In het tegenwoordige tijdvak was het dorp op weg om eene stad te

worden. Men ontwaarde dat uit de meer voorname woningen, uit de beter

aangelegde straten, die daarenboven goed onderhouden werden, uit het

groote aantal inwoners, dat meer dan verdubbeld was. In het volgend

jaar daarenboven zou die hoofdplaats van het graafschap Duval in

belangrijkheid stijgen, door de spoorbaan, welke haar met Tallahassee,

de hoofdstad van geheel Florida, in verbinding zoude brengen.

De administrateur en Zermah hadden reeds bij hunne aankomst kunnen

bemerken, dat eene groote opgewondenheid in de stad heerschte. Eenige

honderden harer inwoners, waarvan de eene helft Zuidelijken van

Amerikaanschen oorsprong, de andere helft mulatten of Spaansche

mestiezen waren, wachtten de aankomst der stoomboot af, welker

rookpluim boven het geboomte van een lagen hoek van de Sint-John

benedenstrooms ontwaard werd.

Eenigen van die menigte, ongeduldig om des te spoediger in verbinding

met dat stoomschip te komen, waren in de aanwezige havensloepen

gesprongen en roeiden het tegemoet; anderen hadden plaats genomen in

»dogres", een soort vaartuig met een mast, hetwelk in de wateren van

Jacksonville veelvuldig aangetroffen wordt.

En voor dat ongeduld bestond wel reden.

Sedert den vorigen dag toch waren ernstige berichten van het tooneel

des oorlogs ingekomen. De projecten der krijgsverrichtingen, in den

brief van Gilbert Burbank aangeduid, waren gedeeltelijk uitgelekt. Men

wist, dat de vloot van den Commodore Dupont zeer spoedig onder stoom

zoude gaan, en dat bij Generaal Sherman het plan bestond, hem met

een sterk korps debarkementstroepen te vergezellen.

Waarheen zou die krijgsmacht zich wenden? Daarop wist niemand een

bepaald antwoord te geven. Maar het lag voor de hand, dat de Sint-John

en het Floridasche kustland het objectief zouden zijn.

Na Georgië was Florida dus direct aan een inval van de federalistische

troepen blootgesteld.

Toen de stoomboot, welke van den kant van Fernandina kwam, bij de pier

van Jacksonville aangelegd had, konden hare passagiers die tijdingen

slechts bevestigen. Zij voegden er bij, dat de Commodore Dupont zeer

waarschijnlijk in de baai Sint-Andrews zou ankeren, ten einde daar

het gunstige oogenblik af te wachten, om het vaarwater van het eiland

Amelia en de hoofdmonding der Sint-John te kunnen bemachtigen.

Dadelijk verbreidden zich benden door de stad, die luidruchtig

de vele »urubus", een soort van grooten aasvogel, wien alleen de

reinigingsdienst van de straten overgelaten is, deden opvliegen. Men

tierde en schreeuwde: »Op tegen de Noordelijken! Dood aan de

Noordelijken!"

Dat waren woeste ophitsingen, welke uitgingen van de volksmenners,

die de partij van Texar toegedaan waren, ja, in zijn dienst

stonden. Natuurlijk vonden zij een gretig oor bij de reeds zoo

opgewonden bevolking.

Volksoploopen en betoogingen hadden op het groote plein voor

Court-House, voor het paleis van justitie en zelfs tot in de

bisschoppelijke kerk plaats. De autoriteiten der stad hadden veel

moeite, om die volksbewegingen te bedwingen, hoewel de bewoners van

Jacksonville, zooals wij reeds gelegenheid hadden te doen uitkomen,

omtrent de quaestie der slavernij nog in twee kampen verdeeld waren.

Maar in zulke oproerige tijden zijn het de levenmakers en de

schreeuwers, die het veld behouden, terwijl de meer gematigden en

de andersdenkenden genoodzaakt zijn het hoofd voor den drang der

omstandigheden te buigen.

Natuurlijk was de gelegenheid te schoon, om er geen gebruik van te

maken om in de kroegen en in de tienda's de keelen met sterken drank

te bevochtigen. Daar werd ontzettend gesproken en geschreeuwd. De

kamerstrategen, de generaals van den praat ontwikkelden er hunne

onfeilbare plannen, om den inval der Noordelijken een onoverwinnelijken

dam tegen te stellen.

»Men moet de militaire troepen naar Fernandina zenden!" riep de een.

»Met artillerie en cavalerie!" schreeuwde een ander.

»Men moet geballaste schepen in de vaarwaters van de Sint-John laten

zinken," brulde een derde.

»Schepen met rotsblokken geladen," vulde een vierde aan.

»Men moet versterkingen aanleggen!" riep een vijfde.

»Ja, rondom de stad!" schreeuwde een zesde.

»En ze met geschut bewapenen, anders heb je er niets aan!"

»Juist! Versterkingen zonder geschut beteekenen niets!"

»Men moet hulp te Keys vragen!"

»Perfect! Die kan gemakkelijk met den spoorweg naar Fernandina

overgevoerd worden!"

»Ja, het is gemakkelijker anderen voor ons te laten vechten!"

»Men moet het kustlicht van Pablo uitblusschen, om te beletten dat

de flottilje bij nacht de Sint-John binnenstevent!"

»Dat is een goed idee!"

»En de rivierbedding met torpedo's bezaaien!"

»Dat is een nog beter denkbeeld!"

Omtrent dit laatste vernielings-werktuig, hetwelk van nieuwere vinding,

bij het uitbreken van den secessie-oorlog ternauwernood bekend was,

hadden de schreeuwers zeer onvoldoende opvattingen. Toch begreep

men, dat dit het meest afdoende verdedigingsmiddel in de gegeven

omstandigheden zou zijn. Maar, vanwaar het nu vandaan gehaald? Vooral

om oorlog te kunnen voeren, is degelijke voorbereiding noodig.

»Maar voor alles," schreeuwde een der meest hartstochtelijke

sprekers in de tienda de Torillo, »moeten al de Noordelijken der

stad gevangengenomen worden, zoo ook die Zuidelijken, die hunne

meeningen deelen!"

Het zou waarachtig te verwonderen zijn geweest, wanneer niemand

dien maatregel, die ultima ratio bij alle burgeroorlogen, waar ook

ter wereld, voorgesteld had. Gelukkig voor de eerlijke lieden te

Jacksonville, zouden de autoriteiten nog eenigen tijd aarzelen,

alvorens aan dien volkswensch toe te geven.

Zermah had inmiddels, terwijl zij door de straten ging, alles trachten

waar te nemen wat onder haar bereik kwam, om haren meester, die toch

in het bijzonder kon bedreigd worden, dadelijk te kunnen waarschuwen.

»Wanneer men toch tot feitelijkheden, tot daden van geweld

overging," zoo dacht zij, »zouden de booswichten zich niet tot de

stad bepalen. Neen, zij zouden hunne gewelddadigheden spoedig naar de

omstreken, ja tot op de meest verwijderde plantages van het graafschap

overbrengen. Ja, en in dat geval zou Camdless-Bay het eerst aan de

beurt liggen!"

Zoo was de gedachtengang der mestiesche vrouw, en daarom trachtte

zij alles uit te visschen wat haar zou kunnen inlichten. Om goed op

de hoogte te komen, ging zij een bezoek brengen bij master Walter

Stannard, die in eene soort voorstad buiten Jacksonville woonde.

Diens huis was eene bevallige en gemakkelijk ingerichte woning, welke

in een soort van groene oase gelegen was, die door de woudontginners

in dit hoekje van de vlakte uitgespaard was. Door de goede zorgen

van miss Alice had dit woonhuis, zoowel innerlijk als uiterlijk,

een goed voorkomen en werd dan ook op de meest onberispelijke wijze

bestuurd. Men gevoelde, dat zich in dit jonge meisje, dat door den

dood harer moeder op jeugdigen leeftijd geroepen werd om aan het

hoofd van het huishouden van haren vader te staan, eene schrandere,

degelijke en toewijdingsvolle huisvrouw ontwikkelde.

Zermah werd door het jonge meisje met zeer veel voorkomendheid

bejegend. Miss Alice sprak haar dadelijk over den brief van Gilbert,

waarvan Zermah haar de volzinnen bijna woordelijk kon mededeelen.

»Ja, hij is thans niet meer ver van ons," zei miss Alice.

»Zoo denk ik ook," antwoordde Zermah.

»Maar onder welke omstandigheden zal hij in Florida

terugkeeren?" vervolgde het jonge meisje.

»Wie kan daarop antwoorden?" zuchtte de mestiesche.

»En welke gevaren kunnen hem nog dreigen, vóór die veldtocht afgeloopen

zal zijn?"

»Gevaren, Alice?" kwam master Walter Stannard tusschenbeiden. »Stel

u gerust! Gilbert heeft er veel grootere gedurende den kruistocht

langs de kusten van Georgië en vooral bij het gevecht te Port Royal

getrotseerd."

»Ja, maar, pa..."

»Volgens mij zal de tegenstand hier in Florida noch ernstig,

noch langdurig zijn. Wat willen zij toch uitvoeren in de gegeven

omstandigheden, nu de Sint-John aan de kanonneerbooten gedoogen zal,

tot in het hart der graafschappen door te dringen."

»Dat is waar, pa; maar..."

»Iedere verdediging komt mij hoogst moeielijk, zoo niet onmogelijk

voor."

»Och, dat gij toch waarheid mocht spreken, waarde vader!" zei

Alice. »En dat toch aan dezen wreeden oorlog een einde moge komen!"

»Daaraan kan geen einde komen dan door de volkomene onderwerping,

door de verplettering van de Zuidelijken," antwoordde Walter Stannard.

»Maar dan kan het nog lang duren, pa!..."

»Dat kan het zeker; want ik twijfel er niet aan, of Jefferson Davis

en met hem zijne Generaals Lee, Johnson en Beauregard zullen zich

nog lang in de Staten, meer binnenlands gelegen, verdedigen."

»Och, God!"

»Hij, die vermeent, dat de federalisten de geconfedereerden gemakkelijk

zullen onderwerpen, vergist zich schromelijk."

»Dat is verschrikkelijk!"

»Wat Florida evenwel betreft, dat zal niet moeielijk tot onderwerping

te brengen zijn."

»Denkt gij!"

»Ja zeker; maar ongelukkig levert die onderwerping de eindoverwinning

niet op!"

»Als Gilbert nu maar geene onvoorzichtigheden of roekeloosheid

begaat!" zei miss Alice, terwijl zij de handen vouwde.

»O, dat zal hij niet doen," zei Zermah. »Waarom zou hij dat doen?"

»Och, als hij eens aan het verlangen gehoor gaf om zijne familie voor

eenige uren weer te zien! Hij bevindt zich thans zoo nabij haar..."

»Zoo nabij haar en u, niet waar, miss Alice," hernam Zermah. »Behoort

gij niet reeds tot de familie Burbank?"

»Ja, Zermah, reeds door het hart!"

»Neen, vrees niet, Alice," zei master Walter Stannard. »Gilbert is te

verstandig om zich zoo bloot te stellen, vooral nu het den Commodore

Dupont nog slechts weinige dagen zal kosten om Florida te bezetten. Nu

zou zoo'n uitstapje in eene landstreek, waar de federalisten nog niet

baas zijn, eene onverschoonbare roekeloosheid wezen."

»Vooral, nu de gemoederen meer dan anders tot gewelddadige

buitensporigheden geneigd zijn," sprak Zermah.

»Inderdaad, de stad is dezen morgen zeer woelig," hernam master

Walter Stannard. »Ik heb die volksmenners gezien. Ik heb ze hooren

schreeuwen! Texar verlaat hen in de laatste acht of tien dagen niet

meer. Hij dwingt hen, hij hitst hen op, en die boosdoeners zullen

eindelijk de lagere volksklassen in opstand brengen, niet alleen

tegen de bestaande autoriteiten, maar ook tegen die inwoners, welke

hunne zienswijze niet deelen."

»Zoudt gij niet wèl doen, master Stannard," zei toen Zermah, »door

Jacksonville, althans voor eenigen tijd, te verlaten? Het zou dan

voorzichtig zijn er niet weer te keeren, dan na de bezetting van

Florida door de federalistische troepen. Master Burbank heeft mij

opgedragen, u nogmaals te verzekeren, dat hij zich gelukkig gevoelen

zou, wanneer miss Alice en gij uwen intrek in Castle-House zouden

nemen."

»Jawel... jawel!..." antwoordde master Walter Stannard. »Ik heb het

aanbod van Burbank niet vergeten."

»Welnu?" vroeg de mestiesche.

»Maar," ging Stannard voort, »zal Castle-House zooveel veiliger zijn

dan Jacksonville? Wanneer die gelukzoekers, die kerels zonder God

of gebod, die verdwaasden, hier meester zullen zijn, zullen zij zich

dan ook niet over de omstreken uitstorten en zullen de plantages een

bolwerk zijn tegen hunne vernielzucht?"

»Mijnheer Stannard," antwoordde Zermah, »mij dunkt dat het in

oogenblikken van gevaar verkieselijk is, vereenigd en bij elkander

te zijn."

»Zermah heeft gelijk, pa," zei Alice. »Mij dunkt ook dat het beter is,

allen bij elkander te Camdless-Bay te zijn."

»Ongetwijfeld, Alice," antwoordde master Stannard. »Ik wijs het

voorstel van mijn vriend Burbank niet van de hand. Maar ik geloof aan

een anderen kant ook niet, dat het gevaar zoo onmiddellijk dreigend

is. Zermah zal onze vrienden mededeelen, dat ik nog eenige dagen

behoef, om regel op mijne zaken te stellen, en dan..."

»En dan?" vroeg Zermah.

»En dan?" herhaalde Alice. »Waarom aarzelt gij, pa?"

»Dan zullen wij te Castle-House de gastvrijheid inroepen," voleindigde

Stannard.

»En als mijnheer Gilbert terugkomt, dan zal hij allen, die hij

liefheeft, vereenigd vinden," zei Zermah.

Zermah nam afscheid van master Walter Stannard en zijne dochter. Daarna

begaf zij zich, zonder zich om de heerschende volksopgewondenheid,

die al meer en meer toenam, te bekreunen, naar den kant der kaden en

der haven, waar de administrateur Perry haar reeds wachtte. Beiden

stegen in het vaartuig, dat hen aangebracht had en staken de rivier

over. Natuurlijk hervatte master Perry het gesprek juist ter plaatse,

waar het door hunne aankomst te Jacksonville afgebroken was geworden.

Misschien vergiste zich master Walter Stannard, toen hij beweerde dat

het gevaar nog niet zóó dreigend was. Misschien had hij dat ook maar

gezegd, om Alice gerust te stellen.

Maar de gebeurtenissen zouden sneller vooruitgaan dan menigeen denken

kon, en Jacksonville zou daarvan het eerst den weerslag ondervinden.

Het moet evenwel erkend worden, dat het federalistisch gouvernement

steeds met zeer veel omzichtigheid te werk ging, met het onmiskenbare

doel, om de belangen der Zuidelijken zooveel mogelijk te sparen. Het

wilde slechts langzaam met op elkander volgende maatregelen te

werk gaan.

De voorzichtige Abraham Lincoln had twee jaren nadat de

vijandelijkheden begonnen waren, de afschaffing der slavernij binnen

het geheele grondgebied der Vereenigde Staten van Noord-Amerika nog

niet afgekondigd. Verscheidene maanden zouden nog voorbijspoeden,

alvorens eene boodschap van den President der Republiek de oplossing

van het vraagstuk zoude voorstellen, door den terugkoop en de daardoor

mogelijke invrijheidstelling der slaven, voordat de afschaffing der

slavernij zoude afgekondigd worden.

Tot dat doeleinde werd bij de opening van het Congres eene som van

twee en een half millioen dollars toegestaan, met bepaling dat voor

iederen in vrijheid gestelden slaaf eene som van vijf honderd dollars

bij wijze van schadeloosstelling zoude kunnen worden uitbetaald.

Eenige generaals van het leger der Noordelijken hadden zich gemachtigd

gerekend, om de slavernij in de streken, door hunne troepen bezet, af

te schaffen; maar tot heden waren zij gedesavoueerd geworden. De opinie

omtrent die bevoegdheid was nog niet onverdeeld gevestigd, en men

beriep zich op verscheidene militaire opperhoofden der Noordelijken,

die hunne meening niet onder stoelen of banken verborgen, dat zij

die maatregelen noch logisch noch ter goeder tijd getroffen vonden.

Middelerwijl had de oorlog zijn voortgang en viel geheel en al ten

nadeele van de geconfedereerden of Zuidelijken uit. Hun Generaal Price

had op den 12den Februari den Staat Arkansas met het contingent van

de militietroepen van den Staat Missouri moeten ontruimen. Men had

het reeds ervaren, dat het fort Henry door de federalistische troepen

genomen en bezet gehouden was. Thans waren deze bezig met de belegering

van het fort Donelson, hetwelk door een machtig artilleriepark

verdedigd en door buitenwerken, die eene uitgestrektheid van vier

kilometers hadden, en de kleine stad Dover daarin opnamen, gedekt werd.

Toch, in weerwil van de koude en de sneeuwjachten, viel dit zoo

sterke fort, van twee kanten besprongen, aan de landzijde door de

vijftienduizend man van Generaal Grant, en aan de rivierzijde door

de kanonneerbooten van den Commodore Foote, op den 14den Februari in

handen van de Noordelijken, waarbij eene geheele divisie der Zuidelijke

troepen in krijgsgevangenschap geraakte en hunne tegenstanders een

aanzienlijken buit aan wapentuig, munitie en levensbehoeften maakten.

Dat was inderdaad een gevoelige nederlaag voor de geconfedereerden. De

indruk, daardoor teweeggebracht, was dan ook in den volsten zin des

woords onmetelijk te noemen.

Als onmiddellijk gevolg daarvan moest de terugtocht van Generaal

Johnston beschouwd worden, waardoor de belangrijke stad Nashville,

aan de Cumberland-rivier gelegen, de hoofdplaats van den Staat

Tennessee prijs gegeven werd. Hare bewoners, door een panischen schrik

overvallen, verlieten haar, terwijl die van de stad Columbus in den

Staat Ohio weinige dagen later hetzelfde lot ondergingen. Daardoor

geraakte de geheele Staat Kentucky weer in de macht van het

federalistisch gouvernement.

Men zal zich gemakkelijk kunnen voorstellen met welke gevoelens van

toorn, met welke denkbeelden van wraak die gebeurtenissen in den Staat

Florida ontvangen en opgenomen werden. De autoriteiten zouden inderdaad

onvermogend geweest zijn, om de beweging, welke ontkiemde en zich tot

in de verst afgelegen gehuchten van de graafschappen voortplantte,

te smoren of maar te breidelen.

Waarlijk, men kon gerust zeggen, dat het gevaar voor hen die de

algemeene meeningen van de Zuidelijken niet deelden en hunne plannen

van weerstand tegen de federalistische legerkorpsen niet omhelsden

en schraagden, ieder uur grooter werd. Te Tallahassee en te Sint

Augustijn hadden oproerige bewegingen plaats, die zeer moeielijk te

onderdrukken waren. Maar voornamelijk dreigde de volksberoering zich

te Jacksonville in ergerlijke daden van geweld te uiten.

Men begrijpt dat de toestand te Camdless-Bay in deze omstandigheden al

meer en meer onrustbarend werd. Intusschen zou master James Burbank met

zijne dienstbaren, die vol toewijding voor zijn persoon waren, wellicht

weerstand kunnen bieden, althans de eerste aanvallen afslaan, hoewel

het in die tijden zeer moeielijk was zich van munitie en wapenen te

voorzien. Master Walter Stannard daarentegen, meer dadelijk bedreigd,

had alle redenen om voor de veiligheid zijner woning en voor de

toekomst van zijne dochter, van al de zijnen en ook van zich zelven

te vreezen.

James Burbank, die al de gevaren van dien toestand inzag, schreef hem

brief op brief. Hij zond verscheidene boden naar hem toe, om hem uit

te noodigen dadelijk en zonder uitstel naar Castle-House te komen.

Daar zou men betrekkelijk in veiligheid zijn, en wanneer men

genoodzaakt werd eene andere schuilplaats te zoeken, wanneer men

gedwongen werd meer binnenslands eene toevlucht te zoeken, totdat

de federalistische troepen door hunne aanwezigheid de veiligheid

zouden hersteld hebben, dan zou dat van daar uit gemakkelijk te

volvoeren zijn.

Tegenover dien aandrang kon master Walter Stannard geen weerstand

bieden. Hij besloot dan ook Jacksonville voor een korten tijd--zoo

hij hoopte--te verlaten, om zijn intrek op Castle-House te nemen.

Hij vertrok in den ochtend van den 23sten Februari zoo geheimzinnig

mogelijk en zonder zelfs iets omtrent zijne voornemens te hebben laten

gissen. Een vaartuig wachtte hem in eene kleine kreek van de Sint John,

op een afstand van ongeveer eene mijl bovenstrooms gelegen. Miss Alice

en hij scheepten zich daarin in, staken de rivier over en kwamen in

de kleine havenkom aan, alwaar hen de familie Burbank wachtte.

Het is niet moeielijk zich de ontvangst voor te stellen, die hen ten

deel viel. Was toch miss Alice niet reeds eene dochter van mevrouw

Burbank? Allen waren thans vereenigd, niet waar? Men zou die kwade

dagen te zamen doorbrengen en men zou zich daardoor meer veilig

gevoelen en minder angsten ondervinden.

Om de waarheid onverholen te zeggen, het was waarlijk meer dan tijd,

dat de familie Stannard Jacksonville verlaten had. Den volgenden

ochtend viel eene bende boosdoeners het huis van master Walter aan,

die hunne euveldaden en hunne gewelddadigheden eene kleur van vermeende

vaderlandsliefde verleenden. De autoriteiten hadden de grootste moeite

om de plundering van die woning te beletten en slaagden daarin maar

ternauwernood, zoo ook om eenige andere heerenhuizen te beveiligen,

welke aan eerbare burgers toebehoorden, die evenwel geen aanhangers

van de separatistische denkbeelden waren. Het was duidelijk dat

het oogenblik naderde, dat die magistraten overvleugeld en door

opperhoofden der muiters vervangen zouden worden.

En die laatsten, wel verre van de gewelddadigheden met kracht en

ernst tegen te gaan, zouden eerder daartoe aansporen.

En inderdaad, zooals master Walter Stannard aan Zermah medegedeeld

had, was Texar eenige dagen geleden er toe overgegaan om zijn

onbekend woonoord te verlaten en naar Jacksonville te komen. Daar

had hij zijne gewone makkers weergevonden, die onder het meest

onzedelijke en walgelijke gedeelte der Floridasche bevolking van de

verschillende plantages, op de beide oevers der Sint John gelegen,

te zamen gestroomd, aangeworven waren. Die woestelingen verkondigden

luid, dat zij hunnen wil zoowel bij de bewoners der stad als bij die

der omstreken zouden doen zegevieren. Zij hielden briefwisseling met

het meerendeel hunner aanhangers in de verschillende graafschappen

van Florida. Door het beginsel der slavenquaestie behendig op den

voorgrond te plaatsen, wonnen zij dagelijks terrein.

Nog slechts weinige dagen, dan zouden zij zoowel te Jacksonville als

te Sint Augustijn, alwaar reeds al de zwervelingen, al de gelukzoekers,

al de woudloopers, die zoo veelvuldig in dat land werden aangetroffen,

samenschoolden, meester van den toestand zijn, dan zouden zij over de

macht beschikken, en dan zouden zij zoowel over de militaire als over

de civiele aangelegenheden te beschikken hebben. De militie-korpsen,

de geregelde krijgsmacht zou dan niet dralen gemeene zaak met

die woestelingen te maken, hetgeen toch gewoonlijk en noodlottig

genoeg geschiedt in die dagen van oproer en muiterij, waarin de

gewelddadigheden aan de orde van den dag zijn.

James Burbank bleef niet onbekend met hetgeen buiten Camdless-Bay

voorviel.

Verscheidene zijner vertrouwelingen, waarop hij volkomen staat

kon maken, hielden hem voortdurend op de hoogte van de woelingen

en bewegingen, die te Jacksonville voorbereid werden. Hij wist dat

Texar daar weer opgetreden was, dat zijn verfoeielijke invloed op

de lagere volksklasse, die evenals hij van Spaanschen oorsprong was,

zich al meer en meer uitbreidde.

Zulk een man aan het hoofd der stedelijke regeering was eene

voortdurende directe bedreiging tegen Camdless-Bay! James Burbank

bereidde zich dan ook op iedere mogelijke gebeurlijkheid voor,

zoowel tot het bieden van tegenstand, wanneer de mogelijkheid daarvan

mocht blijken, als tot het aannemen van den terugtocht, wanneer men

genoodzaakt mocht worden Castle-House aan plundering en brandstichting

ten prooi te laten.

Vóór alles was het voorzien in de veiligheid van zijne familie en

van zijne vrienden het onderwerp zijner gedachten.

Zermah betoonde gedurende die weinige dagen inderdaad eene grenzenlooze

toewijding. Zij bewaakte ieder uur van den dag de toegangen naar de

plantage, vooral die, welke van den kant der rivier kwamen. Eenige

slaven, door haar onder de schrandersten en van de meest welwillende

geaardheid uitgezocht, bleven nacht en dag op de posten, welke zij

hun aangewezen had.

Zoo was men eenigermate tegen een overval beveiligd. Iedere poging

toch om de plantage Camdless-Bay aan te tasten, zou onmiddellijk en

bijtijds ontdekt worden, zoodat de familie Burbank nimmer onverhoeds

kon overvallen worden, maar steeds tijd zoude hebben, om binnen

Castle-House hare toevlucht te kunnen nemen.

Maar James Burbank zou voorshands althans niet door een directen

aanval, gewapenderhand uitgevoerd, verontrust worden. Zoolang

de openbare macht niet in handen van Texar en zijne volgelingen

gevallen was, zouden dezen met omzichtigheid te werk moeten gaan. Maar

intusschen werden toch de nog aan het roer zijnde magistraten door de

openbare meening genoopt om een maatregel te nemen, die eene soort van

genoegdoening zoude verschaffen aan de aanhangers van de slavernij,

als verbitterde vijanden tegen hunne tegenstanders, de Noordelijken.

De strijd tusschen Noord en Zuid Deel 1: Overrompeling eener plantage · 第 6 / 19 段