"Ik geef ze," hernam de moeder; "ik heb tachtig francs. Ik zal genoeg
overhouden om mijn geboorteplaats te bereiken, als ik te voet ga. Ginds
zal ik geld verdienen, en zoodra ik wat heb, kom ik mijn engel halen."
De mannenstem riep:
"Heeft de kleine linnen ter verschooning?"
"'t Is mijn man," zei vrouw Thénardier.
"Gewis heeft mijn kleine engel verschooning. Ik hoorde wel, dat het
uw man was. Zij heeft zeer fraai linnengoed; veel, alles bij dozijnen;
en zijden jurkjes als een dame. 't Is alles in mijn reiszak.
"Dan moet gij het geven," riep de mannenstem.
"Zekerlijk zal ik het geven," zei de moeder. "'t Zou wat fraais zijn,
als ik mijn dochtertje naakt achterliet."
't Hoofd van den waard kwam nu te voorschijn.
"Dan is 't goed;" zei hij.
De zaak werd beklonken. De moeder bracht den nacht in de herberg door,
gaf haar geld, liet haar kind achter, bond haar reiszak, die nu,
van het kindergoed ontlast, licht en dun was geworden, weder dicht,
en vertrok den volgenden dag, in de hoop spoedig weder te keeren. Men
kan zulke scheidingen zeer bedaard overleggen; maar bij de uitvoering
vertoont zich de wanhoop.
Een buurvrouw van de Thénardier's ontmoette de moeder toen zij vertrok,
en kwam terugloopen om te zeggen:
"Ik heb op de straat een vrouw ontmoet, die schreide, dat er 't hart
door verscheurd werd."
Toen Cosette's moeder vertrokken was, zei de man tot zijn vrouw:
"Met dit geld zal ik den wissel van honderd tien francs kunnen betalen,
die morgen vervalt. Er ontbraken mij vijftig francs. Weet ge dat de
deurwaarder mij op den hals zou zijn gekomen met een protest? Ge hebt
een goede vangst met uw meisjes gedaan."
"Zonder het te vermoeden," zei de vrouw.