[89] _kunnen_.

[90] _Met uw verlof_.

[91] voor _schijnt het_.

[92] voor _toegevoegd_, _opgelegd_.

[93] voor _zich_.

[94] _op vaderlijke wijs_.

[95] _ook_ (_ofschoon_).

[96] voor _baatte_ (wegens den volg. klinker).

[97] Thans _naar de ziel_.

[98] _dreigt_

[99] _met tranen in de oogen_, _weenend_.

[100] Thans _onbewogen_.

[101] _zijn verlaten opengezet_.

[102] Minder gelukkig voor _aardkloot_.

[103] Thans _van de ark_.

[104] _zuiver_.

[105] _kon_.

[106] _wel_.

[107] _bepaald_; verg. boven bl. [3].

[108] Voor _keert het_, _proeft het_.

[109] _toevoegt_.

[110] Dit aanwijzende den staat hier niet overbodig, maar op

gelijke wijs als 't nog steeds in Overijsel en elders--voor 't

Hollandsche _die_ of _dien_ onzer schrijftaal--gebezigd wordt. Evenzoo

vroeger "den Farao".

[111] _gestarnte_.

[112] De spraakverwarring der Bijbellegende bij den torenbouw.

[113] _blinken_ (van daar onze metaalnaam _blik_ en 't woord _bliksem_).

[114] voor _beheerscht het_.

[115] _tot zijn straf_.

[116] _meê_.

[117] _wijselijk_.

[118] _Tot veroordeeling en dwaling leidend_.

[119] anders _verfrayen_, thans _vervrolijken_.

[120] een van boven gespleten stok.

[121] _staf_.

[122] _blinkend_; verg. boven op _blikken_.

[123] voor te _verteeren_.

[124] Thans tot lachte verzwakt. Het enkelvoud verklaart zich lichtelijk

door vereenigende samenvatting der volgende opsomming.

[125] Thans tot _plukken_ verdikt.

[126] _bedwelmd_.

[127] _de borst doorbonzend_.

[128] Lat. 2e naamval: _van Farao_.

[129] voor _duizenden_.

[130] _gekweld_.

[131] Saamgetrokken uit _hadtghy_: _hadt gij_.

[132] _Glinsterde_.

[133] versta: _geleek zij_.

[134] verkeerdelijk voor _zwierf_, _verstierf_.

[135] Thans tot _heette_ verzwakt.

[136] (Gelijk _metterdaad_, _metterwoon_, enz. saamgetrokken _met der

spoed_) thans _met spoed_.

[137] _begraven_.

[138] _vaak_, _dikwerf_ d. i. _veelmaals_.

[139] Thans _ontstoken_.

[140] _schielijk afgedane_.

[141] het gelaat verwringende.

[142] Thans _de_.

[143] Minder gelukkig voor _overstelpt_ of iets derg.

[144] Lat. vierde naamval van _Mozes_.

[145] _Helsche_, _Duivelsche_.

[146] _Maar al te ongaarne geuit_.

[147] _vlugger_.

[148] _manlijke kracht_.

[149] _lichtgeschitter_.

[150] _walmend_, _smokend_.

[151] enkelv.

[152] _Duizelig maakt_.

[153] _het groote heelal_.

[154] voor _gemakkelijk_.

[155] _plotseling_.

[156] _vreest_.

[157] Thans _geveegd_, _gezuiverd_.

[158] _makkers_ (nam. de _zeeluî_).

[159] voor _wenden_.

[160] _verradelijk_.

[161] _vreeselijk_; thans verkeerdelijk _ijselijk_ geschreven.

[162] _vork_ ('t Hoogd. _gabel_), hier voor Neptunus' _drietand_.

[163] _bliezen_.

[164] d. i. _stuurman_ (omdat die van Aenëas bij Virgilius zoo heet).

[165] _boos_ (_druipend_).

[166] 't Hoogd. _kutscher_; thans _koetsier_.

[167] _aanging_.

[168] voor _binnen_.

[169] voor _berekenen_.

[170] voor _strandde_.

[171] _ellen_.

[172] _dubbel snel_.

[173] _ydele beelden_.

[174] voor _verzwonden_ of _verdwenen_.

[175] Lat. tweede naamval van _Isis_.

[176] Thans _vochtig_.

[177] Thans _een of ander_.

[178] _In 't geheel niets_.

[179] voor _dier_, thans _wier_.

[180] voor _acht ik_.

[181] Thans _worden_.

[182] _onachtzaam_.

[183] _hoe langer_.

[184] versta: _ons te ontslaan van_.

[185] voor _te dreigen_.

[186] Door 't twee regels later volgend _weder_- overtollig.

[187] _wederbrengen_, _doen herboren worden_.

[188] _herbracht_.

[189] _ontzaggelijker_.

[190] _gewelf_ ('t Fransche _voûte_).

[191] d.i. van E.

[192] _Geef nu verlof tot_, _veroorloof_.

[193] Deze _Jup._ maakt hier al een zeer vreemde vertooning, en

geeft slechts een blijk te meer van smakelooze verwarring aller Goden en

Godenlegenden in Vondels eeuw.

[194] Van Saturnus (als _Tijdgod_ genomen).

[195] Anders _dwingeland_, en een bewijs dat men verkeerd doet,

dit saamgestelde woord van een vermeend _dwingelen_ af te leiden.

[196] _overladen_.

[197] voor _klimmen_.

[198] Anders _soep_, _spijs_.

[199] _wegneemt_, _belet_.

[200] _tot dwaling brengen_.

(verg. het Hoogd. _verrückt_.)

[201] _een veêrtjen_.

[202] _gelooft gij_.

[203] _wakker_.

[204] _mars_, _koopwaar_.

[205] _afgebeeld_, _voorgedaan_.

[206] _kleuren_.

[207] _Schort op_, _staakt_.

[208] _is hij niet voorzichtig_.

[209] _in beweging_, _beroerte_.

[210] voor _keten_ of _ketting_ ('t Lat. _catena_).

[211] _schuinsch_ geslingerde.

[212] _kunt_.

[213] _het meest Helsche_.

[214] minder gelukkig

voor _onder hun vlerken_, _hun schaduw bedekken_.

[215] Versta: _de opgesperde kaken_.

[216] Thans _naar de ziel_.

[217] _streelende_, _vleyende_.

[218] _uitpraten_.

[219] Verg. boven de aant. op _Jupiter_.

[220] _zorgt_.

[221] (voet-)_zolen_.

[222] Verkeerdelijk voor _meer_.

[223] Hier in slechten zin, voor _hoogmoedig_, _overmoedig_.

[224] _bundel_.

[225] voor _hoofdhaar_; eerst later werd het uitsluitend gebezigd

voor 'tgeen men toen nog een "looze paruik" noemde. Verg. o.a. Hoofts

Dichtjen aan Anna Roemers dienaangaande.

[226] Midden-Egypte.

[227] Gedoornde d. i. _stekelige_ puisten.

[228] Voor _een vloed van regendroppels_,

[229] Rijmshalven voor _eizig_.

[230] _onbedekt, dor._

[231] Anders _altegaâr_.

[232] voor _de zon_.

[233] _houdt weg_, _verschuilt_.

[234] _schittert_.

[235] Hier nog meer in zijne oorspronkelijke beteekenis van _verspringen_.

236] _vonkt_ (zie vroeger).

[237] _rijksappel_, als teeken der oppermacht.

[238] _krijgshaftig_.

[239] _Neder-Egypte_.

[240] voor _grafteekenen_ in 't algemeen, hier de Pyramieden.

[241] _het uitspansel te naderen._

[242] voor _uitgespreid_, _uitgebreid_.

[243] Het Westen, in tegenoverstelling van den _Levant_ (of _Opgang_)

voor 't Oosten.

[244] _Zuiden_.

[245] voor _wimpel_, _vaan_, _banier_.

[246] binnen den kring der stervelingen.

[247] _voedt_, _onderhoudt_.

[248] Minder juist voor _afschiet_.

[249] Thans tot _noch_ (gelijk _ofte_ tot _of_) afgekort.

[250] Volle verbuigingsvorm van den tweeden naamval.

[251] _den heer te spelen_.

[252] _op zijn minst_.

[253] Hebreeuwsche naam voor Egypte.

[254] Hier in goeden zin: _grootsch_, _edelaardig_.

[255] _niet_.

[256] Thans _te vermaken_.

[257] met _duren_ eede.

[258] voor _vlijt_, dat toen nog zoo uitgesproken werd.

[259] Versta: _daarheen_, _van waar_.

[260] Gelijk reeds vroeger (bl. 6) voor _reus_.

[261] _vochtige_.

[262] voor u.

[263] _bedelbrokken_ of liever _benden_.

[264] _keuken_.

[265] _kraanvogels_.

[266] _Te gast te gaan_.

[267] Thans _den eik_.

[268] Zoo lees ik, voor 't onverklaarbare _van_.

[269] _Trotsch_, _ontoeganklijk_.

[270] Thans _om te_.

[271] Verkeerdelijk voor _omvlochten_.

[272] _naauwlijks_.

[273] _afgemeten_.

[274] _gewelven_.

[275] _middelpunt_.

[276] voor _strafzwaard_.

[277] Thans _uwsweegs_, sedert _straat_ in den meer bepaalden zin

van _bestraten weg_ (_via strata_) gebezigd wordt.

[278] _allerlaagsten_.

[279] Fransche _offrande_, en dus verkeerdelijk

meestal _offerhand_ geschreven.

[280] Thans _veroorlooft_.

[281] _verzacht het_.

[282] _ontbloote_, _zichtbare_.

3[283] Thans _wordt_.

[284] _wegneemt_.

[285] Thans tot _en_ verkort.

[286] _wijselijk_.

[287] Germ. voor _verwen_.

[288] _vrijwaren_.

[289] Voor _doorklieft_.

[290] _onderwijl_.

[291] Thans _zich_.

[292] _aan 't spit braden_.

[293] _zuur_.

[294] _gereed_.

2[295] Thans _maan_.

[296] _verbijsterd_ (verg. 't Hoogd. _verrückt_).

[297] Voor _terwijl_.

[298] _luchtige_, _vlugge_.

[299] Minder gelukkig voor _met getakte hoornen_.

[300] Verwarring van konijnen en hazen.

[301] de golven van Thetys, d. i. de zee.

[302] _klaarlijk_.

[303] den reidans opent.

[304] Thans _spreidt_.

[305] Anders _flambouw_

('t Fransch _flambeau_), gelijk _bureel_ van _bureau_.

[306] Neder-Egypte.

[307] _overschaduwen_.

[308] Thans _dien_.

[309] Thans tot _morgenzon_ geslonken.

[310] _helderheid te gunnen_.

[311] _bespreid_.

[312] De Grieksche Wraakgodinnen.

[313] De bekende Schikgodin, die 's menschen levensdraad afsnijdt.

[314] Voor _sterren_.

[315] _gedraaid_.

[316] _gouden lokken_.

[317] Thans _onttrokt aan_.

[318] Voor _gestarnte_.

[319] _verraderlijk_ (als een "dief" in den nacht ons besluipende).

[320] De bekende rivieren der oude wereld.

[321] Rijmshalven voor _schadelijk_.

[322] _oorlogsmaagd_.

[323] Thans _wapenen_.

[324] _streng_, _wreed_.

[325] Thans _zoo_.

[326] Rijmshalven voor _het loof_ of _lover_.

[327] Thans voor het Fr. _fluit_ verouderd (verg. echter nog ons

_pijper_).

[328] _ommekring_.

[329] Voor de _beesten van 't veld_.

[330] _dicht bewassen_.

[331] Anders _verloor_.

[332] Voor _ouderdom_.

[333] Naar zijn eigenlijke beteekenis van _vorm_.

[334] _gilde_.

[335] _bovenal_.

[336] _overtrokken_, _overschaduwd_.

[337] Gallicisme voor _graf_.

[338] _erfgenaam_, 't Fr. _hoir_.

[339] Van _ijs_.

[340] _gestalte_.

[341] Thans _eener zon_.

[342] _bliksemflits_.

[343] Thans _te_.

[344] Thans in verlengden vorm _vertoont_ (d.i. _vertoogent_).

[345] _toorts_.

[346] _vonkt_.

[347] Voor _zoo en_ (d.i. _niet_).

[348] _doorboorden_.

[349] Rijmshalven maar verkeerdelijk voor _gedocht_.

[350] _vergetelheid_.

[351] Voor _vlijmen_, of liever _vlijmend zwaard_.

[352] _laat vrij_.

[353] _Laat ze vlugten, trekken, reizen enz_.

[354] Voor _be-ijzeld_.

[355] Mr. van Lennep is, in zijne nalezing en aantt. te recht

tegen deze noodelooze verlenging, en Vondels misbruik van den uitgang _ig_

in 't algemeen te velde getrokken.

[356] Gelijk meer als _zal_ (verg. ook 't Eng. _to will_).

[357] _weldra_.

[358] _in persoon_ (verg. echter aant. [355]).

[359] Verkeerdelijk voor _van den Oceaan_.

[360] Thans _maakt u_.

[361] _weggevaagd_ (zie vroeger).

[362] Verkeerdelijk en onwelluidend, maar maatshalven voor

_menschelijke treden_.

[363] _draai_, _ommezwaai_.

[364] _vergolden_, _betaald_.

[365] Voor _dubbel_.

[366] Thans _worden_.

[367] _arm_.

[368] Thans _om te_, _tot_.

[369] D.i. den _moed_.

[370] D.i. _de legerknechten_ (als die de wapens hunner vijanden

vermeesteren).

[371] _weifelen_.

[372] _oorloogt_, _strijdt_.

[373] Thans _werpt_ (even als, omgekeerd, thans _wordt_ voor 't

vroegere _werd_).

[374] _In korten tijd_.

[375] Voor _gezwind_.

[376] _laat_.

[377] Rijmshalven voor _beroemen_.

[378] _kregel_, _wrevelig_.

[379] _bejammerd_ (nam. door de Egyptenaren).

[380] Hoogd. voor _spoedig_.

[381] Thans _dien_.

[382] Waarschijnlijk bedoelt de dichter datgene, waartoe hem

zijn hartstocht _verleidde_.

[383] Thans _zelf_.

[384] _'thelpt niet_.

[385] voor _onbedacht_.

[386] Hier voor _schaar_.

[387] _werpe_.

[388] _golvend_, _drijvend_.

[389] _stugge_, _harde_ (gelijk nog in Overijsel _stoer_; verg.

ook ons _stuursch_).

[390] _wankel-_, _kleinmoedig_.

[391] Thans _hoop_.

[392] In 't _midden_.

[393] _lager_.

[394] _tegen den aard_.

[395] _Dwars overtrekken_.

[396] _op den duur_.

[397] Minder juist voor _diepgaande_, tot op 't grondelooze toe.

[398] D. i. _van de zee_.

[399] _boos_, _verraderlijk_.

[400] _zakt_.

[401] Thans _eindlijk_.

[402] Thans veelal verkeerdelijk _ijselijk_.

[403] _vloeyend tal_.

[404] Rijmshalven voor _klimmen_.

[405] Voor _snellende_.

[406] Thans _dollen_, _woedenden_.

[407] _wien_, _tegen wien_.

[408] _geeft om_.

[409] _dwarsch_, _stuursch_.

[410] _vochtig gewoel_ voor _'t gewoel der golven_.

[411] _binnen zoo korten tijd_.

[412] Voor _meest onvervalschte_.

[413] _goedgunstig_.

[414] _ruw_, _woest_.

[415] Voor _krijgswapens_.

[416] Thans _meê_.

[417] trompet.

[418] _voorstaat_, _beschermt_.

[419] Voor _met zijn schaduw overdekt_.

[420] _genieten_ (verg. nog ons _órberen_).

[421] Thans _om te_; verg. vroeger.

[422] Voor _breed_.

[423] Versta: _treurend slaakte_.

[424] Voor _gesternte_.

[425] Voor _teeken van dankbaarheid_.

[426] Thans _niets_.

[427] Thans _bron_.

[428] Tweeden naamvalsuitgang, thans _oprechte_.

[429] _heeft het_.

[430] Voor _gebouwd_.

[431] _geheime raad_.

[432] Namelijk _het offer_.

[433] Minder gelukkig voor _gedenken_, _mij herinneren_.

[434] Rijmshalven voor _verdiensten_.

[435] Voor _doet versagen_.

[436] _trotschen_.

[437] _Behooren_.

[438] _straalt_; verg. reeds herhaaldelijk vroeger.

[439] Thans _bezwijkt_, _zwicht_.

[440] Rijmshalven voor _melden_.

[441] Voor _verweren_, _beschermen_.

[442] _alleen_ (verg. 't hoogd. _bloss_).

[443] Latinisme voor _nadat onze boeyen gebroken zijn_.

[444] Maatshalven voor _gekregen_.

[445] Thans _de Jordaan_.

[446] Thans _zich_.

[447] Rijmshalven als stopwoord gebezigd.

[448] Voor _kleed_.

[449] _voordeel_.

[450] _vochtig_ en daarom _vaardig_.

[451] _ontsluit_.

[452] ladder.

[453] _snijdend_, _fel_.

[454] _bron-aâr_.

[455] _aarde_.

[456] _Uit levendige gunst_; de leus der oude Rederijkers kamer te

Amsterdam.

De complete werken van Joost van Vondel. Het Pascha · 第 5 / 5 段