[1] Groningen 1875
[2] Zie de aanteekening aan het eind van het stuk.
[3] Haarlem 1887; blz 520.
[4] oom
[5] De roode leeuw
[6] beul.
[7] moge
[8] stilte
[9] fijn, keurig
[10] bluffende
[11] stuursch, onvriendelijk
[12] ten verderve gevoerd
[13] hem beroemen = pochen; "roem" in vs. 17 = bluf
[14] ridder, held
[15] machtig
[16] verdriet.
[17] verstoord, boos. Let op het anachronisme van "Vrouw Venus"! (Zie de
inleiding).
[18] wreekte
[19] aanschouwen
[20] af = van
[21] nooit
[22] geslagen
[23] houden
[24] wat is er?
[25] dapper, flink
[26] raad geven
[27] goem nemen = acht slaan (op), zorg dragen (voor)
[28] bestaan = verwant zijn met
[29] welnu
[30] te werk gaan
[31] waers = zou daarover zijn
[32] in blijdschap
[33] spieden, omzien
[34] ik weet dicht in onze nabijheid wel een te vinden
[35] zeer.
[36] kuisch, edel
[37] gemoed, draecht = heeft
[38] geslacht
[39] in zijn leven
[40] voorouders
[41] voorstellen
[42] gezind
[43] gericht
[44] geneigd
[45] zie vs. 28.
[46] doorbrengen
[47] hier leven
[48] als
[49] pleegt = gewoon is
[50] stierft gij zonder kroost na te laten
[51] ontstaan
[52] oneenigheid
[53] Elk zou de naaste willen zijn (om den troon te erven).
[54] berokkenen
[55] Dit gepraat is absoluut nutteloos
[56] een zier
[57] iets waardig zijn, oudtijds met 2en naamval
[58] mat zetten, overwinnen, verslaan
[59] de schoone Absalon
[60] ten onder
[61] dat verwondert mij
[62] dwaasheden
[63] "zij bleven zich zelf met"
[64] bedwelmd door.
[65] vergel. vs. 121.
[66] scherts; versta dit vers en het volgende aldus: wie uw woorden
hoorde, zou ze met ernstig nemen
[67] aanschouwen, dus hier, beleven
[68] zie vs. 44.
[69] dan was ik heelemaal mijn verstand kwijt
[70] versta ongetrouwd, "mijn eigen baas"
[71] gewon, verwekte
[72] te na spreken, kwaad spreken van.
[73] aangezien worden door een vrouw, dus blik van e.v.
[74] medicijn
[75] beleven
[76] verdedigingswerk, bolwerk
[77] opgesteld rondom
[78] adelaar
[79] onder het gezag van een vrouw stellen
[80] ondanc hebben = vervloekt zijn
[81] indien
[82] ooit
[83] moeite doe
[84] blijke.
[85] zie vs. 68;
[86] emir
[87] sultan
[88] zie vs. 79;
[89] dat ik door hem bemind zou willen worden
[90] het gebied der Christenen
[91] stoutmoedig
[92] fransch: orgueilleux = trotsch
[93] portret
[94] gelaat
[95] Is het.
[96] veranderen
[97] Naar middeleeuwsche meening een Saraceensche godheid; van de
Mohammedaansche theologie had de schrijver niet veel idee (zie de
inleiding). Tervogan is vermoedelijk een verbastering van een
Latijnschen bijnaam van Mercurius
[98] zegt
[99] gericht. Moltzer leest hier de rijmwoorden: seght: gewecht (zie vs.
84).
[100] Ik heb het noodig
[101] Mohammed (zie de inleiding)
[102] en het is (het land)
[103] hij is (de man)
[104] den edelen ridder, held
[105] 't aanschijn = 't gezicht
[106] zie vs. 18
[107] met oprechte trouw; veel gebruikte stoplap
[108] ter wille van de eer van alle vrouwen.
[109] daarmee
[110] leven
[111] "zonder mankeeren" (stoplap)
[112] "De Roode Leeuw"
[113] v. helen = verbergen, geheim houden
[114] Apolijn, verbastering van Apollo, hier ook al weer als
Saraceensche afgod voorgesteld (zie vs. 212)
[115] Fr. messagier = boodschapper, bode
[116] zie vs 67
[117] Zij bidt U op hoop van genade.
[118] de edele vrouw
[119] vermaard door haar deugd
[120] zie vs. 68 en 191: hoghen moet = trots
[121] het gebied der heidenen
[122] lijf is hier: lichaam
[123] vijf
[124] kon
[125] hoofsch, welgemanierd, fijn
[126] bat = beter; comparatief van: wel gheraect = voortreffelijk; lijf
in het volgende vs: zie vs. 265
[127] die zulk een edel gemoed heeft
[128] uitgedacht, versta: denkbaar, te vinden
[129] zie vs. 79 en 196;
[130] absoluut
[131] kuisch
[132] van hooge positie, van groote macht
[133] wees daar zeker van (stoplap).
[134] zeer
[135] doen uitrusten, goed ontvangen
[136] zie vs. 173
[137] moge
[138] gedrukt
[139] Sone saghic ... nie = zoo zag ik nooit
[140] vorstin
[141] in het algemeen: geluk
[142] goede eigenschappen, begaafdheden
[143] daarvan ben ik overtuigd
[144] zij draagt een tak ("de eerepalm") van bevalligheden
[145] ooit
[146] vergelijk vs. 297
[147] schat.
[148] uw woorden wèl weten te kiezen
[149] verder
[150] te prijzen
[151] verbergt
[152] in waarheid (stoplap)
[153] behalve zij
[154] getrouw
[155] zie vs. 247;
[156] nooit
[157] voorbijgaan.
[158] indien
[159] Jupiter; zie de noten bij de andere godennamen en de inleiding
[160] gewach doen = gewagen, vermelden
[161] ja ik
[162] hier: edel èn trotsch gemoed
[163] rijk, aanzienlijk
[164] absoluut, geheel en al.
[165] zie vs. 317.
[166] Ja hij, vergel vs 342.
[167] ook, bovendien
[168] en legde in mijn hand een gelofte af
[169] op
[170] mocht = mocht het, na mijn achten = zooals ik verwacht
[171] volbracht
[172] noodig
[173] ontbreekt, versta waaraan ge behoefte hebt
[174] steekt
[175] verbergen
[176] ziek zijn, vgl kwaal en kwellen
[177] Dat is Dat is wat ik niet kan gelooven, dus dat kan ik niet ...
enz
[178] geen zier.
[179] wijd vermaard, algemeen bekend
[180] beken (belijd)
[181] verklaar mij schuldig eraan
[182] zie vs. 22;
[183] "den tred der liefde": ik moet gaan (en doen) zooals Venus
verkiest
[184] hoovaardig
[185] dat = dat er was
[186] hoovaardij
[187] versta: "de vrouwen behoeven op u niet te rekenen"
[188] begrijpen
[189] ontbrak
[190] kennis
[191] voorwaar (stoplap).
[192] nu word ik welwillend gestemd ten opzichte van
[193] in de macht van
[194] maar steeds niet
[195] dat komt mij hoogst zonderling voor
[196] letterl. "het geschotene", dus bijv. een pijl
[197] groet.
[198] zie vs. 208
[199] letterl. de kroon op het hoofd binden, dus: de kroon dragen
[200] denk hierbij "als echtgenoote van"
[201] door haar gepijnigd
[202] vermaard wegens
[203] geluk, vergel, vs. 297 en 302
[204] ge kunt wel een ander gaan zoeken
[205] de reden waarom
[206] aanzienlijk, dapper
[207] dapperste
[208] die ooit bestond
[209] en in het land der heidenen het zwaard droeg
[210] kapot
[211] meer
[212] ten gevolge waarvan hij sindsdien nooit meer lachte
[213] kinderen van zijn moei (= tante)
[214] Antiochië
[215] verdriet
[216] zeker
[217] al waart gij
[218] cracht, hier geweld
[219] proper = eigen, live, 3e n.v. van lijf, hier: lichaam
[220] ben ik voornemens (meen ik)
[221] ans = an des; van onnen = gunnen; des = dit: indien God mij dit
vergunt.
[222] "incognito"
[223] als een ridder die op avontuur uit is
[224] ik moet mij moeite en leed getroosten om den weg der liefde te
gaan
[225] dat gij het niet nalaat
[226] bewaak, bescherm
[227] als erfenis toegevallen
[228] deze tocht kan niet nagelaten worden
[229] wrocht, deed
[230] bezorgen, berokkenen.
[231] hemel
[232] plannen, onderneming
[233] zeker, zonder aarzelen
[234] wat aan uw hart rust geeft
[235] hier letterlijk: als een heer "gentlemanlike!"
[236] is het
[237] doe
[238] achterwege
[239] ic en sal = of ik zal
[240] paard (ros).
[241] geweld = macht
[242] en U een lang, gelukkig leven schenken
[243] waarheen gij u ook wendt
[244] galanterie
[245] dat zie ik nu wel in
[246] boos, wreed, afkeerig
[247] dwong
[248] zonder dat gij het verdiendet en zonder dat gij schuld hadt
[249] openbreken (denk aan de wond in Jezus' zijde).
[250] speer, lans
[251] die verstandig zijn
[252] die mogen mij niets verwijten
[253] om onze schuld te betalen=om onze zonden te boeten
[254] vrij-gekocht (door Zijn zoendood)
[255] kruid, gewas, plant
[256] ooit
[257] gesloten (de poorten)
[258] dat men ze (=de stad) bewaakt
[259] wachten.
[260] nachtrust
[261] daer na = daar.. op = op welke, bedoeld is op den valk uit vs. 617
= Gloriant
[262] voor-uit, zichtbaar, hij draagt dus een afgesproken
herkenningsteeken
[263] dat ik hem herken
[264] gedaante, uiterlijk
[265] in mijn bereik
[266] sachen = zag hem, nederbeten = afstijgen
[267] gij hebt u meester gemaakt van
[268] hoorde ik
[269] direct
[270] herkende, kende
[271] wel, goed.
[272] mij aan gevaren blootgesteld
[273] gij moogt daarop
[274] verheugen
[275] wist het
[276] ter wille van.
[277] het is recht dat hij die iemand het goede gunt
[278] daarvan, van die persoon
[279] op kuische wijze
[280] gemeenheid
[281] het is niet goed in dit geval langer te dralen
[282] schande
[283] ten verderve gebracht.
[284] den tocht ondernemen
[285] zie vs. 490;
[286] zonder dat wij iemand ontmoeten
[287] staan
[288] emmer = absoluut; hoet = hoofd
[289] verlaten.
[290] de "verrader"! hij heeft de gelieven bespied
[291] want ik heb het allemaal gezien
[292] weet
[293] zonder dralen.
[294] wonderlijke dingen
[295] zie vs. 194,
[296] omvat
[297] Saraceen (algemeene Middeleeuwsche naam voor heidenen en
Mohammedanen)
[298] geloof
[299] wij zouden zeggen: "wat is ze begonnen!"
[300] branden
[301] vuur
[302] (rijdende) ontkomen
[303] ik zal hem integendeel
[304] gaan wij
[305] dat kunnen wij gemakkelijk doen
[306] van wapene bloet = ongewapend
[307] ridder, vergel. pair
[308] slotvoogd, châtelain
[309] wreede
[310] gemeene schurk.
[311] bovendien
[312] "Het is mis met mij!"
[313] moge hem
[314] vreugde
[315] zwaard
[316] achterwege
[317] ten val gebracht
[318] voorouders; zie vs. 75;
[319] bloedverwanten
[320] zie vs. 488.
[321] "den vure", den brandstapel
[322] volkomen
[323] dat en ("en" = ontkenning)
[324] ooit
[325] is het
[326] kerstenheit ontfaen = tot het christendom bekeerd worden
[327] om Uwer genade wille
[328] wijnstok = hier: Maria
[329] held.
[330] zie vs. 39
[331] zegt
[332] men zwoer In de middeleeuwen bij allerlei lichaamsdeelen, zoo hier
bij de tanden
[333] vergel ons een duren eed zweren
[334] gij hebt er wel de macht toe
[335] bewaakt
[336] gevangen
[337] te hulp komen
[338] vs. 877-79 "Als ik dat deed, zou het mij het leven kosten, al
bezat ik de heele wereld in fijn, rood goud, het zou me niet helpen"
(typisch-Middelnederlandsche beeldspraak, ook het steeds gebruikte
epitheton ornans "rood" bij goud)
[339] te lande weert = naar het land (vergel "landwaarts")
[340] beloof
[341] vóór
[342] slecht mensch
[343] moeite doen
[344] naïeve overdrijving alsof hij er nog "dag en nacht" tijd voor
heeft! "dach en nacht" is 'n geijkte term geworden voor voortdurend
[345] gevangenis, kerker en steen beteekenen eigenlijk hetzelfde.
[346] geopend
[347] welwillendheid, genade
[348] deel mij dat mede
[349] die mij daarom verzocht
[350] onuitgevoerd blijven
[351] indien
[352] hier leven
[353] sterk paard.
[354] spottend voorwaar, ik zou hem de huishuur betalen! (voor mijn
verblijf in den kerker!)
[355] ik wil u daarbij helpen
[356] dat ik tot het christendom overga
[357] zie vs 544.
[358] lust
[359] loon
[360] werd
[361] geheel en al
[362] in opschudding gebracht
[363] beter
[364] blijven.
[365] hout, bosschage
[366] op uw hoede, op wacht
[367] naar buiten brengt
[368] zonder U door iets te laten weerhouden, ondanks alle hindernissen
[369] grappig in den mond van den aspirant-christen! zie vs. 935;
[370] woud, bosch
[371] moogt gij.
[372] meld mij
[373] wat zal ik doen met Gloriant?
[374] verbeurd, zich aan een ernstig vergrijp schuldig gemaakt waarop de
doodstraf staat
[375] coert = keurt = oordeelt; "als men volkomen billijk oordeelt"
[376] dan = daarna.
[377] wachten
[378] gestalte, d.w.z. het meisje-zelf!
[379] fel = gemeen; pute = vrouw van zedeloozen levenswandel
[380] is er van overtuigd (vergel, vs. 503)
[381] vergolden, betaald gezet
[382] fijn, ook: edel
[383] zie vs. 866.
[384] Florentijn heeft reeds aardige vorderingen gemaakt in de
Christelijke theologie!
[385] en door haar gezoogd werd
[386] stierf
[387] merkwaardig dat op de plaats der terechtstelling zulk een machtig
vorst zoo weinig militaire bewaking aanwezig heeft dat Gloriant alléén
zijn geliefde redden kan! Of wilde de roede lioen "laver son linge sale
en famille?" Voor het Middeleeuwsche publiek was deze "regie-fout" geen
bezwaar! Zie de inleiding.
[388] gezind
[389] den ghenen = Jezus; door = ter wille van
[390] uitgespreid, geopend.
[391] zwaar, grof
[392] waarachtig
[393] zie vs. 768;
[394] aanschouwen; nooit meer
[395] zie vs. 756;
[396] al touwe = al toe = allemaal; scouden = schuld
[397] lastert
[398] te schande maakt
[399] "terwijl ge" zouden we hier zeggen
[400] uitstel.
[401] gemeen; afgeleid van pute; zie vs. 1003;
[402] maakt dat ge hier vandaan komt
[403] zal zich van u meester maken
[404] de mijne
[405] hemel
[406] dat het allemaal voor mij zoo goed afgeloopen is.
[407] vs. 1096-97: die ik nooit eerder dan nu zag
[408] U = Gloriant
[409] hoe ging het u?
[410] geluk.
[411] gevangenis
[412] beteekent zoowel vrees als gevaar
[413] hield mij in het leven; "hield mij er bovenop"
[414] zie vs. 544 en vs. 939;
[415] zooals 't behoort
[416] behoeft het
[417] al hebt gij heel wat onaangename dingen ondervonden
[418] dat weet ik wel zeker (stoplap)
[419] lof
[420] overal
[421] er van dapperheid niet zijns gelijke is
[422] daarom was ik ongerust over u.
[423] met volharden (onb. wijs)
[424] het is ook van geenerlei waarde iets te beginnen
[425] zie vs. 5;
#GOEDKOOPE UITGAVEN VAN NEDERLANDSCHE KLASSIEKEN.#