[8] Ik maak deze opmerking om te pas te brengen Scheltema's verklaring, dat het gezelschap dat zich bij Jopie Breemer pleegde te vereenigen--"dit soort van Bohemienachtige veelpraters en weinig-doeners," hem nog altijd onsympatiek is. (Het schilderstukje bezit hij al tien jaar en tot voor kort wist hij niet wien het voorstelt.)