NOTA TER REGELING DER UITGAVEN VAN MIJN HUIS:

Voor het kleine Seminarie 1500 fr.

,, de zendingmaatschappij 100 ,,

,, ,, Lazaristen van Montdidier 100 ,,

,, het Seminarie der vreemde missiën te Parijs 200 ,,

,, de Congregatie van den H. Geest 150 ,,

,, ,, geestelijke gestichten in het H. Land 100 ,,

,, ,, genootschappen voor de verpleging van kraamvrouwen 300 ,,

Bovendien voor dat te Arles 50 ,,

Voor het genootschap ter verbetering der gevangenissen 400 ,,

Tot hulp en bevrijding van gevangenen 500 ,,

,, bevrijding van voor schulden gegijzelde huisvaders 1000 ,,

,, verhooging van het traktement van arme schoolmeesters

in het bisdom 2000 ,,

Voor het graanmagazijn der Hautes-Alpes 100 ,,

,, de Congegratie der dames van Digne, van Manosque en

van Sisteron, voor het gratis onderwijs aan behoeftige

meisjes 1500 ,,

,, de armen 6000 ,,

,, uitgaven voor mijn persoon 1000 ,,

-----

Totaal 15000 fr.

Zoolang de bisschop Myriel den zetel te D. bekleedde, veranderde hij

niets in deze regeling. Hij noemde het, gelijk men ziet, de regeling

der uitgaven van zijn huis.

Deze schikking werd met volkomen goedvinden door mejuffrouw Baptistine

aangenomen. Voor deze vrome maagd was Myriel te gelijker tijd haar

broeder en haar bisschop, haar natuurlijke vriend en haar geestelijk

hoofd. Zij beminde en vereerde hem. Wanneer hij sprak, boog zij zich;

en al wat hij deed, vond zij goed. Alleen de dienstbode, Magloire,

morde wel eens.

Zooals wij hebben gezien, had de bisschop slechts 1000 francs voor zich

gehouden, 't welk, gevoegd bij het jaargeld van juffer Baptistine,

te zamen jaarlijks 1500 francs bedroeg. Van deze vijftienhonderd

francs leefden de beide oude vrouwen en de grijsaard.

En wanneer een dorpspastoor te D. kwam, had de bisschop, door de

strenge zuinigheid van Magloire en het schrander huisbestuur van

mejuffrouw Baptistine nog altijd gelegenheid hem behoorlijk te

ontvangen.

De bisschop was ongeveer drie maanden te D., toen hij op zekeren

dag zeide:

"'t Is zeker, dat mijn financiën zeer bekrompen zijn."

"Dit geloof ik wel," hernam Magloire, "Monseigneur heeft zelfs niet

eens de gelden gevorderd, welke het departement hem schuldig is voor

zijn equipage en voor de reizen in het bisdom. De vorige bisschoppen

ontvingen die altijd."

"'t Is waar, gij hebt gelijk, Magloire," zei de bisschop, en hij zond

zijn rekening in.

Eenigen tijd later stond de algemeene raad van het departement, na

overweging zijner vordering, den bisschop een jaarlijksche som van

drie duizend francs toe voor de kosten van rijtuig en ter vergoeding

der herderlijke reizen.

De burgerij der plaats maakte hierover een groote drukte, en bij

deze gelegenheid richtte een senator van het Keizerrijk, oud lid van

den raad der vijfhonderd, die een begunstiger van den 18en Brumaire

was geweest en daarvoor in de nabuurschap van Digne met een heerlijk

landgoed beloond was geworden, aan den minister van Eeredienst, Bigot

de Préameneu, een kwaadaardig vertrouwelijk schrijven, waaraan wij

de volgende authentieke regelen ontleenen.

"Equipagekosten? waartoe die, in een stad van minder dan vier duizend

inwoners? Reiskosten? waartoe dienen vooreerst deze tochten? en hoe

kan men met extra-rijtuig in deze bergachtige streken reizen? er

zijn geen wegen. Men kan alleen te paard reizen. Zelfs de brug over

de Durance bij Château-Arnoux kan nauwelijks ossenkarren dragen. Maar

deze priesters zijn allen gelijk:--hebzuchtig en gierig. Toen deze hier

kwam, speelde hij den goeden apostel. Nu doet hij gelijk de anderen,

en begeert equipage en extra-rijtuig. Hij wil weelde ten toon spreiden,

gelijk de vorige bisschoppen. O, dat priesterras! Mijnheer de graaf,

de zaken zullen niet eerder goed gaan, dan wanneer de Keizer ons van

de papen verlost heeft. Weg met den Paus! (op dit oogenblik raakten de

zaken met Rome in de war), wat mij aangaat, ik ben vóór Cesar alleen,

enz., enz., enz."

Magloire was daarentegen zeer verheugd over de zaak en zeide tot

mejuffer Baptistine: "Nu, Monseigneur is met de zorg voor anderen

begonnen; maar hij heeft eindelijk toch ook aan zich zelven moeten

denken. Hij heeft al zijn liefdegiften, geregeld: nu hebben wij

eindelijk dus drie duizend francs voor ons!"

Denzelfden avond schreef de bisschop de volgende nota, welke hij aan

zijn zuster ter hand stelde:

De Ellendigen (Deel 1 van 5) · 第 8 / 177 题