HET GEZAG HERNEEMT ZIJN RECHTEN.

Fantine had Javert niet wedergezien sedert den dag, waarop mijnheer

de maire haar aan dien man had ontrukt. Haar zieke hersenen konden

zich van niets rekenschap geven, maar zij twijfelde niet, of hij

kwam haar terughalen. Zij kon dat vreeselijk gezicht niet verdragen;

zij voelde, dat zij bezweek; zij bedekte haar gelaat met beide handen

en riep angstig:

"Mijnheer Madeleine, red mij!"

Jean Valjean,--wij zullen hem in 't vervolg niet anders noemen,--was

opgestaan. Met zachte, bedaarde stem zeide hij tot Fantine:

"Wees gerust. Hij komt niet om u."

Daarop zich tot Javert wendende, zeide hij:

"Ik weet wat ge wilt."

De Ellendigen (Deel 1 van 5) · 第 169 / 177 题