O natuurlijk, nu smaalt de menigte: "Dat Kerstevangelie is onzin. Vrede
op Aarde? Zie maar in 't rond. Oorlog en niets dan oorlog. De Englenzang
in Bethlehems velden is een lieflijke waan. Twintig eeuwen lang hebben
de kinderen der menschen het lied nagezongen, maar het bleef bij zingen.
Juist de beide volken, die het Kerstfeest met zulk een zoete vroomheid
vieren, hebben zich in onzen tijd het krachtigst gewapend. Waar is
de "Weihnachtsbaum" meer algemeen geëerd dan in Duitschland? Iedere
huiskamer ziet zijn vreedzame vlammetjes branden. Maar ieder huisgezin
heeft thans zijn mannen naar 't oorlogsveld gezonden. Daar donderen
de kanonnen dit jaar het antwoord op het lied uit de wolken. En welke
natie stuurt haar "Christmaswishes" veelvuldiger de wereld in dan de
Engelsche? Kerstwenschen? Ze worden door de "dreadnoughts" overgebracht
en de heidenen uit Azië zullen ze, op Engelands kosten, wel in het
christelijk Europa bezorgen. Vrede op Aarde? Schijn en huichelarij dat
heele christendom, die heele leer der liefde. Geen englenzang daalt
uit de wolken, maar bommen regenen uit den hemel neer, om wat er nog
vreedzaam op de velden der aarde leeft te vernietigen. Vrede? Haat,
wraak, oorlog, verwoesting op aarde! Dát is de waarheid. En niets
anders."
Zoo smaalt--en zoo dwaalt de menigte.
Ze dwaalt. Het Kerstevangelie is volkomen waarheid gebleken, ondanks al
de woedende oorlogen, die sedert gevoerd zijn. En ook nu kan men zijn
ongereptheid zelfs te midden van het kanongebulder zien. Er is vrede
op aarde. Maar... "onder de menschen waarin God welbehagen heeft!" Zoo
luidde ook het engelenlied. Daar is in dien stillen, in dien heiligen
nacht niet gezongen, dat van nu aan de aarde vol vrede zou wezen, zoo
min als later Jezus--tóch de Vredevorst!--van zichzelf getuigen zou, dat
Hij allen strijd zou beëindigen.
"Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard," sprak Hij,
met goddelijke beslistheid, waaraan de latere tijden volle recht hebben
gedaan. Maar hoewel Hij het zwaard bracht, mocht Hij toch vredevorst
heeten en konden de engelen zijn geboorte aankondigen als het uur,
waarin de Vrede op Aarde was neergedaald. Dat zou zijn leven
bewaarheiden en dat hééft zijn leven bewaarheid.
Of was het in Zijn ziel niet vrede? Hij werd bespot, beschimpt, veracht,
maar het verstoorde den vrede niet in zijn gemoed. Hij werd gescholden,
belasterd, verdacht gemaakt, maar het kon de klare rust zijns harten
niet vertroebelen. Hij werd geslagen, met doornen gekroond, gekruisigd,
maar het deed geen oogenblik zijn vertrouwen in Gods vaderliefde
wankelen. Hij bad voor zijn vijanden: "Vader, vergeef het hun, want
zij weten niet wat zij doen." Was dit alles niet een onweerspreekbaar
getuigenis, dat in zijn ziel de vrede woonde? Zijn leven scheen
vernietigd, zijn streven vruchteloos, zijn arbeid ijdel--toch vrede.
Onbegrepen door zijn leerlingen, in de uiterste ure zelfs door een
zijner beste discipelen verloochend, door al zijn jongeren verlaten,
eenzaam en veroordeeld achtergebleven--toch vrede. In dezen "Gezalfde
des Heeren" was het in volle werkelijkheid: Vrede op Aarde. De englen
hadden geen juister naam kunnen aankondigen.
* * * * *
Een onjuiste vertaling van het Lukasevangelie heeft ons langen tijd doen
lezen en zingen: "Vrede op aarde! In de menschen een welbehagen!" Maar
dat staat er niet in het oorspronkelijke Grieksch. De bekende Duitsche
vertaling van Weissacher zegt: "Preis sei in der Höhe Gott, und auf
Erden Friede unter Menschen des Wohlgefallens." Dat is duidelijk genoeg,
zoowel als de woorden van prof. Oort in onze Leidsche vertaling. Neen,
zoo gemakkelijk gaat het niet. Wij zouden wel willen zondigen op
duizenderlei wijze: vloeken, drinken, boeleeren, eergierig, geldgierig,
heerschzuchtig zijn, het recht vertrappen, de armen vertreden, de
ellendigen doen bezwijken en bij alles--vrede op aarde, opdat we vooral
ongestoord onzen gang konden gaan. Maar hoe kan in vredesnaam--ja, in
naam des Vredes!--God in zulke menschen een welbehagen hebben? Dat is
immers onmogelijk? Hoe kan ooit een heilige Macht vrede hebben met
zooveel onheiligs! Zeker: Vrede op Aarde. Maar... "onder die menschen
waarin Hij welbehagen heeft!" Dat is dus onder de menschen, waarin de
geest van Zijn heiligheid werkt. Doch overal elders krijg. Terecht.
Zonde kan geen vrede baren.
Jezus was een mensch, waarin God welbehagen had. Vandaar in Hem vrede.
En dien vrede kunnen we nog zien, zelfs in de loopgraven van 't slagveld
en tusschen de fluitende kogels. Hoeveel martelaren hebben in vroeger
eeuw, te midden der vlammen, van dien vrede getuigd! Het is zoo volmaakt
onjuist van vrede te spreken, als er alleen maar geen kanonnen-oorlog
is. Waar vijandschap is, wantrouwen, onafgebroken bewapening, daar
is geen vrede, daar is het aanhoudend oorlog, met alleen kortere of
langere wapenstilstanden. Vrede is een gemoedstoestand. Omringd door een
paradijsrust kan het menschenhart onrustig zijn. Terwijl alles om hem
heen vredig is, woelt er onvrede in zijn binnenste. En rondom kan dood
en verderf woeden, de stad in puin geschoten worden, het huis boven zijn
hoofd instorten, en toch de mensch vrede hebben. De vraag is alleen:
Heeft God in u een welbehagen.
Heeft Hij? Onderzoek het door de vraag om te keeren: Hebt gij een
welbehagen in God? Neen, laten we ons niet verschuilen achter kerkelijke
termen. Wie in God gelooft, weet, dat Hij heilig is en rechtvaardig.
Welnu, hebt gij de heiligheid lief, zoodat alle onheilige begeerten
in u--ge kent ze wel--u een voortdurende smart zijn? Hebt gij de
rechtvaardigheid lief, waaràchtig lief--niet met woorden--zoodat ge
voor haar offers wilt brengen: uw maatschappelijke rust, uw fortuin, uw
goeden naam bij de menschen, althans wat men zoo noemt. Hebt ge _aldus_
God lief? Of wilt ge liever "Gods welbehagen" genieten in een leventje
van liefdeloosheid, zelfstreeling; de heele wereld genieten en Gods
zegen op den koop toe? Ons zelfbehagen en Gods welbehagen, die gaan
nooit samen, tenzij ons "zelf" eerst de reinigingskuur der
zelfverloochening heeft doorgemaakt.
Er _is_ vrede op aarde. Maar of de aarde eenmaal vol vrede zal
zijn? Niet, wanneer de ongerechtigheid toeneemt. Want "doordat de
ongerechtigheid toeneemt, zal de liefde van velen verkoelen" en dus
de haat aanwakkeren. Maar "wie volhardt tot het eind, die zal zalig
worden." Slechts hij die in eigen ziel vrede op aarde gevonden heeft,
kan de vrede op aarde brengen.
Hoe?... Dat is de boodschap van den stillen, den heiligen nacht.
Kerstmis, 1914.