In welken toestand Diego zijne familie vond en na welke genietingen
Gil Blas en hij scheidden.
Dien dag gingen wij slapen tusschen Moyados en Valpuesta in een klein
dorpje, waar ik den naam van vergeten ben, en den volgenden morgen
kwamen wij tegen elf uur in de vlakte van Almedo aan. "Waarde heer Gil
Blas," zeide mijn metgezel, "dit is nu mijn geboorteplaats; ik kan het
niet aanschouwen zonder in vervoering te geraken, zoo natuurlijk is
het van zijn vaderland te houden." Toen wij wat dichter bij kwamen,
was er genoeg om ons mee bezig te houden.
Op eenigen afstand van elkander waren drie groote vlaggen opgehangen
en dicht daarbij waren een aantal koks bezig een feest aan te
richten. Eenigen dekten lange tafels, opgericht onder tenten;
anderen vulden de kruiken. Er stonden braadpannen op het vuur
en elders draaide men braadspitten, waaraan alle soorten vleesch
hingen. Maar nog meer aandacht had ik voor een groot tooneel, dat
men had opgeslagen. Het was bekroond door een decoratie van carton,
beschilderd in verschillende kleuren en overdekt met latijnsche
en grieksche spreuken. Zoodra zag de barbier die opschriften niet
of hij zeide mij, dat al die grieksche woorden erg naar zijn oom
Thomas roken. "Ik wed dat hij er de hand in heeft," zeide hij,
"want onder ons gezegd is het een bekwaam man. Hij kent een aantal
leerboeken uit zijn hoofd. Het is om je geduld te verliezen, zooals
hij onophoudelijk heele bladzijden in het gesprek werpt. Bovendien
is hij een geleerd oudheidkenner. Zonder hem zouden wij niet weten
dat in Athene de kinderen huilden als men ze met de zweep sloeg;
wij danken deze ontdekking aan zijn diepgaande geleerdheid."
De lust kwam bij ons op te weten waarvoor al die toebereidselen
werden gemaakt. Wij gingen informeeren, toen Diego in een sinjeur,
die de leiding van het feest scheen te hebben, zijn oom Thomas de
la Fuente herkende. De schoolmeester herkende den jongen barbier
eerst niet, zoo was hij in tien jaren veranderd. Daar hij dit toch
niet kon zeggen, omhelsde hij hem hartelijk en zei: "Wel Diego,
mijn waarde neef, ben je dus terug in de stad die je heeft zien
geboren worden? Je komt je huisgoden dus weer opzoeken en de hemel
heeft je veilig en wel naar je familie geleid. O, drie en vier
maal gelukkige! Er is veel nieuws, mijn vriend," vervolgde hij,
"uw oom Pedro, de litterator, is het slachtoffer van Pluto geworden,
drie weken geleden is hij gestorven; die gierigaard vreesde dat hem in
zijn leven het noodigste zou ontbreken, hij was zoo dol op het geld en
de liefde, dat hij er heelemaal van uitgedroogd is. Behalve de groote
jaargelden, die eenige grooten hem hadden vermaakt, gaf hij per jaar
geen tien pistolen uit; hij had zelfs een lakei, die niet in den kost
was, die dwaas stapelde al het goud en geld op, dat hij maar bijeen
kon rapen. En voor wie? Voor erfgenamen die hij niet zien wilde. Hij
was dertigduizend dukaten rijk, die je vader, je oom Bertrand en ik
hebben gedeeld. Mijn broer Nicolaas heeft al over uw zuster Theresa
beschikt; hij heeft haar uitgehuwelijkt aan den zoon van een van onze
alcades. En die bruiloft vieren wij al twee dagen lang. Wij hebben in
de vlakte die tenten opgericht en daar vervullen de drie erfgenamen
van Pedro elk op hun beurt een dag de rol van gastheer. Was je maar
eerder gekomen, dan zou je eens wat gezien hebben.
Eergisteren, op den trouwdag, droeg je vader de kosten. Gisteren je
oom de kruidenier en vandaag is alles voor mijn rekening en ik zal
den burgers van Almedo een schouwspel van mijn vinding geven. Het
einde zal het werk bekronen. Ik heb een tooneel doen opslaan, waar
ik met Gods hulp door mijn leerlingen een door mij geschreven stuk
zal doen opvoeren, getiteld: "De geneugten van Mulay Bugentuf, koning
van Marocco". Het zal prachtig gespeeld worden. Het zijn kinderen uit
Penafiel en Segovia, die bij mij inwonen. Uitstekende acteurs! Over
het stuk wil ik niet spreken, dat moet een verrassing blijven."
Toen hij deze woorden gesproken had, zagen wij uit het dorp een
grooten troep menschen komen. Het waren de jonggehuwden, vergezeld
van hunne bloedverwanten en vrienden en voorafgegaan door een
twaalftal muzikanten. Wij gingen hen tegemoet en Diego maakte zich
bekend. Vreugdekreten stegen uit hun gezelschap op en iedereen haastte
zich hem te begroeten. Zijn geheele familie en iedereen die aanwezig
was, overlaadde hem met omhelzingen, waarna zijn vader hem zeide:
"Wees welkom, Diego! Gij vindt uwe ouders wat dikker terug, mijn
jongen; meer zeg ik nu nog niet; onderdehand zal ik je alles wel
uitleggen." Ondertusschen begaf iedereen zich onder de tenten en nam
plaats om de gedekte tafels. Ik verliet mijn metgezel niet en wij
aten beiden aan tafel met de jonggehuwden.
Na het feest toonden de gasten groot ongeduld om het stuk van den heer
Thomas te zien, daar zij er niet aan twijfelden of het product van
zulk een schoon genie verdiende te worden aangehoord. Wij gingen naar
het tooneel, waar men in groote stilte het begin afwachtte. De acteurs
verschenen en met het stuk in de hand zette de auteur zich tusschen
de coulissen om te souffleeren. Hij had ons terecht reeds gezegd, dat
het tragisch was, want in de eerste acte doodde de koning van Marokko,
bij wijze van tijdverdrijf, honderd moorsche slaven met pijlschoten;
in de tweede acte sloeg hij dertig portugeesche officieren, die een
van zijne kapiteins krijgsgevangen had gemaakt, het hoofd af en in
de derde eindelijk stak deze monarch, zat van zijn vrouwen, zelf
een afgelegen paleis in brand, waar deze waren opgesloten en deed
dit met haar in vlammen opgaan. De moorsche slaven en de portugeesche
officieren waren zeer kunstig van riet gemaakt en het paleis, in elkaar
gezet van carton, scheen omringd door een vuurwerk. Dit, begeleid
door duizend klaagkreten, die uit de vlammen schenen op te stijgen,
ontknoopte het stuk op een zeer vermakelijke manier. De geheele vlakte
weerklonk van de toejuichingen, welke die schoone tragedie ontving.