49. DE STRUISVOGEL.

Tegenwoordig is in Soedan alles anders geworden; een spoorweg loopt van

de Nijldelta naar Chartoem, en een andere van de Roode Zee naar Berber.

Chartoem bezit thans scholen, hospitalen, kerken en andere openbare

gebouwen en de stoombooten bevaren den Nijl tot aan de groote meren.

Gordon’s plan het Victoria-Niansa meer met Mombas aan de kust te

verbinden, is verwezenlijkt, en een spoorlijn doorsnijdt Britsch

Oost-Afrika. Kortom van alle kanten zijn de blanken steeds dieper in

het zwarte werelddeel binnengedrongen, en hebben zich de heerschappij

over bijna geheel Afrika verzekerd. De fauna van dit werelddeel is

dientengevolge herhaaldelijk in het gedrang gekomen, en door te grooten

ijver der jagers is in vele streken het wild volkomen uitgeroeid; het

heeft ontoegankelijke oorden opgezocht, waar het voorloopig nog

ongestoord kan voortleven.

In de Sahara, in de Libysche Woestijn, op de vlakke velden aan den

boven-Nijl, op de steppen van Zuid-Afrika, overal waar open vlakten

zijn, leeft een der schoonste en belangwekkendste vertegenwoordigers

van Afrika’s dierenwereld, de struisvogel. Hoewel hij wegens zijn

kostbare vederen sedert tal van eeuwen wordt gejaagd, komt hij nog in

menigte voor. In de onherbergzame woestijnstreken houdt hij zich

evenwel niet op; hij leeft slechts daar, waar water in de nabijheid is.

Deze wonderlijke vogel bereikt een hoogte van twee-en-een-halven meter

en weegt in volwassen toestand vijf-en-zeventig kilogram. Hij heeft een

kleinen, platten kop met groote, schitterende oogen. Zijn vleugels,

waaraan de kostbare vederen zitten, zijn zoo klein, dat zij hem niet in

staat stellen, om zich in de lucht te verheffen en te vliegen; maar als

vergoeding daarvoor kan hij een duizelingwekkende snelheid bereiken, en

laat een paard en ruiter ver achter zich.

De struisvogels leven in kleine troepen bijeen van vijf of zes stuks.

Den morgen gebruiken ze om hun maag te vullen met planten, en ook wel

met kleine dieren en insekten. Dan rusten ze, of spelen met elkaar

waarbij ze in een kring over het zand loopen, zonder hinder te hebben

van de zon en den gloeienden bodem. Dan drinken ze, en des middags gaan

ze weer op jacht om voedsel te zoeken. Des avonds zoeken ze hun

legerstede op.

Het scherpste zintuig van den struisvogel is het gezicht, hoewel ook

hun reuk en gehoor buitengewoon ontwikkeld zijn. Wanneer er gevaar in

aantocht is, vlucht hij fladderend weg en neemt dan passen, die een

lengte bereiken van drie tot vier meter. Door de waakzaamheid van den

struisvogel houdt de zebra zich bij voorkeur in zijn nabijheid op,

teneinde tijdig tegen naderend onheil gewaarschuwd te zijn.

De struisvogeljacht wordt van ouds door de Arabieren van Noord-Afrika

op snelle paarden of dromedarissen uitgeoefend. Twee of drie ruiters

achtervolgen een mannetje, dat na een vlucht van een uur uitgeput is.

Weliswaar zijn dan ook de paarden aan het eind van hun krachten, maar

een der ruiters dwingt zijn ros tot een laatste krachtsinspanning, en

haalt ten slotte den struisvogel in; dan velt hij hem met een slag op

den kop terneer. Dan springen de ruiters van hun paarden, villen de

dieren en keeren de huid om, die dan dient als een zak, waarin ze de

veeren bergen, en zoo keeren ze dan weer naar hun tenten terug.

De veeren van den wilden struisvogel zijn veel mooier en kostbaarder

dan die van de tamme exemplaren. Een volwassen struisvogel levert

steeds 14 groote, witte veeren op.

De wijfjes leggen haar reusachtige eieren in kuilen in het zand, en,

merkwaardigerwijze, zijn ’t de mannetjes die de eieren uitbroeden.

Overdag gaan ze uren lang van het nest af, maar dekken de eieren met

zand toe. Reeds na anderhalve maand komen de jongen uit, ze zijn dan

even groot als jonge hanen, maar een enkel struisvogelei weegt dan ook

evenveel als vier-en-twintig kippeneieren tezamen, en heeft in

doorsnede een lengte van vijftien centimeter.

De eetlust van den struisvogel is verwonderlijk. Er is bijna niets wat

hij versmaadt. De groote dierenkenner Brehm, die er tamme struisvogels

op na hield, vertelt dat ze ratten en kuikens verteren, kleine steenen

inslikken, en dat tweemaal zijn sleutelbos in een struisvogelmaag

verdween. Men vond eenmaal in zulk een maag voor vier kilogram aan

„diversen”, en wel: steenen, lompen, metaal, munten, sleutels, enz.

Brehm bezat een tamme baviaan, die met alle dieren in vijandschap

leefde, alleen niet met de struisvogels; maar op den duur ging ook deze

vriendschap over in vijandschap, want wanneer de baviaan op een muur

van den hof zat, en zijn staart naar beneden liet hangen, kwam altijd

een der struisvogels, die nu eenmaal niets kon zien of hij moest

dadelijk probeeren hoe het smaakte, en die hem altijd in dit gevoelige

aanhangsel beet. De aap werd dan natuurlijk woedend, en sprong op den

struisvogel toe, die er nooit zonder eenige schrammen en geplukte

veeren afkwam.

Er wordt wel eens beweerd, dat de struisvogel het domste dier is dat er

bestaat. Dit is een bewering die niet door alle Zoölogen gedeeld wordt.

De Duitsche onderzoekingsreizer Schillings, die beroemd is wegens zijn

moment-opnamen, des nachts van wilde dieren gemaakt, volgde op zekeren

keer uren lang het spoor van eenige leeuwen; het spoor bracht hem langs

een struisvogelnest waarin een paar jongen waren, die pas waren

uitgebroed. De ouden waren klaarblijkelijk niet aanwezig, en,

merkwaardigerwijze hadden de leeuwen de jongen ongemoeid gelaten.

Spoedig vond hij de oplossing van dit raadsel: de oude struisvogels,

die in den helderen maannacht reeds lang van tevoren het gevaar hadden

zien aankomen, waren bij het naderen der leeuwen opgesprongen om ze van

het nest weg te lokken. Deze list was hun ook gelukt, het spoor wees

eindelijk uit dat de leeuwen de vluchtende struisvogels achtervolgd

hadden, en zoodoende zich steeds verder van het nest hadden verwijderd.

Toen het struisvogelpaar meende dat ze den vijand ver genoeg hadden

weggelokt, waren ze omgekeerd om langs een omweg weer naar hun jongen

terug te keeren.

Van pool tot pool(#76913) · 第 55 / 75 题