Même quand Loyson vole, on sent qu'il a des pattes. [1]

De kardinaal Fesch weigerde zijn ontslag te nemen, weshalve de heer de

Pins, aartsbisschop van Amasie, het bisdom Lyon bestuurde. De kwestie

van het Dappendal ontstond tusschen Zwitserland en Frankrijk door

een memorie van kapitein Dufour, die thans generaal is. Saint-Simon,

destijds nog onbekend, stelde zijn verheven droom te zamen. In

de Academie der wetenschappen zat een beroemde Fourier, dien dit

nageslacht geheel vergeten is, en op een of ander zolderkamertje

een onbekende Fourier, dien de toekomst zich steeds roemrijk zal

herinneren. Lord Byron begon op te komen; een noot van een gedicht

van Millevoye kondigde hem in Frankrijk aan met deze woorden:

"een zekere lord Byron." David van Angers beproefde het marmer te

kneden. De abbé Caurie sprak, in een kleinen kring seminaristen

in het slop der Feuillanines, met lof van een onbekenden priester,

Félicité Robert genaamd, die later Lamennais werd. Iets dat rookte

en plaste op de Seine, met het geluid van een zwemmenden hond, ging

van den Pont Royal tot aan de brug van Lodewijk XV heen en weder,

voorbij de vensters der Tuilerieën. 't Was een werktuig, dat tot

niet veel nut was, een soort van speeltuig, een uitvindsel van een

zwakhoofdige, een utopie: een stoomboot. De Parijzenaars keken naar

dat nuttelooze ding met onverschilligheid. Mijnheer de Vaublauc,

die door een staatsgreep en ordonnantie het Instituut hervormd had,

kon, na verscheiden leden der Academie te hebben gemaakt, er zelf niet

inkomen. De voorstad St. Germain en het paviljoen Marsan wenschten tot

prefect van politie den heer Delavau, wegens zijn vroomheid. Dupuytren

en Recamier twistten in de geneeskundige school over de goddelijkheid

van Jezus Christus en dreigden elkander met de vuist. Cuvier poogde,

met het eene oog op het scheppingsverhaal in den bijbel en met het

andere op de natuur gericht, aan de bigotte reactie te behagen door de

fossiliën in overeenstemming met de H. Schrift te brengen en Mozes door

de mastodonten te doen eerbiedigen. Mijnheer François de Neufchâteau,

die op lofwaardige wijze de gedachtenis aan Parmentier in eere hield,

wendde duizenderlei pogingen aan om "aardappel" (pomme de terre)

als parmentière te doen uitspreken, 't geen hem echter niet gelukte.

De abbé Grégoire, oud-bisschop, oud lid der conventie, oud-senator,

was in de koningsgezinde polemiek tot den staat van "eerloozen

Grégoire" overgegaan.

Deze spreekwijze van "tot den staat van... overgaan" werd door den

heer Royer Collard als een nieuwigheid aangeklaagd. Men kon nog aan

zijn helderheid den steen herkennen, waarmede men vóór twee jaren,

onder den derden boog der brug van Jena, de opening der mijn weder

had dichtgemaakt, die door Blücher was aangelegd, om de brug in de

lucht te doen springen.

De justitie daagde voor haar balie iemand, die tot den graaf van

Artois, toen deze Notre-Dame binnenging, luid gezegd had: Sapperloot,

ik betreur den tijd toen ik Bonaparte en Talma arm in arm naar het

Bal-Sauvage zag gaan.--Oproerige gesprekken. Zes maanden gevangenis.

Verraders vertoonden zich zonder mom; mannen, die den dag vóór

den veldslag tot den vijand waren overgeloopen, bedekten niets van

het ontvangen loon, en droegen op klaarlichten dag hun schandelijk

verkregen schatten en waardigheden ten toon; deserteurs van Ligny en

Quatre-Bras bewezen hun monarchale verkleefdheid door de naaktheid,

waarmede zij hun betaalde schurkerij droegen, en vergaten wat in

Engeland op den binnenmuur der openbare waterclosets staat geschreven:

Please adjust your dress before leaving. (Voor men zich verwijdert,

brenge men zijn kleeding weder behoorlijk in orde.)

Ziedaar, wat, verward, in 't jaar 1817 bovendreef, en thans genoegzaam

vergeten is. De geschiedenis schenkt aan al deze bijzonderheden

schier geen aandacht; en kan wel niet anders, daar het eindelooze

haar dan zou overweldigen. Evenwel zijn deze bijzonderheden, welke

men ten onrechte kleinigheden noemt,--er zijn noch kleine feiten in de

menschheid, noch kleine bladeren in den plantengroei--nuttig, 't Is uit

het gelaat der jaren, dat de gedaante der eeuwen wordt samengesteld.

De Ellendigen (Deel 1 van 5) · 第 71 / 177 题