Sint John tot in de nabijheid van de sloepen, welke de afsluitingslinie
vormden, doorkruist. Hij had evenwel niets gevonden, dat hem op het
spoor kon doen komen.
Pyg en een der opzichters waren over land langs den oever gezonden
en hadden hunne nasporingen tot op drie mijlen benedenstrooms van
de plantage uitgestrekt; maar waren verplicht hetzelfde rapport uit
te brengen.
Zooveel bleek evenwel uit de ingekomen berichten, dat de
kanonneerbooten nog steeds voor anker lagen; terwijl hoegenaamd geene
voorbereidende maatregelen, om onder stoom of onder zeil te gaan,
bespeurd waren. Een aanslag op Jacksonville scheen dus nog niet in
de bedoeling te liggen.
Maar daarenboven, hoe zou die flottilje over de zandbank geraken? Dat
was toch eene vraag, die men zich stellen moest. Aangenomen ook al
dat de vloed genoegzaam doorzette, om het vaarwater vroeger dan men
dacht bruikbaar te maken, hoe zou men zich dan nog durven wagen in
die smalle en bochtige toegangen tot de geul, nu de eenige loods,
die er al de kronkelingen van kende, niet meer aanwezig was?
En inderdaad, Mars was niet meer te voorschijn gekomen.
Als James Burbank had kunnen vernemen, wat er na het gevangennemen
van zijn zoon Gilbert en het oppikken van de giek gebeurd was, dan
moest hij in de meening verkeeren, dat de stoutmoedige makker van
den jeugdigen marine-officier in de kolkende branding op de zandbank
omgekomen was. Voor het geval toch, dat Mars zich met zwemmen gered
had, zou hij immers getracht hebben den rechteroever der Sint John
te bereiken en zich gehaast hebben zich naar Camdless-Bay te begeven,
daar het hem niet meer mogelijk was, naar boord terug te keeren.
Maar Mars was ook niet op de plantage verschenen.
Den volgenden dag--den 11den Maart--was de geheele Raad tegen elf
uren onder het voorzitterschap van Texar in persoon, in dezelfde
zaal van Court-Justice vereenigd, waarin de Spanjaard vroeger reeds
als aanklager tegen James Burbank was opgetreden. Ditmaal waren de
beschuldigingen, welke tegen den jeugdigen marine-officier ingebracht
werden, van zeer ernstigen aard en zelfs zoo zwaar, dat hij aan zijn
noodlot niet zou kunnen ontsnappen.
Hij was dan ook reeds bij voorbaat veroordeeld.
Wanneer de zaak van den zoon maar eenmaal beëindigd zoude zijn, dan
zou Texar zich met die van den vader onledig houden. Hij hield de
kleine Dy gevangen. De gezondheidstoestand van mevrouw Burbank, die
onder de vele slagen, door de hand van dien ellendeling toegebracht,
zooveel geleden had, was in deerniswaardigen staat. Nu nog de vader,
dan zou hij goed en wel gewroken zijn.
Waarlijk, het was alsof alles hem meeliep, om het botvieren van zijne
wraakzucht te bevorderen.
Gilbert Burbank werd uit de gevangenis gehaald. Evenals den vorigen dag
vervolgde hem het grauw met bedreigingen, met gehuil en met hoonkreten.
Toen hij de zaal van Court-Justice, waar hij de meest verwoede
aanhangers van den Spanjaard bijeen vond, binnentrad, werd hij met
verwenschingen en met kreten van woede ontvangen.
»Weg met den spion!"
»De spion ter dood!"
»Schiet hem neer!"
»Neen, niet doodschieten!"
»Dat is een te eerlijke dood voor een spion!"
»De strop!"
»Ja, de strop!"
»Hang hem op!"
»Ja, hang den spion op!"
Spion!... Ja, dat was de beschuldiging, welke dat grauw, welke die
ellendelingen lieten hooren! Dat was de beschuldiging, welke door
Texar ingefluisterd was!
Gilbert, door die hatelijke beschuldiging een oogenblik uit het veld
geslagen, had intusschen zijne geheele koelbloedigheid herkregen. Hij
slaagde er in kalm te blijven, zelfs toen hij den Spanjaard ontwaarde,
wien het aan kieschheid en aan de noodige schaamte ontbroken had,
om zich als rechter in deze zaak te recuseeren.
»Uw naam?" vroeg Texar.
»Ik heet Gilbert Burbank," antwoordde de beklaagde.
»Gij zijt officier van de federalistische krijgsmacht, niet waar?"
»Ja."
»Marine-officier?"
»Ja."
»Gij zijt eerste officier aan boord van een der kanonneerbooten onder
de bevelen van den kommandant Stevens?"
»Ja."
»Gij zijt de zoon van James Burbank, een Amerikaan uit een der
Noordelijke Staten afkomstig?"
»Ja."
»De zoon van den eigenaar van de plantage Camdless Bay?"
»Ja."
»Bekent gij de vijandelijke flottilje, die voor de zandbank in de
monding der Sint John ten anker ligt, in den nacht van den 10den
Maart verlaten te hebben?"
»Ja."
»Bekent gij krijgsgevangen gemaakt te zijn, terwijl gij, te zamen
met een matroos van dezelfde kanonneerboot, poogdet naar boord terug
te keeren?"
»Ja."
»Wilt gij ons mededeeling doen van hetgeen gij in deze streken kwaamt
uitrichten?"
»Voorzeker, wil ik dat."
»Welnu, wij luisteren."
Gilbert Burbank streek zich met de hand over het gelaat en scheen
gedurende een oogenblik zijne gedachte te verzamelen. Daarop sprak
hij zonder aarzeling:
»Daags te voren was een man aan boord van de kanonneerboot gekomen,
waarop ik als eerste officier dienst doe. Hij deelde mij mede, dat
de plantage mijns vaders door eene bende booswichten en misdadigers
verwoest en dat Castle-House door een troep bandieten belegerd was
geworden..."
»Ik zie mij verplicht den beschuldigde aan te manen, zijne
uitdrukkingen te matigen," sprak Texar met gemaakte kalmte en
deftigheid.
»Ik zal aan den voorzitter van deze rechtbank wel niet behoeven voor
te houden, op wien de verantwoordelijkheid der misdaden, die ik daar
onthulde, neerkomt," vervolgde de beklaagde kalm.
»En ik," viel Texar hem in de rede, »ik antwoord Gilbert Burbank
daarop, dat zijn vader de openbare meening getrotseerd, ja getart
heeft, door zijne slaven in vrijheid te stellen, dat daarop een besluit
verschenen is, hetwelk de verstrooiing van die nieuw bevrijden gebood,
dat dit besluit moest worden ten uitvoer gelegd..."
»Door middel van plundering en brandstichting, niet waar?"
Texar grinnikte hoonend; maar antwoordde niet.
»En door middel van ontvoering van personen, waaraan Texar zich
persoonlijk heeft schuldig gemaakt!"
De Spanjaard keek eens rond, alsof hij de stemming van het publiek
wilde opnemen, daarop antwoordde hij koeltjes:
»Wanneer ik in rechten te dezer zake betrokken zal zijn, zal ik
daarop antwoorden;.... maar... Gilbert Burbank, gij moet niet pogen
de rollen te verwisselen. Vergeet niet, dat gij thans beschuldigde
en niet aanklager zijt!"
»Ja... ik ben thans beschuldigde... toch maar voor het tegenwoordige
oogenblik..." antwoordde de jeugdige marine-officier. »Vergeet gij
niet, dat de federalistische kanonneerbooten slechts de zandbank der
Sint-John hebben over te stevenen, om Jacksonville in hunne macht te
hebben, en dat dan...."
Een gehuil van woede, een storm van bedreigingen barstte in dit
oogenblik over den jeugdigen marine-officier, die de Zuidelijken zoo
in het aangezicht durfde braveeren, los.
»Ter dood!"
»Hang hem op!"
»Vierendeel hem!"
Dergelijke liefelijke kreten kruisten elkander allerwege.
Den Spanjaard gelukte het eindelijk, na zeer veel moeite, de volkswoede
in bedwang te houden. Daarop vervolgde hij het gerechtelijk onderzoek.
»Wilt gij ons mededeelen, Gilbert Burbank," vroeg hij, »waarom gij
verleden nacht uwe kanonneerboot verlaten hebt?"
»Ik heb haar verlaten, om mijne stervende moeder te bezoeken. Wie
zal dat wraken?"
»Gij bekent dus, dat gij te Camdless-Bay aan wal gegaan zijt?"
»Ja, dat beken ik. Ik maak daar geen geheim van."
»Zijt gij alleen aan wal gegaan, om uwe moeder te bezoeken?"
»Daarom alleen."
»Is dat waar?"
»Ja, dat is waar."
»Toch meenen wij redenen te hebben om te gelooven, dat gij een ander
doel hadt."
»Welk?"
»Namelijk: om met uwen vader, met James Burbank in verbinding te komen,
met dien Noordelijke, die reeds lang verdacht wordt in betrekking
met de federalistische legerafdeeling te staan."
»Gij weet zeer goed, dat wat gij daar zegt, eene onwaarheid is,"
antwoordde Gilbert Burbank, die zijne verontwaardiging onmogelijk
kon bedwingen.
Texar grinnikte hoonend.
»Gij weet ook zeer goed," vervolgde de jeugdige zeeman, »dat ik als
zoon, niet als officier naar Camdless-Bay gegaan ben."
»Of als spion!" antwoordde Texar.
Andermaal verhief zich een gehuil:
»Ter dood de spion!"
»Weg met hem!"
»Aan de galg de spion!"
Gilbert Burbank zag wel in, dat hij een verloren man was. Maar wat
hem nog het meest ontzette was, dat hij begreep, dat zijn vader ook
verloren was, dat hij van diens ongeluk ja de onschuldige bewerker,
maar toch de bewerker was.
»Ja," ging Texar voort, »de ziekte uwer moeder was slechts een
voorwendsel! Gij zijt te Camdless-Bay als spion gekomen, om aan de
federalistische bevelhebbers verslag te kunnen doen omtrent den staat
der versterkingen, die de Sint John verdedigen!"
Gilbert Burbank stond op.
»Ik ben naar Camdless-Bay gekomen, om mijne stervende moeder te
bezoeken," zei hij, »dat weet gij wel. Ik ben bij stikdonkeren
nacht van boord gegaan en ben dienzelfden nacht te Castle-House
aangekomen. Ik heb daar slechts weinige uren vertoefd en ben weer
bij nacht vertrokken, en vraagt uwe suppoosten, om hoe laat zij mij
gevangengenomen hebben. Ik heb dus van uwe versterkingen niets kunnen
zien; ik voeg er bij: ik heb van uwe versterkingen niets willen
zien. Wanneer dat mijn doel geweest ware, dan zou ik wel een ander
tijdstip gekozen hebben....."
De menigte zat hem ademloos aan te hooren. Het was stil in die zaal,
zoo stil, dat men een speld zoude hebben kunnen hooren vallen. Gilbert
Burbank vervolgde:
»Ik heb nimmer kunnen gelooven, dat in een land, dat op beschaving
aanspraak maakt, rechters zouden kunnen gevonden worden, die er een
soldaat een misdaad van maken, bij het sterfbed zijner moeder te komen,
zelfs wanneer hij daartoe op vijandelijk grondgebied verschijnt! Dat
hij, die mijn gedrag afkeurt en anders zou handelen dan ik gedaan heb,
den moed hebbe dat te verklaren."
Een gehoor, uit mannen bestaande, in wier harten de haat en de
wraakzucht niet ieder edel gevoel gedoofd hadden, zou niet anders
hebben kunnen doen dan die edele, waardige en vrijmoedige taal toe te
juichen. Helaas, dat gebeurde niet. Een woest gehuil barstte daarop
los en verving de stilte, die een oogenblik te voren geheerscht
had. Luide toejuichingen en handgeklap ter eere van den Spanjaard
werden vernomen, toen deze er op wees, dat toen James Burbank een
vijandelijk officier in oorlogstijd in zijn huis ontving, hij even
schuldig was als die officier. Het bestond dus eindelijk, dat bewijs,
hetwelk Texar beloofd had te leveren, dat bewijs van verstandhouding
van James Burbank met de leger-afdeeling der Noordelijken!
De triomf straalde den aterling uit de oogen. Men kon zien, dat hij
van zijne zegepraal genoot.
De rechtbank veroordeelde Gilbert Burbank, luitenant ter zee bij
de federalistische marine, ter dood, na evenwel vooraf aanteekening
gehouden te hebben van de verklaringen van dien officier ten opzichte
van zijnen vader.
De veroordeelde werd onmiddellijk, te midden der verwenschingen
en der beleedigende kreten van het grauw naar zijne gevangeniscel
teruggebracht. Daarin nog kon hij door het geopende venster hooren:
»Ter dood de spion!"
»Ja, ter dood, die snoode verspieder!"
Dienzelfden avond verscheen een detachement militietroepen te
Castle-House.
De kommandeerende officier vroeg om master James Burbank te spreken.
Deze, vergezeld van Edward Carrol en van Walter Stannard, trad voor.
»Wat verlangt gij van mij?" vroeg de eigenaar van Camdless-Bay.
»Zijt gij James Burbank?" vroeg de officier.
»Ja, die ben ik."
»Lees dan dit bevelschrift!"
En bij het uitspreken van die woorden, reikte hij een vel folio
papier over.
Dat bevelschrift bevatte de opdracht, om James Burbank gevangen te
nemen, wegens medeplichtigheid met Gilbert Burbank, die ter zake van
spionneeren door de Court-Justice van Jacksonville ter dood veroordeeld
was en binnen de tweemaal vier-en-twintig uren gefusilleerd zoude
worden.
EINDE VAN DE OVERROMPELING EENER PLANTAGE.
INHOUD.
Bladz.
I. Aan boord van de stoomboot "Shannon" 1
II. Camdless-Bay 18
III. Hoe het met den secessie-oorlog staat 30
IV. De Familie Burbank 43
V. De Zwarte Kreek 58
VI. Jacksonville 71
VII. In weerwil van alles 88
VIII. De laatste slavin 108
IX. In afwachting 126
X. De dag van den 2den Maart 142
XI. De avond van den 2den Maart 155
XII. De zes volgende dagen 172
XIII. Gedurende eenige uren 192
XIV. Op de Sint John 212
XV. Veroordeeling 235
AANTEEKENINGEN
[1] Men leert dagelijks wat nieuws: koffie en cacao in lage
terreinen, rijst en suikerriet op gezouten velden! Wat zullen onze
Ned. Ind. plantkundigen verwonderd staan kijken!
End of Project Gutenberg's De strijd tusschen Noord en Zuid, by Jules Verne