wij aldus aan bovengemelde raadsheeren,

schepenen en gezworenen naar hunne nederigste meening allergenadigst

toestaan, zoodat deze stichting door deze onze beschikking, onder

voorbehoud en zonder benadeeling van onze en elke andere rechten,

goedgekeurd, ook in de jaarlijksche afrekening en in de registers

worde aangehaald en door het geheime zegel onzer hofkanselarij

voorzien van onze hooge gunst en toestemming getuigenis aflegge.

Düsseldorff den 25. September 1733. Op bijzonder allergenadigst bevel

van den allerdoorluchtigsten Keurvorst.

[Illustratie: zegel]

Graaf von Schaesberg,

P. W. von Francken, s.

Dat dit afschrift, uit zijn echt duitsch origineel door mij in het

latijn vertaald met dit, in alles wat den zin en zakelijken inhoud

aangaat, overeenstemt, getuig ik bij deze.

Brüggen (in Gulick) den 16. Juni 1756.

Petrus Maassen,

keizerlijk openbaar en ingeschreven notaris.

* * * * *

Dat Henricus Franssen de intrest van de 80 Rth. wegens de middelmis

voor dit jaar 1750 met 3 Rth. 12 ss. goed betaald heeft, getuigt

hiermee

Borren den 11. Maart 1751.

F. C. Nelissen,

Pastoor te Borren.

* * * * *

Dat Henricus Franssen ons burgemeester, schepen en raad der stad

Brüggen in het kerspel Borren, qua collationibus eener Zondagsche mis

te Borren, eene som van tachtig Rth. p. 80 als collingo, met de tot

hiertoe verschenen intressen, welke som bmr. Arnold Custers aan de

weduwe van Lenerd Jacob Seell schuldig geweest en deze tot

vermeerdering der bovengemelde mis stichting gegeven en gelegateerd

heeft, heden op dezen dag rechtmatig afgemaakt en betaald heeft,

verklaren hierdoor quitteerend

Brüggen 25 October 1751.

Henricus Gielen,

P. J. Maassen,

Henricus Westen,

Gotzen Vonmühlen,

A. Pluecken, als getuigen.

* * * * *

Nadat het officie in de parochie van Borren gesticht,

sedert de ontslaggeving in de handen onzer beheerders

door den laatsten beneficiant of rector Henricus Weiler,

sedert lang onbeheerd ligt, en Godefridus Franssen, die

naar den geestelijken staat aspireert, ons gevraagd heeft om

dit officie te verkrijgen, daarom dragen wij bovengemelde

collators (beheerders) dit officie met al zijne revenuen en

emolumenten bij dezen brief of acte aan gezegden Godefridus

Franssen over, en hebben wij deze tegenwoordige (huidige)

overdracht ten teeken van waarheid niet alleen met eigen

handen onderschreven, maar ook met ons gewoon rechtszegel

voorzien.

Gedaan te Brüggen 24 April 1756.

Henricus Gielen, schepen.

Jan Berten,

Hein Wusten.

J. G. Laden,

H. Huppen,

A. Plücken

Frantz F. Hammeckers.

[Illustratie: zegel]

X

Dit teeken heeft Joannes Engels, provisor der kerk eigenhandig

geplaatst wat wij

getuigen

Leonard Hauzer,

A. Plücken.

* * * * *

Ik ondergeteekende, provisor der kerk, heb aan den heer pastoor op

zijn verzoek de mij getoonde inkomsten, die boven vermeld ambt zouden

aangaan, geteekend, doch niet wetende of deze voorgebrachte inkomsten

in het geheel waren, intusschen stem ik toe dat dit ambt aan

Godefridus Franssen worde overgedragen, ter waarheid waarvan ik met

eigen hand onderteekend heb.

Brüggen, Julich, 11 Juni 1756.

Wilhelmus Seiben,

provisor eccl.

Het tegenwoordig afschrift uit het onderteekend en gezegeld origineel

van het duitsch in latijn overgezet zijnde, en een naarstig vergelijk

gemaakt hebbende van woord tot woord, en in zooverre de zin en

substantie aangaat met het origineel accordeerende gevonden, bewijs ik

door mijn eigen handteeken en zegel.

Brüggen, Julich, 14 Juni 1756.

Petrus Maassen,

bij keizerlijke autoriteit publiek notaris in de concelarij van Gulik

en Bergh.

[Illustratie: zegel]

* * * * *

Dat Joannes Gielen en zijne huisvrouw Maria naaste bloedverwanten zij

van Matthias In gen Raedt en Christina zijne vrouw, beide laatsten

stichters van het kerkelijk officie in de kerk van Borren, blijkt uit

het instrument daarover opgemaakt in het jaar duizend vijf honderd

vier en zeventig (1574) den 26 Juni en omdat Henricus Schöpges, consul

der stad Brüggen, en zijne vrouw Margaretha Gielen, uit

bloedverwantschap van voornoemden, en Henricus Franssen en Margaretha

Schöpkes echtelieden, ouders van Godefridus Franssen oom en tante zijn

geweest, is voornoemde Godefridus Franssen naaste bloedverwant,

bekwaam om het officie gesticht voor eene Zondagsche mis te ontvangen.

Brüggen, Julich, den 14. Juni 1756.

[Illustratie: zegel]

J. J. Laden, schepen.

Henricus Gielen.

* * * * *

Dat de schepenen, raadsheeren en provisoren der kerk van Borren op

drie verschillende malen, eerstens den 29. Mei 1728 aan den heer

Simon Horsten op den titel van patrimonius gewijd, tweedens aan den

heer Bertramus Sijbertz, derdens en laatstens aan den heer Weiler, in

den vorm van het Pastoraat in Thurnhout, aan ons hebben geresigneerd,

het officie in Borren gesticht, blijkt uit hunne overdrachten en dat

voorzegde schepenen en raden aangesteld zijn om dit officie te

begeven, blijkt uit de hier bijgaande ratificatie van den Keurvorst,

waarbij twaalf bunders bosch uit het gemeente eigendom voor dat

officie etc. gegeven werden, en dat daarover verder geen twijfel zij,

tenzij de heer pastoor weigert de gestichte mis tusschen de eerste mis

en de hoogmis te celebreeren (primum inter et summum sacrum

celebrari).

Brüggen, den 16. Juli 1756.

J. J. Laden, schepen.

J. P. Maassen.

H. Plucken,

beëedigd gerichtsschrijver.

* * * * *

Dat den wel eerwaarden kapelaan den heer Godefridus Franssen mij al de

documenten, betreffende het officie eener in de parochiekerk te Borren

gestichte erfelijke Zondagsche middel mis, ten voordeele van mijn zoon

Joannes Wilhelmus Maassen, heeft overgedragen, alsmede dat voorgemelde

eerw. heer Franssen den 12. dezer zijn ontslag heeft genomen den 20.

dezer het officie overgegeven en in mijne handen gesteld heeft, zulks

bekenne en getuige ik hierdoor loco reversalis. Brüggen den 29.

November 1760.

P. J. Maassen.

H

In Naeme der alderheilighzte Dreijvuldigheijt. Amen.

Alle de geene die deese tegenwordigh sullen sien, ofte hooren leesen,

sij kennelijk dat op heden dato ondergeschreven ten overstaen van

beroepen, goetvinden der vrinden tot meerder Ehr godts, saligheijt der

seele, en vermeerderinghe des menscheliks geslaghts, beraempt ende

besloten is, een solemnei houwlijck tussen den ehrbaeren weduman

Hendrik Deckers, geassistert met sijn moeder ondergeschreve, ter

eendersijdts, en ook dʼerbare jonge dochter Wendelina Franssen,

geassisteerd met haeren vader en moeder, broeders en ohm

ondergeschreve, ter andersijdts, soo hebben deese gesamentelijk met

goede voorsinnigheijt besloten een seker houwelijks voorwaarden, in de

maniere hier naer volgende:

_1mo_ is geconditionirt, dat den langhst levenden op sijn eijgen

patrimoniel goet sal moegen huliken, in de tweede, derde, en verdere

Ehe naer sijn believen.

_2do_ word conditionirt, dat het kind verworfen in ʼt eerste

houwelijk, met de kinderen van ʼt tweede houwelijk egalijk hoefs gewis

en alle gereede, en ongereede goederen herkomende van brudigoms

ouders, ofte vrinden, sal profiteren.

_3tis_ indien den brudegom onverhopt sonder lijfs erven van ʼt tweede

houwelijk quaem te sterven, soo sal de bruijght gehouden sijn, aan ʼt

kind verworfen bij het eerste houwelijk uijt de gereeden uijttegeven

eens voor all de somme van vier hondert guldens Cleve; maer in cas in

ʼt tweede houwelijk kinderen souden verworfen sijn, dan sal het kind

van ʼt eerste houwelijk sigh met een behoorlijke uijtsettinge volgens

staat en conditie van dʼouders moeten patienteren, maar daarenboven

sullen hem gegeven worden kast en kleederen, dewelke haar moeder

saeligers lichaam toe bestonden.

_4to_ word voorbehouden, in cas naer de doedt van dʼouders van

Wendelina Franssen, selve voor Hendrik Deckers quaem te sterven sonder

lijffs erven, sal uijt genoemde Hendrik Deckers sijne gereede, ofte

staende houwelijk door Hendrik Deckers en Wendelina Franssen

geacquirerde goederen, en erven, naer de doedt van Hendrik Deckers aan

de Franssens familie uijtgegeven worden, ten regarde van de gereeden

van selve familie herkomende, de somme van vuijftien hondert guldens

Clevs.

Tot meerder kracht van dit instrument renoncieren brudegom en bruijht

aan all het geene, dat hij de gestatuerde soo Gulikse, als Gelderse

Landrechten en Souveraine Placaten hier aan soude konnen contrarieren.

Aldus geschiet en geteekend tot Tegelen den 21. Maart 1771.

Hendrijck Deckers.

Sibilla Brucx.

Wendelina Franssen.

H. Franssen.

Margaretha Schopekens.

G. Franssen pastoor in Belfeld.

P. Hendrik Franssen.

W. Franssen.

I

Voor mij _Franciscus Wilhelmus Vogels_ notaris ter standplaats Reuver,

gemeente Beesel, verscheen in tegenwoordigheid van 1. Peter Hubert

Mooren notarisklerk te Reuver, 2. Johannes van Dongen dienstknecht te

Venlo, 3. Jean Kamerbeek administrateur te Venlo, en 4. Michel Truyen

koopman te Venlo, als getuigen door na temel den comparante verzocht.

Mejuffrouw _Wendelina Gubbels_ zonder beroep wonende te Venlo, aan mij

notaris bekend, die aan mij notaris in tegenwoordigheid der genoemde

getuigen heeft aangeboden een papier, dienende tot omslag, gesloten en

verzegeld door middel van vijf afdrukken in rood lak, en in welken

omslag de comparante, in tegenwoordigheid der genoemde getuigen,

verklaarde haar geheim testament besloten te zijn en haar uiterste wil

te zijn begrepen, door een ander geschreven en door haar geteekend.

Bedoelde omslag is door mij notaris op verzoek van de comparante in

tegenwoordigheid der genoemde getuigen van de comparante aangenomen,

ten einde onder mijne minuten te blijven berusten.

Waarvan onmiddellijk, en zonder intusschen tot eenige andere akte over

te gaan, door mij notaris deze akte van superscriptie in minuut, mede

in de tegenwoordigheid der genoemde getuigen, is opgemaakt en door mij

notaris mede in tegenwoordigheid der genoemde getuigen geschreven op

het door de comparante aangeboden papier tot omslag dienende, verleden

te Venlo den negenden Januari negentienhonderdzes, in tegenwoordigheid

der genoemde vier getuigen, welke akte van superscriptie onmiddellijk

na door mij notaris gedane voorlezing door de comparante, de getuigen

en mij notaris is onderteekend.

W. Gubbels, P. H. Mooren, J. van Dongen, Kamerbeek, M. Truyen, Vogels

notaris. De varieteur K. Geuljans, v. d. Duyn, Vogels notaris.

Geregistreerd te Venlo vijf en twintig Februari negentien honderd

acht, deel 64, folio 1 recto, vak 4, een blad, geen renvooi. Ontvangen

voor recht een gulden twintig cent.

De ontvanger Brants.

_Testament._

Ik ondergeteekende _Wendelina Gubbels_, wonende in het gasthuis St.

Jozef te _Venlo_, verklaar dat dit is mijn geheim testament.

Ik herroep alle testamenten, die ik vóór heden gemaakt heb.

Ik legateer aan de _Roomsch Katholieke Kerk van den H. Rochus te

Steyl_, vrij van successierecht _al mijne onroerende goederen_, onder

den last om de helft der jaarlijksche zuivere opbrengst te besteden

tot het doen houden van een eeuwigdurend jaargetijde zonder

assistentie en het lezen van zielmissen tot lafenis mijner ziel en van

die mijner naaste bloedverwanten.

Iedere leesmis uit te betalen ad één gulden.

De Roomsch Katholieke Kerk te Steyl zal het perceel grond gelegen te

Steyl, in de bergen, niet mogen verkoopen voor minder dan vijfhonderd

gulden.

Ik legateer aan de _Roomsch Katholieke parochiale Kerk te Gorinchem_

de som van _zes duizend gulden_.

Ik legateer aan de _Roomsch Katholieke St. Janskerk te

ʼs-Hertogenbosch_ de som van _zes duizend gulden_.

Ik legateer aan het _Roomsch Katholiek St. Jozefklooster te

ʼs-Hertogenbosch_ de som van _zes duizend gulden_.

De helft van de zuivere opbrengst dezer drie laatsgenoemde legaten zal

moeten worden besteed tot het doen houden van leesmissen en jaarlijks

eene zingende mis tot lafenis mijner ziel en van die mijner naaste

bloedverwanten.

Iedere leesmis uit te betalen ad één gulden.

Ik legateer aan de _Roomsch Katholieke Normaalschool of Kweekschool

voor onderwijzers te Echt_, de som van duizend gulden, onder

verplichting om jaarlijks twee zielmissen te doen lezen tot lafenis

mijner ziel en van die mijner naaste bloedverwanten.

Ik legateer aan de _Roomsch Katholieke parochiale Kerken van Tegelen

en van Blerick_ ieder eene som van _tienduizend gulden_, onder den

last om de helft der jaarlijksche zuivere opbrengst te besteden tot

het doen houden van leesmissen en jaarlijks eene zingende mis tot

lafenis mijner ziel en van die mijner naaste bloedverwanten.

Iedere leesmis uit te betalen ad één gulden.

Ik legateer aan mevrouw _Josephina Janssen weduwe W. Canoy te Venlo_

of afstammelingen eene som van vijf honderd gulden.

Ik legateer aan den _tijdelijken rector_ der Kerk van den H. Rochus te

_Steyl_ eene som van _honderd gulden_, met last deze som binnen het

jaar na mijn overlijden uit te deelen aan de armen van Steyl.

Ik legateer aan mijne nicht geboren _Houben_ gehuwd met _van Berkel_,

wonende te _Nijmegen_ in de Broerstraat, handel drijvende in

kerkornamenten, of afstammelingen eene som van _duizend gulden_.

Ik legateer aan _Piet Michels_ te _Venlo_ of afstammelingen _vijf

honderd gulden_.

Ik legateer aan _Lucia Michels_ gehuwd met _Frans Steegh_ te _Venlo_

of afstammelingen _drie honderd gulden_.

Ik legateer aan de kinderen van _Peter Sprengers_ te _Steyl_ of

afstammelingen _vijf honderd gulden_ te samen.

Ik legateer aan _Godfried Franssen_ te _Steyl_ of afstammelingen _vijf

honderd gulden_.

Ik legateer aan _Jacobus Franssen_, fietshandelaar te _Venlo_, of

afstammelingen _vijfhonderd gulden_.

Ik legateer aan _Wendelina Cleophas_, _Agnes Cleophas_, _Josephina

Cleophas_, en _Frans Cleophas_, allen te _Steyl_, of afstammelingen te

zamen _vijf honderd gulden_.

Ik legateer aan de _Roomsch Katholieke Parochiale Kerk te Reuver_ de

som van _duizend gulden_, onder den last om de helft der jaarlijksche

zuivere opbrengst te besteden tot het doen houden van leesmissen tot

lafenis mijner ziel en van die mijner naaste bloedverwanten.

Iedere leesmis te betalen ad één gulden.

Ik legateer aan de kinderen van _Wendelina Franssen_ of

afstammelingen, wonende in _Pruissen_ te zamen _zes honderd gulden_.

Ik legateer aan de weduwe _Peter Giesen_ of afstammelingen te Tegelen

_drie honderd gulden_ en aan de weduwe _Jozef Giesen_ te Tegelen of

afstammelingen _drie honderd gulden_.

Ik legateer aan _Antoon Franssen_ te _Tegelen_ of afstammelingen _vijf

honderd gulden_.

Ik legateer aan _Peter Franssen_ te _Crefeld_ of afstammelingen _vijf

honderd gulden_;

aan _Henri Cleophas_, koster der kerk te _Steyl_, of afstammelingen

_drie honderd gulden_;

aan _Gerard Cleophas-Simonar_ te _Steyl_ of afstammelingen _drie

honderd gulden_;

aan _Johannes Franssen_ te _Xanten_ of afstammelingen _vijf honderd

gulden_;

aan _Johannes Leenders-Franssen_, bloemist te _Steyl_, of

afstammelingen _vijf honderd gulden_;

aan _Louis Cuijpers-Görtz_ te _Steyl_ of afstammelingen _drie honderd

gulden_;

Door alle de hierboven gemelde legatarissen zullen de kosten der

successie zelf gedragen moeten worden, tenzij ik zulks uitdrukkelijk

heb uitgezonderd.

Ik legateer aan het _Roomsch-Katholiek gasthuis St. Jozef te Venlo_,

vrij van successie eene som van _vijfhonderd gulden_, onder

verplichting om jaarlijks eene H. Mis te doen lezen tot lafenis mijner

ziel en van die mijner naaste bloedverwanten.

Tot uitvoerder dezer mijner uiterste wilsbeschikking benoem ik bij

dezen den heer _Jean Marie Victor Guillaume Dubois_, arts te _Venlo_,

aan wien ik de inbezitneming geef van al mijne goederen.

Deze uitvoerder mijner uiterste wilsbeschikking zal het recht hebben

om alle bovengemelde legaten, behalve de onroerende goederen boven

door mij aan de Kerk van den H. Rochus te Steyl vermaakt, aan de

respectieve legatarissen uit te keeren, hetzij in geld, hetzij in

hypotheken, hetzij in geld en hypotheken te zamen, zullende de

legatarissen hiermede ten volle genoegen moeten nemen.

Voor de waarneming der werkzaamheden als uitvoerder mijner uiterste

wilsbeschikking, ken ik den heer Jean Marie Victor Guillaume Dubois

voornoemd bij dezen toe eene belooning van _drie duizend gulden_.

Voorts benoem ik tot mijne eenige en algemeene erfgename _Maria

Carolina Barbara Canoy_, echtgenoote van den heer _Jean Marie Victor

Guillaume Dubois_, arts te _Venlo_, of afstammelingen, met de

verplichting om al hetgeen ik haar heb opgedragen of zal opdragen ten

uitvoer te brengen.

Ik verlang naar rang en stand begraven te worden.

Venlo den 9. Januari 1900 en zes.

W. Gubbels.

Tot aanvulling van mijn hierbovenstaand geheim testament, verlang ik

daarenboven, dat de vruchten en interesten van alle hiervoren door mij

gemaakte legaten, eerst zullen komen ten voordeele van de respectieve

legatarissen, te beginnen één jaar na mijn overlijden, als wanneer de

legaten zelf ook eerst zullen kunnen worden geëischt.

Venlo den 9. Januari 1900 en zes.

W. Gubbels.

De varietur Geuljans, v. d. Duijn, Vogels notaris.

Geregistreerd te Venlo den vijf en twintigsten Februari 1900 acht,

deel 39, folio 51 verso, vak 7, vier bladen een renvooi.

Ontvangen voor recht drie gulden zestig cent.

De ontvanger Brants.

Genealogie der familie Franssen te Tegelen, van 1651 tot heden · 第 7 / 7 段