VROOLIJK EINDE DER VREUGD.

Toen de meisjes alleen waren, gingen zij twee aan twee, op de ellebogen

geleund, voor de ramen staan, en praatten van het eene raam tot het

andere met elkander.

Zij zagen de studenten gearmd de herberg uitgaan; dezen keerden het

hoofd om, wenkten de meisjes glimlachend toe en verdwenen in dien

bestoven zondagschen menschendrom, die wekelijks de Champs-Elysées

bestormt.

"Blijft niet te lang weg!" riep Fantine.

"Wat gaan zij ons halen?" zei Zephine.

"'t Zal zekerlijk iets fraais zijn," zei Dahlia.

"Ik," hernam Favourite, "wensch dat het iets van goud zij."

Zij vonden dra verstrooiing in de beweging, welke zij door de takken

van het hoog geboomte heen, langs den kant van 't water zagen,

en die haar zeer vermaakte. 't Was het uur, dat de postkarren en

diligences vertrokken.

Bijna al de postwagens naar het Zuiden en Westen reden toen door de

Champs-Elysées. De meeste volgden de kade en gingen uit de stad door

de barrière van Passy.

Elk oogenblik zag men een groot geel en zwart geschilderd rijtuig, met

rammelend voorspan, zwaar beladen, wanstaltig door de vele koffers,

balen en valiezen, vol hoofden, die dra verdwenen, den straatweg tot

gruis, als dol de keien tot steentjes rijden en zich door het gedrang

een weg banen, daarbij vonken als uit een smidse slaande en stofwolken

opjagende. Dat gewoel vermaakte de meisjes. Favourite riep:

"Welk een geweld! 't Is alsof 't hoopen kettingen zijn, die

wegvluchten."

Een dezer rijtuigen, 't welk uithoofde der dicht bijeenstaande olmen

moeilijk te onderscheiden was, hield een oogenblik stil en reed toen

in galop verder.

Dit verwonderde Fantine.

"'t Is zonderling," zeide zij. "Ik meende, dat de diligences nooit

stilhielden."

Favourite haalde de schouders op.

"Die Fantine is toch een wonderlijk meisje. Ik zie haar met bevreemding

aan. Zij verwondert zich over de eenvoudigste dingen. Veronderstel,

dat ik op reis ga, en aan de diligence zeg: ik ga vooruit, neem mij

in 't voorbijgaan op, aan de kade. De diligence komt, ziet mij, houdt

stil, en neemt mij op. Dat gebeurt alle dagen. Ge kent het leven niet,

mijn lieve!"

Er verliep eenige tijd. Eensklaps maakte Favourite een beweging,

als van iemand die ontwaakt.

"Maar," zeide zij, "waar blijft de verrassing."

"'t Is waar," hernam Dahlia, "de beloofde verrassing."

"Zij blijven lang weg!" zei Fantine.

Nadat Fantine dit zuchtend gezegd had, trad de knecht, die bij het eten

bediend had, binnen. Hij had iets in de hand, dat een brief geleek.

"Wat is dat?" vroeg Favourite.

De knecht antwoordde:

"Het is een brief, dien de heeren van straks mij voor de dames hebben

gegeven."

"Waarom hebt ge hem niet dadelijk gebracht?"

"Wijl de heeren bevolen hadden hem eerst na verloop van een uur aan

de dames te geven," antwoordde de knecht.

Favourite rukte het papier den jongen uit de handen. Het was inderdaad

een brief.

Er is geen adres op. Maar zie, er staat op geschreven:

De Ellendigen (Deel 1 van 5) · 第 88 / 177 题