De zuster antwoordde:--"Neen."

Zij loog. Zij loog tweemaal achtereen, slag op slag, vlot, zonder

aarzeling, als in volkomen overtuiging.

"Verschoon mij," zei Javert en hij ging heen, diep buigende.

O, heilige dochter; sedert vele jaren zijt gij niet meer van deze

wereld; ge hebt u in 't hemelsche licht met uw zusters, de maagden,

en uw broeders de engelen, vereenigd; moge deze leugen u in den hemel

ten goede worden gerekend.

De verklaring der zuster was voor Javert zoo beslissend, dat hij niet

eens op de vreemde omstandigheid lette, dat de kaars was uitgeblazen

en nog op de tafel stond te rooken.

Een uur later verwijderde zich een man haastig tusschen het geboomte en

in de duisternis uit M. sur M. in de richting van Parijs. Deze man was

Jean Valjean. Het is door de verklaring van twee of drie voerlieden,

die hem ontmoet hadden, gebleken, dat hij een pakje droeg en in een

kiel gekleed was. Van waar had hij die kiel? Men is het nooit te

weten gekomen. Echter was eenige dagen te voren een oude werkman, in

de ziekenzaal der fabriek, overleden, die een kiel had nagelaten. 't

Was misschien deze kiel.

Een laatste woord over Fantine.

Allen hebben wij een moeder, de aarde. Fantine werd aan deze moeder

teruggegeven.

De pastoor meende goed te doen, en deed misschien goed, met zooveel

mogelijk voor de armen te behouden van het geld, dat Jean Valjean had

achtergelaten. Wie waren er overigens ook in betrokken? een tuchteling

en een publieke vrouw. Daarom maakte hij de begrafenis van Fantine zoo

eenvoudig mogelijk, en beperkte die tot het volstrekt noodzakelijke,

namelijk het algemeene graf.

Fantine werd alzoo in den hoek van het kerkhof begraven, die niets

kost, die aan allen en aan niemand behoort, en waarin de armen worden

bijeengestopt. Gelukkig weet God de zielen te vinden. Men legde

Fantine in 't donker, te midden van het eerste gebeente het beste,

in den algemeenen kuil. Haar graf geleek haar bed.

De Ellendigen (Deel 1 van 5) · 第 174 / 177 题