thesaurier van het H. Romeinsche rijk en keurvorst van Bayeren, Gulick
en Cleef, hertog van Bergh, prins van Moers, graaf van Velden,
Spanheim, Marken en Ravensberg, en heer van Ravensteyn; doen aan allen
kond dat, nadat in onze geheime vergadering de raadsheeren, schepenen
en gezworenen der stad en gemeente Brüggen ons nederig gesmeekt
hebben, dat wij tot vermeerdering (der inkomsten) van de vicarie te
Borren de volgende stichting mogen maken, doen wij aan allen kond, dat
de edele raadsheeren schepen en raadsheeren of gezworenen der stad en
gemeente Brüggen en Borren, op den 14. dag der maand Maart anno 1733
(de elfde indictie) onder het pontificaat (bij de Goddelijke
Voorzienigheid en de genade Gods) van onzen verkoren allerheiligsten
vader en paus Clemens den elfden van dezen naam, voor mij den
apostolieken en keizerlijken notaris verschenen zijn en dat zij aldus
getoond hebben, namelijk dat zij van plan zijn om over de
tegenwoordige bijvoeging (aan de inkomsten) der vicarie te Borren een
of meer instrumenten te laten maken, waar voor zij mij, in
tegenwoordigheid der ondergenoemden daartoe speciaal gevraagde
getuigen, gevraagd hebben deze vermeerdering in den volgenden vorm op
te stellen.
1^o Dat de voorgenomen vermeerdering uit deze motieven goed, en aan de
gemeente nuttig en heilrijk is en beter gedaan dan achterwege gelaten
omrede, deze Vicaris schraaltjes bedacht zijnde, zonder patrimonie van
zijn vader niet gewijd kan worden, en dat de meesten tijd dat ambt
door den pastoor van die plaats bediend moet worden, en dat deze
plaats (van Vicaris) vacant zijnde, de toekomstige kapelaan wegens
niet voldoenden titel van wijding deze misschien niet kan aannemen,
dat in dit geval met één bestendig (stabiel) priester slechts als
pastoor der parochie, deze in de toekomst het gebrek van een kapelaan
moet ondergaan en daardoor (in aanzien lijdt) ontsierd wordt.
2^{de} Waarom zij, op bovengenoemde wijze bewogen, van het daar
gelegen gemeen veld vrijelijk en zonder eenige last, twaalf bunder
land, zooals dit land tot nu toe altijd zonder last geweest is, niet
alleen aan wijzen, maar het ook met de daartoe noodige planten
voorzien en het voor deze vicarie noodzakelijk brandhout voor het
beter onderhoud (bestaan) der vicarie aanbieden; daar echter van dit
gemeen veld of heide, opdat het niet door een stuiver lasten zelfs kan
belast worden, zoo als het ook niet kan, en dat het geen ander
voordeel heeft en dat uit deze planting (de afschaffing van planten
uitgezonderd) aan deze geen schade moge berokkend worden, en te meer
nog daar na dat, het planten van het veld gedaan zijnde, de kapelaan
voortaan in de gemeente kan wonen en dagelijks het h. Sacraficie der
mis kan opdragen, op deze nederige hoop vertrouwende, hopen wij dat de
Doorluchtige Keurvorst de tot dit godvruchtig werk noodzakelijke
toestemming moge geven, en meer nog omdat wegens de vermeerdering (van
eigendom en inkomsten) van dit eenvoudig beneficie, de bedienaar er
van voor de weldoeners (waaronder de Doorl. Keurvorst als landheer in
de eerste plaats is te beschouwen) met een jaarlijksche dienst belast
wordt, en de begiftiging (des ambts) bij de begevers van de eerste
fundatie, de raadsheeren, schepenen en gezworenen, blijft.
Gedaan in tegenwoordigheid der eerzamen Arnoldus Beeckmans en Joannes
Hammecker, getuigen daartoe speciaal gevraagd, en hebben de
bovenvermelde raadsheeren, schepenen en gezworenen tot grootere
zekerheid en stricter inachtneming dit instrument met hun eigene
handen onderschreven en met hunnen gewonen gerechtszegel
geconfirmeert. Verder hebben zij mij verzocht dit met mijne hand en
zegel te bevestigen, in het jaar voornoemd pontificaat en indictie als
boven.
[Illustratie: zegel]
Joannes Hoffer, schepen.
Joannes Horsten, raadsheer en schepen.
Arnoldus Gielen, schepen.
Joannes Neeffen, schepen.
Ten bewijze van het vorenstaande heb ik geteekend en onderteekend
[Illustratie: zegel]
F. P. Junggeburth,
in de keizerlijke kamer van Wetzlar
ingeschreven notaris in het bijzonder
hiervoor voorzocht.
Door bovenstaand allernederigst smeekschrift bewogen, stemmen wij er
in toe deze stichting tot meerdere duurzaamheid met ons hoogst
keurvorstelijk en landheerlijk gezag allernederigst goed te keuren en
te bevestigen, hetgeen wij aldus aan bovengemelde raadsheeren,
schepenen en gezworenen naar hunne nederigste meening allergenadigst
toestaan, zoodat deze stichting door deze onze beschikking, onder
voorbehoud en zonder benadeeling van onze en elke andere rechten,
goedgekeurd, ook in de jaarlijksche afrekening en in de registers
worde aangehaald en door het geheime zegel onzer hofkanselarij
voorzien van onze hooge gunst en toestemming getuigenis aflegge.
Düsseldorff den 25. September 1733. Op bijzonder allergenadigst bevel
van den allerdoorluchtigsten Keurvorst.
[Illustratie: zegel]
Graaf von Schaesberg,
P. W. von Francken, s.
Dat dit afschrift, uit zijn echt duitsch origineel door mij in het
latijn vertaald met dit, in alles wat den zin en zakelijken inhoud
aangaat, overeenstemt, getuig ik bij deze.
Brüggen (in Gulick) den 16. Juni 1756.
Petrus Maassen,
keizerlijk openbaar en ingeschreven notaris.
* * * * *
Dat Henricus Franssen de intrest van de 80 Rth. wegens de middelmis
voor dit jaar 1750 met 3 Rth. 12 ss. goed betaald heeft, getuigt
hiermee
Borren den 11. Maart 1751.
F. C. Nelissen,
Pastoor te Borren.
* * * * *
Dat Henricus Franssen ons burgemeester, schepen en raad der stad
Brüggen in het kerspel Borren, qua collationibus eener Zondagsche mis
te Borren, eene som van tachtig Rth. p. 80 als collingo, met de tot
hiertoe verschenen intressen, welke som bmr. Arnold Custers aan de
weduwe van Lenerd Jacob Seell schuldig geweest en deze tot
vermeerdering der bovengemelde mis stichting gegeven en gelegateerd
heeft, heden op dezen dag rechtmatig afgemaakt en betaald heeft,
verklaren hierdoor quitteerend
Brüggen 25 October 1751.
Henricus Gielen,
P. J. Maassen,
Henricus Westen,
Gotzen Vonmühlen,
A. Pluecken, als getuigen.
* * * * *
Nadat het officie in de parochie van Borren gesticht,
sedert de ontslaggeving in de handen onzer beheerders
door den laatsten beneficiant of rector Henricus Weiler,
sedert lang onbeheerd ligt, en Godefridus Franssen, die
naar den geestelijken staat aspireert, ons gevraagd heeft om
dit officie te verkrijgen, daarom dragen wij bovengemelde
collators (beheerders) dit officie met al zijne revenuen en
emolumenten bij dezen brief of acte aan gezegden Godefridus
Franssen over, en hebben wij deze tegenwoordige (huidige)
overdracht ten teeken van waarheid niet alleen met eigen
handen onderschreven, maar ook met ons gewoon rechtszegel
voorzien.
Gedaan te Brüggen 24 April 1756.
Henricus Gielen, schepen.
Jan Berten,
Hein Wusten.
J. G. Laden,
H. Huppen,
A. Plücken
Frantz F. Hammeckers.
[Illustratie: zegel]
X
Dit teeken heeft Joannes Engels, provisor der kerk eigenhandig
geplaatst wat wij
getuigen
Leonard Hauzer,
A. Plücken.
* * * * *
Ik ondergeteekende, provisor der kerk, heb aan den heer pastoor op
zijn verzoek de mij getoonde inkomsten, die boven vermeld ambt zouden
aangaan, geteekend, doch niet wetende of deze voorgebrachte inkomsten
in het geheel waren, intusschen stem ik toe dat dit ambt aan
Godefridus Franssen worde overgedragen, ter waarheid waarvan ik met
eigen hand onderteekend heb.
Brüggen, Julich, 11 Juni 1756.
Wilhelmus Seiben,
provisor eccl.
Het tegenwoordig afschrift uit het onderteekend en gezegeld origineel
van het duitsch in latijn overgezet zijnde, en een naarstig vergelijk
gemaakt hebbende van woord tot woord, en in zooverre de zin en
substantie aangaat met het origineel accordeerende gevonden, bewijs ik
door mijn eigen handteeken en zegel.
Brüggen, Julich, 14 Juni 1756.
Petrus Maassen,
bij keizerlijke autoriteit publiek notaris in de concelarij van Gulik
en Bergh.
[Illustratie: zegel]
* * * * *
Dat Joannes Gielen en zijne huisvrouw Maria naaste bloedverwanten zij
van Matthias In gen Raedt en Christina zijne vrouw, beide laatsten
stichters van het kerkelijk officie in de kerk van Borren, blijkt uit
het instrument daarover opgemaakt in het jaar duizend vijf honderd
vier en zeventig (1574) den 26 Juni en omdat Henricus Schöpges, consul
der stad Brüggen, en zijne vrouw Margaretha Gielen, uit
bloedverwantschap van voornoemden, en Henricus Franssen en Margaretha
Schöpkes echtelieden, ouders van Godefridus Franssen oom en tante zijn
geweest, is voornoemde Godefridus Franssen naaste bloedverwant,
bekwaam om het officie gesticht voor eene Zondagsche mis te ontvangen.
Brüggen, Julich, den 14. Juni 1756.
[Illustratie: zegel]
J. J. Laden, schepen.
Henricus Gielen.
* * * * *
Dat de schepenen, raadsheeren en provisoren der kerk van Borren op
drie verschillende malen, eerstens den 29. Mei 1728 aan den heer
Simon Horsten op den titel van patrimonius gewijd, tweedens aan den
heer Bertramus Sijbertz, derdens en laatstens aan den heer Weiler, in
den vorm van het Pastoraat in Thurnhout, aan ons hebben geresigneerd,
het officie in Borren gesticht, blijkt uit hunne overdrachten en dat
voorzegde schepenen en raden aangesteld zijn om dit officie te
begeven, blijkt uit de hier bijgaande ratificatie van den Keurvorst,
waarbij twaalf bunders bosch uit het gemeente eigendom voor dat
officie etc. gegeven werden, en dat daarover verder geen twijfel zij,
tenzij de heer pastoor weigert de gestichte mis tusschen de eerste mis
en de hoogmis te celebreeren (primum inter et summum sacrum
celebrari).
Brüggen, den 16. Juli 1756.
J. J. Laden, schepen.
J. P. Maassen.
H. Plucken,
beëedigd gerichtsschrijver.
* * * * *
Dat den wel eerwaarden kapelaan den heer Godefridus Franssen mij al de
documenten, betreffende het officie eener in de parochiekerk te Borren
gestichte erfelijke Zondagsche middel mis, ten voordeele van mijn zoon
Joannes Wilhelmus Maassen, heeft overgedragen, alsmede dat voorgemelde
eerw. heer Franssen den 12. dezer zijn ontslag heeft genomen den 20.
dezer het officie overgegeven en in mijne handen gesteld heeft, zulks
bekenne en getuige ik hierdoor loco reversalis. Brüggen den 29.
November 1760.
P. J. Maassen.
H
In Naeme der alderheilighzte Dreijvuldigheijt. Amen.
Alle de geene die deese tegenwordigh sullen sien, ofte hooren leesen,
sij kennelijk dat op heden dato ondergeschreven ten overstaen van
beroepen, goetvinden der vrinden tot meerder Ehr godts, saligheijt der
seele, en vermeerderinghe des menscheliks geslaghts, beraempt ende
besloten is, een solemnei houwlijck tussen den ehrbaeren weduman
Hendrik Deckers, geassistert met sijn moeder ondergeschreve, ter
eendersijdts, en ook dʼerbare jonge dochter Wendelina Franssen,
geassisteerd met haeren vader en moeder, broeders en ohm
ondergeschreve, ter andersijdts, soo hebben deese gesamentelijk met
goede voorsinnigheijt besloten een seker houwelijks voorwaarden, in de
maniere hier naer volgende:
_1mo_ is geconditionirt, dat den langhst levenden op sijn eijgen
patrimoniel goet sal moegen huliken, in de tweede, derde, en verdere
Ehe naer sijn believen.
_2do_ word conditionirt, dat het kind verworfen in ʼt eerste
houwelijk, met de kinderen van ʼt tweede houwelijk egalijk hoefs gewis
en alle gereede, en ongereede goederen herkomende van brudigoms
ouders, ofte vrinden, sal profiteren.
_3tis_ indien den brudegom onverhopt sonder lijfs erven van ʼt tweede
houwelijk quaem te sterven, soo sal de bruijght gehouden sijn, aan ʼt
kind verworfen bij het eerste houwelijk uijt de gereeden uijttegeven
eens voor all de somme van vier hondert guldens Cleve; maer in cas in
ʼt tweede houwelijk kinderen souden verworfen sijn, dan sal het kind
van ʼt eerste houwelijk sigh met een behoorlijke uijtsettinge volgens
staat en conditie van dʼouders moeten patienteren, maar daarenboven
sullen hem gegeven worden kast en kleederen, dewelke haar moeder
saeligers lichaam toe bestonden.
_4to_ word voorbehouden, in cas naer de doedt van dʼouders van
Wendelina Franssen, selve voor Hendrik Deckers quaem te sterven sonder
lijffs erven, sal uijt genoemde Hendrik Deckers sijne gereede, ofte
staende houwelijk door Hendrik Deckers en Wendelina Franssen
geacquirerde goederen, en erven, naer de doedt van Hendrik Deckers aan
de Franssens familie uijtgegeven worden, ten regarde van de gereeden
van selve familie herkomende, de somme van vuijftien hondert guldens
Clevs.
Tot meerder kracht van dit instrument renoncieren brudegom en bruijht
aan all het geene, dat hij de gestatuerde soo Gulikse, als Gelderse
Landrechten en Souveraine Placaten hier aan soude konnen contrarieren.
Aldus geschiet en geteekend tot Tegelen den 21. Maart 1771.
Hendrijck Deckers.
Sibilla Brucx.
Wendelina Franssen.
H. Franssen.
Margaretha Schopekens.
G. Franssen pastoor in Belfeld.
P. Hendrik Franssen.
W. Franssen.
I
Voor mij _Franciscus Wilhelmus Vogels_ notaris ter standplaats Reuver,
gemeente Beesel, verscheen in tegenwoordigheid van 1. Peter Hubert
Mooren notarisklerk te Reuver, 2. Johannes van Dongen dienstknecht te
Venlo, 3. Jean Kamerbeek administrateur te Venlo, en 4. Michel Truyen
koopman te Venlo, als getuigen door na temel den comparante verzocht.
Mejuffrouw _Wendelina Gubbels_ zonder beroep wonende te Venlo, aan mij
notaris bekend, die aan mij notaris in tegenwoordigheid der genoemde
getuigen heeft aangeboden een papier, dienende tot omslag, gesloten en
verzegeld door middel van vijf afdrukken in rood lak, en in welken
omslag de comparante, in tegenwoordigheid der genoemde getuigen,
verklaarde haar geheim testament besloten te zijn en haar uiterste wil
te zijn begrepen, door een ander geschreven en door haar geteekend.
Bedoelde omslag is door mij notaris op verzoek van de comparante in
tegenwoordigheid der genoemde getuigen van de comparante aangenomen,
ten einde onder mijne minuten te blijven berusten.
Waarvan onmiddellijk, en zonder intusschen tot eenige andere akte over
te gaan, door mij notaris deze akte van superscriptie in minuut, mede
in de tegenwoordigheid der genoemde getuigen, is opgemaakt en door mij
notaris mede in tegenwoordigheid der genoemde getuigen geschreven op
het door de comparante aangeboden papier tot omslag dienende, verleden
te Venlo den negenden Januari negentienhonderdzes, in tegenwoordigheid
der genoemde vier getuigen, welke akte van superscriptie onmiddellijk
na door mij notaris gedane voorlezing door de comparante, de getuigen
en mij notaris is onderteekend.
W. Gubbels, P. H. Mooren, J. van Dongen, Kamerbeek, M. Truyen, Vogels
notaris. De varieteur K. Geuljans, v. d. Duyn, Vogels notaris.
Geregistreerd te Venlo vijf en twintig Februari negentien honderd
acht, deel 64, folio 1 recto, vak 4, een blad, geen renvooi. Ontvangen
voor recht een gulden twintig cent.
De ontvanger Brants.
_Testament._
Ik ondergeteekende _Wendelina Gubbels_, wonende in het gasthuis St.
Jozef te _Venlo_, verklaar dat dit is mijn geheim testament.
Ik herroep alle testamenten, die ik vóór heden gemaakt heb.
Ik legateer aan de _Roomsch Katholieke Kerk van den H. Rochus te
Steyl_, vrij van successierecht _al mijne onroerende goederen_, onder
den last om de helft der jaarlijksche zuivere opbrengst te besteden
tot het doen houden van een eeuwigdurend jaargetijde zonder
assistentie en het lezen van zielmissen tot lafenis mijner ziel en van
die mijner naaste bloedverwanten.
Iedere leesmis uit te betalen ad één gulden.
De Roomsch Katholieke Kerk te Steyl zal het perceel grond gelegen te
Steyl, in de bergen, niet mogen verkoopen voor minder dan vijfhonderd
gulden.
Ik legateer aan de _Roomsch Katholieke parochiale Kerk te Gorinchem_
de som van _zes duizend gulden_.
Ik legateer aan de _Roomsch Katholieke St. Janskerk te
ʼs-Hertogenbosch_ de som van _zes duizend gulden_.
Ik legateer aan het _Roomsch Katholiek St. Jozefklooster te
ʼs-Hertogenbosch_ de som van _zes duizend gulden_.
De helft van de zuivere opbrengst dezer drie laatsgenoemde legaten zal
moeten worden besteed tot het doen houden van leesmissen en jaarlijks
eene zingende mis tot lafenis mijner ziel en van die mijner naaste
bloedverwanten.
Iedere leesmis uit te betalen ad één gulden.
Ik legateer aan de _Roomsch Katholieke Normaalschool of Kweekschool
voor onderwijzers te Echt_, de som van duizend gulden, onder
verplichting om jaarlijks twee zielmissen te doen lezen tot lafenis
mijner ziel en van die mijner naaste bloedverwanten.
Ik legateer aan de _Roomsch Katholieke parochiale Kerken van Tegelen
en van Blerick_ ieder eene som van _tienduizend gulden_, onder den
last om de helft der jaarlijksche zuivere opbrengst te besteden tot
het doen houden van leesmissen en jaarlijks eene zingende mis tot
lafenis mijner ziel en van die mijner naaste bloedverwanten.
Iedere leesmis uit te betalen ad één gulden.
Ik legateer aan mevrouw _Josephina Janssen weduwe W. Canoy te Venlo_
of afstammelingen eene som van vijf honderd gulden.
Ik legateer aan den _tijdelijken rector_ der Kerk van den H. Rochus te
_Steyl_ eene som van _honderd gulden_, met last deze som binnen het
jaar na mijn overlijden uit te deelen aan de armen van Steyl.
Ik legateer aan mijne nicht geboren _Houben_ gehuwd met _van Berkel_,
wonende te _Nijmegen_ in de Broerstraat, handel drijvende in
kerkornamenten, of afstammelingen eene som van _duizend gulden_.
Ik legateer aan _Piet Michels_ te _Venlo_ of afstammelingen _vijf
honderd gulden_.
Ik legateer aan _Lucia Michels_ gehuwd met _Frans Steegh_ te _Venlo_
of afstammelingen _drie honderd gulden_.
Ik legateer aan de kinderen van _Peter Sprengers_ te _Steyl_ of
afstammelingen _vijf honderd gulden_ te samen.
Ik legateer aan _Godfried Franssen_ te _Steyl_ of afstammelingen _vijf
honderd gulden_.
Ik legateer aan _Jacobus Franssen_, fietshandelaar te _Venlo_, of
afstammelingen _vijfhonderd gulden_.
Ik legateer aan _Wendelina Cleophas_, _Agnes Cleophas_, _Josephina
Cleophas_, en _Frans Cleophas_, allen te _Steyl_, of afstammelingen te
zamen _vijf honderd gulden_.
Ik legateer aan de _Roomsch Katholieke Parochiale Kerk te Reuver_ de
som van _duizend gulden_, onder den last om de helft der jaarlijksche
zuivere opbrengst te besteden tot het doen houden van leesmissen tot
lafenis mijner ziel en van die mijner naaste bloedverwanten.
Iedere leesmis te betalen ad één gulden.
Ik legateer aan de kinderen van _Wendelina Franssen_ of
afstammelingen, wonende in _Pruissen_ te zamen _zes honderd gulden_.
Ik legateer aan de weduwe _Peter Giesen_ of afstammelingen te Tegelen
_drie honderd gulden_ en aan de weduwe _Jozef Giesen_ te Tegelen of
afstammelingen _drie honderd gulden_.
Ik legateer aan _Antoon Franssen_ te _Tegelen_ of afstammelingen _vijf
honderd gulden_.
Ik legateer aan _Peter Franssen_ te _Crefeld_ of afstammelingen _vijf
honderd gulden_;
aan _Henri Cleophas_, koster der kerk te _Steyl_, of afstammelingen
_drie honderd gulden_;
aan _Gerard Cleophas-Simonar_ te _Steyl_ of afstammelingen _drie
honderd gulden_;
aan _Johannes Franssen_ te _Xanten_ of afstammelingen _vijf honderd
gulden_;
aan _Johannes Leenders-Franssen_, bloemist te _Steyl_, of
afstammelingen _vijf honderd gulden_;
aan _Louis Cuijpers-Görtz_ te _Steyl_ of afstammelingen _drie honderd
gulden_;
Door alle de hierboven gemelde legatarissen zullen de kosten der
successie zelf gedragen moeten worden, tenzij ik zulks uitdrukkelijk
heb uitgezonderd.
Ik legateer aan het _Roomsch-Katholiek gasthuis St. Jozef te Venlo_,
vrij van successie eene som van _vijfhonderd gulden_, onder
verplichting om jaarlijks eene H. Mis te doen lezen tot lafenis mijner
ziel en van die mijner naaste bloedverwanten.
Tot uitvoerder dezer mijner uiterste wilsbeschikking benoem ik bij
dezen den heer _Jean Marie Victor Guillaume Dubois_, arts te _Venlo_,
aan wien ik de inbezitneming geef van al mijne goederen.
Deze uitvoerder mijner uiterste wilsbeschikking zal het recht hebben
om alle bovengemelde legaten, behalve de onroerende goederen boven
door mij aan de Kerk van den H. Rochus te Steyl vermaakt, aan de
respectieve legatarissen uit te keeren, hetzij in geld, hetzij in
hypotheken, hetzij in geld en hypotheken te zamen, zullende de
legatarissen hiermede ten volle genoegen moeten nemen.
Voor de waarneming der werkzaamheden als uitvoerder mijner uiterste
wilsbeschikking, ken ik den heer Jean Marie Victor Guillaume Dubois
voornoemd bij dezen toe eene belooning van _drie duizend gulden_.
Voorts benoem ik tot mijne eenige en algemeene erfgename _Maria
Carolina Barbara Canoy_, echtgenoote van den heer _Jean Marie Victor
Guillaume Dubois_, arts te _Venlo_, of afstammelingen, met de
verplichting om al hetgeen ik haar heb opgedragen of zal opdragen ten
uitvoer te brengen.
Ik verlang naar rang en stand begraven te worden.
Venlo den 9. Januari 1900 en zes.
W. Gubbels.
Tot aanvulling van mijn hierbovenstaand geheim testament, verlang ik
daarenboven, dat de vruchten en interesten van alle hiervoren door mij
gemaakte legaten, eerst zullen komen ten voordeele van de respectieve
legatarissen, te beginnen één jaar na mijn overlijden, als wanneer de
legaten zelf ook eerst zullen kunnen worden geëischt.
Venlo den 9. Januari 1900 en zes.
W. Gubbels.
De varietur Geuljans, v. d. Duijn, Vogels notaris.
Geregistreerd te Venlo den vijf en twintigsten Februari 1900 acht,
deel 39, folio 51 verso, vak 7, vier bladen een renvooi.
Ontvangen voor recht drie gulden zestig cent.
De ontvanger Brants.