[1] De heer Heijermans heeft mij wèl te woord gestaan, maar toen een
eerste fragment van het interview in "Den Gulden Winckel" was
verschenen, uitte hij aan mijn adres eenige beschuldigingen, die mijn
roep van ernstig onderzoeker en getrouw weergever te na kwamen. Een
vriendelijk voorstel om over deze beschuldigingen het oordeel van een
scheidsgerecht uit te lokken, beantwoordde hij met een epistel dat in
cynische onheuschheid zijn wêerga zoekt. Hoewel H's klachten door den
heer Simons zijn onderzocht en ongegrond bevonden, druk ik het interview
niet af: 1° om te toonen dat ik geen kwade bedoelingen had; 2° omdat ik
mijn boek, dat een hoog cultureel doel nastreeft, niet wil blootstellen
aan verdere merkwaardigheden van den heer H., die weliswaar eventueel
slechts op één hoofdstuk gemunt zouden zijn, maar onvermijdelijk het
geheel zouden treffen.--De Ver. v. Letterk. heeft de zaak in handen.--
[2] Woordelijk hetzelfde stuk werd gezonden aan Carel Scharten. En wat
zegt deze in den aanhef van zijn brief?