1886, overleden te Krefeld 8 Maart 1897.
VII. 511. _Christina Margaretha Franssen_ geboren te Tegelen 20 Mei
1888.
VII. 512. _Wilhelmus Gabriel Franssen_ geboren te Tegelen 24 Mei 1890.
VII. 513. _Carolus Franciscus Franssen_ geboren te Tegelen 31 Augustus
1892, overleden aldaar 19 November 1893.
VII. 514. _Carolina Petronella Franssen_ geboren te Tegelen 13 Maart
1894.
VII. 515. _Max Johann Franssen_ geboren te Krefeld 27 Januari 1897.
Uit het huwelijk van VII. 506. _Joannes Antonius Jozef Franssen_ met
_Anna Wilhelmina Bleckman_ kwamen 3 kinderen:
VIII. 516. _Anna Mechtild Elisabeth Franssen_ geboren te Krefeld 31
Augustus 1907.
VIII. 517. _Elisabeth Christina Franssen_ geboren te Krefeld 22
Februari 1909.
VIII. 518. _Peter Jacobus Franssen_ geboren te Krefeld 1 Mei 1910.
Uit het huwelijk van VII. 509. _Jozefina Christina Franssen_ met
_Johann Jülichmann_ is:
VIII. 519. _Peter Johann Jülichmann_ geboren te Krefeld 27 Juni 1909.
Uit het huwelijk van VI. 495. _Antonius Lucianus Wilhelmus Franssen_
met _Maria Christina Janssen_ volgden 10 kinderen:
VII. 520. _Louisa Petronella Christina Franssen_ geboren te Tegelen 4
Februari 1882, overleden aldaar 6 April 1883.
VII. 521. _Christina Louisa Franssen_ geboren te Tegelen 26 April
1883, huwde aldaar 8 Mei 1911 met Thomas Franciscus Hubertus Sterck
geboren te Maastricht 17 Augustus 1881.
Uit dit huwelijk is:
VIII. 522. _Christina Carolina Hubertina Sterck_ geboren te Tegelen 9
April 1912.
VII. 523. _Joannes Jozef Franssen_ geboren te Tegelen 12 Mei 1884,
overleden aldaar 18 Juni 1885.
VII. 524. _Christina Helena Franssen_ geboren te Tegelen 8 Maart 1886,
overleden aldaar 4 December 1886.
VII. 525. _Joannes Jozef Franssen_ geboren te Tegelen 19 April 1887,
overleden aldaar 26 Maart 1888.
VII. 526. _Hubertina Christina Franssen_ geboren te Tegelen 1 Januari
1889.
VII. 527. _Joannes Wilhelmus Franssen_ geboren te Tegelen 9 Januari
1890, overleden aldaar 18 Mei 1891.
VII. 528. _Andreas Jozef Reinier Franssen_ geboren te Tegelen 16 Maart
1891.
VII. 529. _Henricus Jozef Franssen_ geboren te Tegelen 21 Maart 1893,
overleden aldaar 30 Mei 1901.
VII. 530. _Petrus Joannes Franssen_ geboren te Tegelen 8 Augustus
1896.
Uit het huwelijk van VI. 496. _Ida Hubertina Wilhelmina Franssen_ met
_Peter Martin Scheutwinkel_ werden 8 kinderen geboren:
VII. 531. _Christina Elisabeth Scheutwinkel_ geboren te Krefeld 8
October 1887.
VII. 532. _Josephina Margaretha Scheutwinkel_ geboren te Krefeld 23
December 1888.
VII. 533. _Maria Gertrud Scheutwinkel_ geboren te Krefeld 5 September
1890.
VII. 534. _Johann Bernhard Scheutwinkel_ geboren te Krefeld 24 October
1891.
VII. 535. _Peter Franz. Wilhelm Scheutwinkel_ geboren te Krefeld 20
September 1895.
VII. 536. _Paul Stephan Scheutwinkel_ geboren te Krefeld 19 Januari
1897.
VII. 537. _Louisa Catharina Scheutwinkel_ geboren te Krefeld 6
November 1899.
VII. 538. _Ida Catharina Scheutwinkel_ geboren te Krefeld 8 Juni 1902.
BIJLAGEN.
A
Carel bij de gratie Godts Coninck van Castilien, van Leon, van
Arragon, van beijde de Secilien, van Hierusalem, van Portugal, van
Navarre, van Grenade, van Tolede, van Valentien, van Gallicien, van
Mailloirken, van Cicilien, van Sardinien, van Cordube, van Corsijcke,
van Murcie, van Jean van de Algarben, van Algezire, van Gibraltar, van
de Eijlanden van Canarien, van dʼIndien soo Orientael als Occidentael,
van de Eijlanden en de vaste landen der Zee Oceane; Artshertogh van
Oostenrijck; Hertogh van Bourgondien, van Lottrijck, van Brabant, van
Limbourgh ende Lutzenborgh, van Gelre ende van Milanen; Grave van
Habsbourgh, van Vlaenderen, van Arthois ende van Bourgondien;
Palsgrave van Thirol, van Henegauw ende van Naemen; Prince van Swave;
Marckgrave des heijligh Rijcx van Roomen; Heere van Salins ende van
Mechelen, ende Dominateur in Asien en Affricken, allen den gene die
dese sullen sien off hooren lesen saluijt, doen te weten, dat wij
hebben ontvangen die supplicatie van Michiel Franssen ende sijne
suster Maria Franssen, inhoudende hoedat hun goedt de Munte off
Bongaerts hoff tot Tegelen, neffens hunne halve thiende aldaer, aen
ons als Hertogh van Gelre leenroerich, door wijlen hunnen vaeder
Willem Franssen den 12. 7^{bris} 1686 weren belast ende verbonden
worden voor eene somme van duijsent pattacons tot behoef van wijlen
Joês Bapt. Reijs, sulcx voor den tijd van ses achtereen volgende
jaeren, welcke were comment exspireren, ende die suplten, ongelegen
viele bij dese coninucture van tijdt hunne voors: Goederen daervan
tʼontlasten, ende des wegen van noden hadden brieven van prolongatie
om de selve alnoch bij continuatie te moegen belasten, soobaeden ende
versochten die supplten seer oedtmoedel, ten eijnde hun die voors:
brieven van prolongatie in behoerlijcke forme mochten worden verleent,
Waeromme soo ist, dat wij, tʼgene voors: aengemerckt, genegen sijnde
ter oedtmoedige Bede van de Supplten, bij deliberatie van onse seer
lieve ende getrouwe die Cancellaer ende Raeden onses voors:
Vorstendombs Gelre, prolongerende ende vernieuwende die voors: brieven
van Octroij, hebben gepermitteert, geconsenteert ende octroijeren mits
desen, dat tot verseeckeringe van de voors: Capitaele somme het voors:
Goet die Munte offte Bongaerts Hof tot Tegelen, neffens die halve
thiende aldaer, aen ons als Hertogh van Gelre leenroerich, voor andere
ses jaeren sal sijn ende blijven verbonden, loopnemende van den tijt
dat de leste jaeren sijn geexpireert naer inhoudt vantʼ voors:
octroij, mits dat de Realisatie ofte vernieuwinge van dien geschiede
voor onsen Stadthouder ende Mannen van leen ende betaelt worden die
rechten daertoe staende, ende dat daerenboven de suplten naer omganck
van dese ses jaeren, het voors: leengoet wederom sullen ontlasten ende
bevrijen, off andere brieven van prolongatie te versoecken op pene van
verbeurte van tʼselve leengoedt ende daer van te geven hun behoirlick
Renversael, ende vorts met dienst ende eedt van Getrouwicheijt sijn
ende blijven verbonden, al off het selve leengoet niet en waere
beswaert, behoudelick ons ende een iegelijck sijn recht ende
Gerechticheijt. Want ons alsoo gelieft. Gegeven binnen onse Stadt
Ruremonde den 30. dagh van den Maendt Junij in den jaere ons Heeren
sesthien hondert drijent negentich, ende van onse Rijcken het 27 :/:
va: ^{vt.}
Bij den Coninck
In sijnen souverainen Raede
des vorstendombs Gelre
Mij present
Twinckel Ssl.
* * * * *
Carel bij der gratie Godts Coninck van Castilien, van Leon, van
Aragon, van beijde de Sicilien, van Hierusalem, van Portugal, van
Navarra, van Grenada, van Toleden, van Valencia, van Gallicien, van
Mallorchen, van Secilien, van Sardinien, van Cordube, van Corsijcke,
van Murcie, van Jean van Algarben, van Algezire, van Gibraltar, van de
Eijlanden van Canarien, van de Indien soo Orientaele als Occidentaele,
van de Eijlanden ende vaste landen der zee Oceane; Artshertoge van
Oostenrijck; Hertog van Bourgundien, van Lothrijck, van Brabant, van
Limborgh, van Luxenborgh, van Gelre ende van Milanen; Grave van
Habsbourgh, van Vlaenderen, van Arthois ende van Bourgundien;
Palsgrave van Thirol, van Henegouwe ende van Namen; Prince van Swave;
Marckgrave des Heijligh rijckx van Roomen; Heere van Salins ende van
Mechelen, ende Dominateur in Asien ende Africken, doen condt dat voor
onsen seer lieven ende getrouwen Heere Philips Franccis van Warick,
Ertsborghgrave van Brussel, Heere van Boondael, Huijsingen, Buijsingen
ende Dijsingen, Cancelier onses Vorstendomb Gelre ende Stadhouder van
onse leenen aldaer, ende onse mannen van leen hiernaer beshr,
Erscheenen sijn Michiel Franssen ende Joannes à Theur daartoe mede
consent hebbende van sijne huijsvrouwe Maria Franssen, als ons is
gebleecken, ende hebben uijt cracht van onse opene brieven van octroij
hun verleent ende ge-expedieert in onse Rade van Gelderlandt den 25.
deses, aen onse voorg. Stadthouder in stadt onser, opgedraegen twee
leenen, voor het eerste dat goedt die Munte alias Bongartshoff ofte
Bergh gelegen onder den kerspele van Tegelen, aen ons als Hertogh van
Gelre ten Gelderschen rechten met vijfthien goltgulden te
verheergewaeden leenroerigh, ende voor het tweede de wederhellichte
van ʼt een heere thiende gehoort hebbende totten huijse Holtmeulen,
insgelijcx onder den voors kerspele oft Gerichte van Tegelen, aen ons
ten CSuppelleert rechten met vijfthien alde grooten te verheergewaeden
leenroerigh, hebbende tesamen daerop met handt palm ende mondt
vertegen naer behooren, alsoo dat onse naebess^r mannen van Leen voor
rechtwijsen datten voorn. Michiel Franssen ende Joannes à Theur ende
sijne huijsvrê Maria Franssen van voors: twee leenen geheelich
ontleent ende onterff waeren, ende dat onse voorg. Stadthouder instadt
onser sijnen vrijen wille daermede doenmochte, edoch biddende de
voorg. Michiel Franssen ende Joannes à Theur seer oitmoedelick, dat
onsen voorg. stadthouder believen wilde mit de voors: twee leenen
wederomme te beleenen Johan Borss, postmr. deser stadt Ruremonde, als
dit alle tesamen aldus geschiedt was als voorss. staat, geeft onsen
voorg. stadthouderig stadt onser genegen sijnde terselver oitmoedige
bede, met het voors^r goedt die Munte alias Bongartshoff ofte Bergh,
ende die voorss. halve thiende tot Tegelen onder den Gerichte van
Tegelen, wederomme beleent den postm^r Johan Borss, die deselve van
onsen voorg. Stadthouder instadt onser alsoo te leen ontvangen heeft,
ende ons daervan manschap ende eedt van trouwe gedain, ende alles
voorder geloift te doen, dat eenen goeden ende getrouwen leenman sijn
den leenhever te doen schuldigh is, dergelijcken den voorss. postm^r
Johan Borss ende sijne erven ende naercomelingen, ons onse erven ende
naercomelingen Hertogen voornt. altijd soo druck des noodt gebuert
ende deselve twee leenen erledigen, oock doen sullen, Verheltelickeg
alles ons als Hertoge van Gelre onses ende ijeder den sijn goedt recht
sonder archlist sijn onser endaer geweest onse mannen van Leen Adam
Francis van Hillen beijde der rechten, Licentiaet, ende den procureur
Johan de Vlen des tʼoirconde hebben wij Cancsr. onsen segel aen desen
onsen brieff doen hangen. Gegeven binnen onse stadt Ruremonde den 25
dagh van den maendt Januarij in den jaere ons heeren sesthien hondert
ses en negentigh 30 va. ^{vt}
* * * * *
Carel bij der Gratie Godts Coninck van Castilien, van Leon, van
Arragon, van beijde de Secilie, van Hierusalem, van Portugal, van
Navarra, van Grenada, van Tolede, van Valentie, van Gallicien, van
Mailiorcken, van Seccilien, van Sardinien, van Cordube, van Corsijcke,
van Murcie, van Jean van de Algarben, van Algezire, van Gibraltar, van
de Eijlanden van Canarien, van dʼIndien soo Orientaele als
Occidentaele, van de Eijlanden ende vaste landen der Zee Oceane;
Artshertogh van Oostenrijck; Hertogh van Bourgondie, van Lottrijck,
van Brabant, van Limborgh, van Luxenbourgh, van Gelre ende van
Milanen; Grave van Habsbourgh, van Vlaendere, van Arthois ende van
Bourgondien; Palsgrave van Thirol, van Henegauw ende van Naemen; Heere
van Salins ende van Mechele, ende Dominateur in Asie ende Affrijcken,
allen den ghene die dese sullen sien of hooren lesen saluijt, doen te
weten dat wij hebben ontfanghen de supplicatie van Michel Franssen
woonende tot Seems omtrent onse Stadt Mechelen, ende behoort als man
ende momboir van Maria Franssen inhoudende, hoe dat sij in eijgendomb
besaeten ende te leen hadden ontvanghen het goet de Munte alias
Bongarts hoff, ofte Bergh, gelegen tot Tegelen, lande van Gulick,
mitsgaeders de wederhellichte van de tiende gehoort hebbende tot den
huijse Holtmeulen ende vande voors. parceelen de Supplten niet wel
waeren gelegen, ende hij daeromme deselve tot hun meerder prouffijt
geerne soude vercoopen, ʼt welck alsoo niet en mochte geschieden
sonder preallabel octroij, ofte permissie van onzen hove als
representerende deze Leenfaesie in onsen voorn. Vorstendombs
vacerende, voors. twee parceelen weren leenroerig, ofte releveerden,
soo versochten de Supplten, seer oodtmoedelich, ten eijnde hun
octroij, permissie, oft consent tot dese alimatie noodigh bij brieven
in forma mochte worden verleent. Waeromme soo ist dat wij ʼt geene
voors. aengemerckt, genegen sijnde ter oodtmoedige Bede van Supplten,
ter deliberatie van onse seer lieve, ende getrouwe die Cancellaer ende
Raeden van onsen Rade in onsen Vorstendomb Gelre, hun Supt. hebben
gepermitteert, geconsenteert, ende geoctroijeert, permitteren,
consenteren, ende octroijeren mits desen, dat sij de wederhellichte
van de thiende gehoirt hebbende tot den huijse Holtmeulen, aen ons als
Hertogh van Gelre leenroerich, sullen moegen vercoopen ende
transporteren, voorbehouden ons, ende een jeder sijn recht ende
gerechtigheijt, ende dat dʼopdraghte ofte transport gedaen sal worden
voor onsen Stadthouder, ende mannen van leen, ende dat deselve
vercoopinge niet en geschiede aen eenighe cloosters, Bastaerden, ofte
andere doode handen, mitsgaeders betaelt worden de rechten daertoe
staende, op pene dat de vercoopinge geenerwert sal sorteeren. Want ons
alsoo gelieft. Gegeven binnen onse Stadt Ruremunde den seven en
twintighsten dagh van den maendt Januarij in den jaere ons Heeren
duijsent ses hondert ses en negentigh ende van onse rijcken het 30^s
va ^{vt.}
Bij den Coninck
In sijnen souverainen Raede
des Vorstendombs Gelre
mij present
W. Suren.
* * * * *
Op den 28 Januarij 1696 hebben wij ondergs. Michiel Franssen en Jan
Theúr, als man & momboir van Maria Franssen, met desselfts consent
verkocht aende Heer Johan Boors, post meester des overquartiers van
Gelderlant, ende aengelegene Landen, het adelijck goet de Munth, mits
gaders eenen Tient onder Tegelen gelegen, sijnde beijden Coninckx
leenen leenroerigh aent Vorstendoms Gelder, soo en als de voorss.
verkopers deselven panden tot noch toe hebben beseeten ende genoeten
met alle de rechte gerechtigheden ap- en dependentien daer toe
gehoorende, niets eruijt gesondert, ende sulckx eijt besondere
consideratien ons daer toe bewegende ende speciaelijck om de promotie
& goede diensten die wij bij gelegentheijt van tijden vande voor genʼ
Heer Boors. sijn verwachtende, alles op de naer volgende conditien.
Dat de Heer Boors aenstonds naer de overdraght van dese goederen aende
verkoperen sal betaelen de somme van ses duijsent Rixdallers specie
gelt, de helftte daer van in wissel op Amsterdam & de weder helfte in
goude France pistollen te voldoen, en dan noch hondert goude
souveraine in specie, dat de Heer koper daer en boven noch tot sijne
laeste neeme een malder Rogh en een malder Eeven soo Hendricus
Winckels, te Venlo, daer eijt is jaerlix heffende, mits gaders twee
guldens twaelft stuijvers lopen soo jaerlix daer eijt gaen ten profite
vande kerck van Tegelen en dan noch het onderhout van eene var, ofte
Dúrh, tot diensten van het dorp, belovende de verkopers voor de meer
rest deselve Goederen de lantschat uitgesondert van alle andere lasten
te suijvere ende vrij te houden de pacht en alle andere vruchten van
dit loopende jaer, en volgende jaeren sullen blieven tot profite
vanden Heer koper, oock al het houtgewas soo daer tegenwordigh staet
op waessende sullende des Lants Beeden, Subsidien, fouragie, onderhout
van soldaeten en hoedaenigh die mogen genoempt werden blieven tot
lasten van verkoperen tot den halven Meij, naest komende, als wanneer
den tegenwordigen besitter Johannes a Theur het selve goet sal
inruimen ende verlaeten, mits genietende de vruchte bij hem gebouwt en
gecultiveert, en daer voor uit eijnde vant jaer eijt keerende aende
Heer koper elft vat van ieder morgen soo en als hij tot noch toe aen
sijn mede consort heeft betaelt, Beloovende oock verders de verkoperen
den Heere kooper van alle verdere aenspraeck op deze goederen te
indemmitteere en schadeloos te houden onder verbant van Haere personne
en goederen als naer rechte.
Sullen de onkosten van octroij, transport, investiture lickoop, en
armen geldt beijder sijets gedraegen werden volgens Lant rechten daer
dese goedere gelegen ende te leen verheeven worden. Aldus gedaen en
geteeckent binnen Ruremonde den 30 Januari sestien hondert ses en
negentigh.
J. Borz.
M. Franssen
JOES à THOR.
* * * * *
Den onderghesr: geft mets desen vollen last en macht aen sijn Broeder
Goert Franssen ghelijck doett mets desen om te ontfanghen van mijn
Heer Borst postmr. van hett over Gelderlandt et ^{ea} alle de
penninghen de welcke mij souden ofte moeghen competeren weghens de
coop van de mij Munte gheleghen tott Tegelen, den Voorss. Franssen de
penninghen ontfanghen hebbende van Voorss. Heeren Borst ende quit^{ie}
verleent hebbende sace van onderghessr: altijdt voor goett en werde
ghehouden worden tott welcker oirk^e hebbe dese onderteekend desen
tweeden Meert 1696.
M. Franssen.
MEMORIE.
Om te seggen mijn broeder datt schaesh de goederen van mijn swaegher
sullen verkocht sullen sijn hem sall schrijven om alsdan hier tecomen
om de penninghen van den vercoop van de Munte twell te ramplaceren
ende dat Borsts iets als dan de penninghen gegeven aen Peter Engels
sael restitueren.
* * * * *
Carel bij der gratie Godts Coninck van Castilien, van Leon, van
Aragon, van beide de Secilien, van Hierusalem, van Portugal, van
Navarra, van Grenada, von Toleden, van Valentien, van Gallicien, van
Maillorcken, van Secilien, van Sardinien, van Cordube, van Corsijcke,
van Murcien, van Jean van de Algarben, van Algezire, van Gibraltar,
van de Eijlanden van Canarien, van de Indien soo Orientaele, als
Occidentaele, van de Eijlanden ende vaste landen der Zee Oceane;
Artshertogh van Oostenrijck; Hertogh van Bourgondien, van Lottrijck,
van Brabant, van Limborgh, van Luxenborgh, van Gelder ende van
Milanen; Grave van Habsbourgh, van Vlaenderen, van Arthois ende van
Bourgondien; Palsgrave van Thirol, van Henegouw ende van Namen; Prince
van Swave; Marckgrave des Heijligh Rijck van Roomen; Heere van Salins
ende van Mechelen; Dominateur in Asie ende Affrijcken. Allen den ghene
die dese sullen sien oft hooren lesen saluijt, Doen te weten dat wij
hebben ontfanghen de supplicatie van Michel Franssen inhoudende,
zoodat hij mit goedvinden ende tot genoegen van de Momboirs van sijne
voorkinderen bij sijne eerste huijsvrouwe sal^r geprocreert, ende bij
ons octroij hadde verkocht de hellifte van ʼt leengoedt de Munte mit
de tiende daertoe gehoorende onder Tegelen gelegen ende aen onsere
Vorstendomb leenroerich aen den postmeester Bors, ende sulcx om
redenen, dat het voors. goedt van oudts belast sijnde met eene
capitaele somme van twee duijsent drij hondert rixdaelder, ende den
Suppll. mit sijne kinderen sijn domicilie, ende coopmanschap, oock
vaste goederen tot Semst in Brabant hebbende, hem ongelegen ende
schaedelich waere soo verre van der handt, ongedeijlde goederen te
besitten, de welcke mit soo een merckelieke last beswaert waeren,
sijnde het spreeckwoord alte waer, verre van sijne goederen, naer bij
sijne schaede, waer entegen den Suppll. de gelegere thijt hadde om de
cooppinninghen daervan procederende tot meerdere prouffijt van hem,
ende desselfs kinderen aenteleggen tot aenkoop van goede erven ende
goederen tot Semst van haer wel gelegen, maer alsoo den Postmeester
Bors swaerigheijt maeckte om de belooffde cooppenninghen vrije te
richten voor ende aleer den voorss. coop bij besonder octroij sij
bevestight ende geapprobeert soo gaeve den Supp^l aldaer mede over de
schriftelieke geteekende declaratie vande Momboirs van sijne
voorkinderen, waerbij deselve de vercoopinge voor seer goedt ende
dienstigh voor de kinderen oordeelden, ende belooffden de handt
daeraen te houden neffens den Suppll. dat de cooppenninghen wederom
tot meerder proffijte van sijne voorkinderen souden worden aengeleijt
in manire voors. wiens volgens dat den Suppll. sich keerde tot die van
onsen Hove mit ootmoedigh versoeck dat wij den voorss. coop van de
Munte ende daertoe gehoorende Thiende aen den Postmeester Bors gedaen
bij octroij geliefde te bevestigen ende te approberen tot een jeders
gerechtigheijt. Waeromme soo ist dat wij ʼt gene voorss. aengemerckt
genegen sijnde ter oodmoedige Bede van den Supplt. bij deliberatie van
onse seer lieve, ende getrouwe die Cancellaer ende raeden van onsen
raede in onsen Vorstendomb Gelre, aggreeerde voor goedt vast ende van
weerden houdende den coop vande Munte ende daertoe gehoorende thiende,
hebbende voors. partijen contrasenten gecondemmeert, ende condemmeert
mits desen tot onderhoudinge observatie ende voltrekkinge vanden
inhoudt desselfs in alle sijne puncten clausulen, ende conditien in al
sulcke forme ende maniere als hier voorre is vermelt, ende derselven
niet te contravenieren in wat manieren tʼ zij directelich oft
indirectelich mits dat den Supplt. sal doen reeckeninghe, ende
blijcken van aemplacement van cooppenningh daer ende alsoo ʼt behoort
accorderende vanʼt gene voors. denselven dese tegenwoordige acte, om
hem daer van te dienen, daer ende alsoo ʼt behoort ende van nooden
wesen sal, gegeven binnen onse Stadt Ruremunde onder onsen grooten
segel den veertienden dagh van den maendt Maij in den jaere ons heeren
duijsent ses hondert sesennegentigh ende van onse rijcken het 30^s
va^{vt.}
Bij den Coninck
In Sijnen Souverainen
Rade des Vorstendombs Gelre
mij present
G. W. Suren.
* * * * *
Ich voerss. Geurt Franssen als gevolmachtigde van mijn broeder Michil
Franssen mits gader als mede momboir van sijne onmundige cinderen in
sijn eerst howelick verweckt vor die eene helfte ende ich onderss.
Joês à Thor als man en momboir van Maria Franssen vor die andere
helfte> bekenne bij dese dat der H^r postmeister Borz aen ons betaelt
heft die ses duijsent rixdalers ende hundert souveraine in spees, in
desen koopbrief vermelt tot betaelinge van de Munte, ende den Tient
daerbij gehoorende, sijnde onder die vorss. somme begrepen. De
vierthien hundert ende vijftig rixdalers aen Mr Mouts tot Venlo; ende
duijsent ende vijftig rixdalers aen de heer Scholtis tot Neerwesat
betaelt tot aflossinge van twee rentbrieven so die twee vorss.
respectivelick tot laste van dese verkochte goederen waren hebbende,
bedankende ons oversulck van goede betaelinge.
Acty tot Tegelen op die Munte den 24 Juni 1696.
Goert Franssen,
Joês à Thör.
* * * * *
Het leengoed „de Munt” voorheen Bongershof of den Berg, thans klooster
„Nazareth”, bewoond door Benedictijner-nonnen of Zusters der Gedurige
Aanbidding, is gelegen ten Noord-Oosten van het dorp Tegelen, beslaat
eene vrij groote vierkante oppervlakte, door grachten omgeven. Aan de
Noordzijde, ter plaatse waar thans het kerkhof der Zusters is, bevond
zich voorheen een vrij hooge berg, waarop een kasteel, dat door brand
vernield en daarna afgebroken is. Later is de berg geslecht en de
grond tot het vervaardigen van tichelsteenen gebruikt; de waterput
heeft nog langen tijd, nadat de berg geëffend was, ter plaatse gestaan
en gelijkte vrijwel op een fabrieksschoorsteen. Het tegenwoordige
klooster was weleer de heerenwoning, waarschijnlijk gebouwd door baron
van Wevelickhoven. De boerderij, heden de woning van den eerw. heer
Rector Jos. Moubis, dagteekent van 1697.
B
Op heden dato den sevenden April 1768 hebben de broeders Willem en
Henri Franssen gedeijlt de erfgoederen en capitalen, de welcke sij ab
inteztato van haere nichte Cornelia Clucker weduwe van Henric Daers
saeliger, geerft hebben int jaer 1761, ende dezelve gestelt in twee
deelen waervan het eerste lot sal weesen en bestaen in de naervolgende
porcelen:
N^o 1. Het panhuijs met de bleijckerij, camp, en bandt, voor het
panhuijs gelegen, getaxeert sijnde ad 3000 gld. cleefs, ittem de
helfte van Muijsenmohlen, de helfte van dat hoefken gelegen an den
weijer, met de helfte van groes en land neffens de voorsijde mohlen
gelegen, getaxeert op 800 gld. cleefs.