c. Fluksen of Bordjespelen. Op een klein langwerpig plankje zijn zoo
veel centen gelegd als er spelers zijn. Elk speler werpt, op zekeren
bepaalden afstand, met eenen keisteen naar hetzelve. Springen er
daardoor centen af, en ligt de W boven, dan worden zij er weder
opgelegd; ligt de W onder, dan neemt de speler ze in bewaring,
tot zoo lang als hij aan het spel blijft; raakt hij er van af, dan
geeft hij de gewonnen centen aan hem, die zijnen keisteen geraakt
en hem daardoor van de partij afgespeeld heeft.--De laatste, die
aan het spel is, kan alzoo in het bezit geraken van al de centen,
die gedurende het spel op het plankje hebben gelegen.--
Op dezelfde wijze wordt ook het eerste spel gespeeld. Wint
b. v. A. eenige noten uit den cirkel, en wordt zijn stuiter (lodder)
door dien van B. geraakt, dan valt A. van het spel af, die zijne
reeds gewonnen noten aan B. geeft.
d. Koek kneppelen. Een paal wordt in den grond geslagen, aan welks
boveneinde een' Deventer koek gebonden wordt, zoodanig, dat een
gedeelte daarvan boven den paal uitsteekt; op eenen bepaalden afstand,
werpt iemand met den kneppel naar den koek, en zoo hij het geluk heeft,
er een stuk af te werpen, dan behoort zulks aan hem; het overblijvende
stuk wordt daarna opgeligt, en het werpen neemt weder een aanvang;
dit wordt zoolang herhaald, totdat de geheele koek is afgeslagen. Is
het laatste stukje zeer klein, dan wordt het op de paal gelegd,
en men handelt als voren.
Dit spel wordt door knapen en jongelingen, en soms ook wel door
volwassenen verrigt.--
Voorts is voor velen Sinte Pieter (22 Februarij) een vreugdedag. Een
troep jongens, gewapend met stokken, gaat langs de huizen, zingende
of liever schreeuwende het volgende:
Sinte Pieters Schoven,
Als je niet geeft, dan zal 'k je rooven.
Ik roof er ien,
Ik roof er tien,
Ik roof er elf,
Ik roof den boer zijn heele schelf.
Hei je geen hooi?
Hei je geen strooi?
Hei je geen ouwe manden?
Dan zullen we van avond Victoria branden.
Hei je geen glaasje rooije wijn,
Dan zullen we van avond regt vrolijk zijn.
Hei je geen turf? Hei je geen hout?
Sinte Pieter is zoo koud.
Hierop geeft de boer wat stroo, en de troep gaat vredig en vergenoegd
verder. Geeft men niets, dan volgt op het bovenstaande dit:
Hei je geen hagel? Hei je geen kruid?
Dan schieten we den gierigen boer in zijn huid.
Des avonds echter komt de grootste pret aan; dan worden de stroobossen
in brand gestoken, en op stokken rond gedragen, totdat zij verteerd
zijn. Geen wonder dat het na den afloop van dien pret, niet aan zwarte
aangezigten, verbrande kleederen en heesche stemmen ontbreekt.--
Het zoogenaamde vrijen wordt op Wieringen genoemd zitting houden;
de bijeenkomsten der verloofden hebben ook hier doorgaans gedurende
den nacht plaats.--Men laat de jongelieden eene algeheele vrijheid,
hetgeen wel zoude pleiten voor eene onbesmette reinheid van zeden,
indien het maar niet al te vaak bleek, dat daarbij vrijheden worden
toegestaan, die alleen in den gehuwden staat geoorloofd zijn.--
Tot de meest geliefde uitspanningen dezer eilanders, behoort het
spele-rijden.--Tijdens mijn verblijf op Wieringen, zag ik een negental
wagens, bezet met jongelieden van beiderlei kunne, door het Eiland
rijden. Naar ik vernam, waren het eenige dier jongelieden, welke de
toen pas gehouden Tulemarkt met hunne geliefden gevierd hadden, welk
feest zij nu, bij wijze van uitzet, met dezen pleiziertogt door het
Eiland besloten. Des avonds vereenigden zij zich in het logement,
het Schippershuis, waar zij zich aan eene gulle, doch betamelijke
vreugd overgaven.--
Het gebruik wil, dat men, bij elk zwart schaap hetwelk op zulk een
togt gezien wordt, zijne geliefde een kus geve.
Wij merken hierbij aan, dat men bij zulke gelegenheden nog al veel
zwarte schapen ziet.--
Een andere min gunstige gewoonte, die mijne aandacht zeer trok, was
het bijna algemeen gebruik, dat men op dit Eiland van sterken drank
maakt. Niet, dat ik dezulken zoude ontmoet hebben, die zich daarin
te buiten hadden gegaan;--dat zij verre. Maar toch zag ik, dat een
niet onaanzienlijk getal Eilanders, en vooral jonge lieden, jenever
in hun gelag gebruikten. Is dit gebruik, hoe matig dan ook, op zich
zelf reeds af te keuren, nog meer zal die afkeuring toenemen, als wij
bedenken, dat alle misbruik ontstaan is door het gebruik. De grootste
dronkaard verslaaft zich niet op ééns aan dien verderfelijken drank,
die ongetwijfeld is aan te merken, als den grootsten stoffelijken en
zedelijken moordenaar der menschheid.--'t Is hier niet de plaats,
om daarover in het breede uit te wijden, noch, om door bewijzen
(die, helaas! maar al te zeer voor de hand liggen) ons gezegde
te staven. Doch, daar welligt dit geschrift in de handen van vele
Wieringers komt, meenden wij, met het oog op hun waarachtig belang,
hen met een enkel woord op het verkeerde dier gewoonte opmerkzaam te
moeten maken.--Men duide ons alzoo deze uitwijding niet ten kwade. Zij
werd in liefde gegeven; worde zij ook in liefde ontvangen!--
De Wieringers zijn over het algemeen een kloek, gezond en werkzaam
volk, zonder evenwel eene afzonderlijke type te verraden.--Het komt
welligt van hunne afscheiding van den vasten wal, dat vele hunner nog
onder den invloed van oude vooroordeelen gebukt gaan, en dus minder
in de algemeene beschaving deelen.--