Ook de graaf van Hoorne had de tijding, dat het doodvonnis uitgevoerd
zou worden, met kalme standvastigheid ontvangen, maar hij schreef
niet zulk een ootmoedigen brief aan den koning als zijn vriend.
Den 5en Juni, met het aanbreken van den dag, werden 3000 Spaansche
soldaten op de groote markt te Brussel en rondom het in het midden van
het plein opgerichte schavot in slagorde geschaard. Op hetzelfde plein,
waar Egmond de gelukkige overwinnaar in zoo menig tournooi was geweest,
zou hij heden sterven!
Omstreeks 11 uur haalde eene Spaansche compagnie, door Juliaan Romero
aangevoerd, Egmond uit de gevangenis. Men wilde hem de handen binden,
maar hij uitte den wensch, dat die vernedering hem bespaard zou
worden, sloeg zijn tabbaard open en toonde dat hij, ten einde den
beul een deel van diens werk te besparen, zelf de kraag van zijn
wambuis afgesneden had. Romero willigde zijn verzoek in.
Door den bisschop van Yperen vergezeld, begaf Egmond zich met vasten
tred naar het schavot. Onderweg las hij een psalm. Toen hij het
schavot beklommen had, liep hij het eenige malen op en neder. Hij
sprak zijn leedwezen uit, dat hij niet met een degen in de hand voor
zijn vaderland en zijn koning sterven mocht.
Nog eens kwam de hoop op begenadiging in den uitersten oogenblik
bij hem op. Hij wendde zich tot Romero met de vraag, of het vonnis
onherroepelijk was. Toen de generaal als eenig antwoord treurig de
schouders ophaalde, klemde Egmond niet in wanhoop, maar in toorn de
tanden op elkaar. Doch oogenblikkelijk keerde zijne bedaardheid terug,
hij wierp zelf zijn bovenkleed af en terwijl hij met eene krachtige
stem riep: "God in Uwe handen beveel ik mijnen geest!" boog hij het
hoofd op het blok. Met één slag scheidde de beul het hoofd van den
romp. Geen enkele kreet ontsnapte aan den mond der dicht rondom het
schavot opeengepakte menigte, alle toeschouwers waren in het diepst
hunner ziel geroerd, uit menig oog vloeiden tranen, zelfs de Spaansche
soldaten weenden om den man, dien zij als den held van St. Quentin
en Grevelingen hoogschatten.
De Fransche gezant, die het schouwspel bijwoonde, zeide tot zijn
buurman, dat hij hier het hoofd had zien vallen, waarvoor Frankrijk
tweemaal gesidderd had.
De hertog van Alba, die uit een venster getuige van de strafoefening
was, kon--naar men verhaalt--zijne tranen niet bedwingen!
Men wierp een zwart laken over het lijk en voerde hierop ook den
graaf van Hoorne door de menigte heen; kalm groette hij alle bekenden,
die hij onderweg ontmoette. Even moedig als Egmond ging hij den dood
te gemoet, met hetzelfde woord op de lippen als zijn vriend ontving
hij den doodelijken slag.
Egmond en Hoorne worden door de Nederlanders nog heden ten dage als
martelaars voor de vrijheid vereerd, doch ten onrechte. Wel waren
beiden de slachtoffers der afgrijselijke, met alle recht en wet
spottende staatkunde van een ondankbaar en gewetenloos dwingeland,
maar martelaars der vrijheid waren zij niet. Niets was dwazer dan
de lage wraakzucht, waaraan Philips II twee mannen opofferde, wier
gansche verleden bewees, dat ze zijne trouwe aanhangers waren. Voor
de vrijheid des volks hadden zij nooit eenig gevoel gehad, beiden
waren heftige tegenstanders der hervorming.
Egmond had zich zelfs als een verbitterd en wreed vervolger van
de beeldstormers doen kennen. Hij zou dat,--zijn laatste meer dan
deemoedige brief aan den koning bewijst het--indien hij langer
geleefd had, ook gebleven zijn. Ja men mag vrijelijk beweren, dat
hij zijne talenten als veldheer tot onderdrukking van den opstand
der Nederlanders zou hebben aangewend, indien Philips hem, in plaats
van hem te dooden, het bevel over eene Spaansche bende opgedragen
had. Eerst zijn dood heeft hem en zijnen vriend tot vrijheidshelden
gemaakt. Uit hun bloed, waarin de menschen, die het schavot omringden,
niet langer door vrees voor de Spanjaarden teruggehouden, hunne
zakdoeken doopten, is de vrijheid der Nederlanden ontsproten, niet ten
gevolge van Egmond's werkzaamheid, maar tengevolge van zijn ongeluk
en van de schreeuwende onrechtvaardigheid, willekeur en wreedheid
van een koning, wiens bloeddorstige tyrannie door dezen moord voor
het oog des volks voor altijd ontsluierd werd.