VRIESLAND.

Kent gij het land, waar liefde en eendracht wonen?

Kent gij het land, waar de onschuld op de konen

Der meisjes is geplant?

Kent gij dat land?

Daarheen, daarheen

Strekt mijn verlangen heen.

Kent gij het land, het oude, ’t eerlijk land,

Waar vrienden eeuwig streden

Voor ’t vrije recht en ’t land,

Beschermd door vader Willems hand?

Kent gij dat land?

Daarheen, daarheen

Strekt mijn verlangen heen.

Kent gij het land, dien ouden heil’gen grond,

Waar diepe denkers woonden,

En wond’ren schiepen voor Euroop?

Waar Campers en waar Brugmans toonden

De kronk’len van Naturas loop?

Kent gij dat land?

Daarheen, daarheen

Strekt mijn verlangen heen.

Kent gij het land, het land van stille helden,

Waar Groote Pier zijn houwer heeft gezwaaid,

Of, als ons barsche Britten knelden,

Tjerk Hiddes vlagge heeft gewaaid?

Waar Gijsbert-om zoo lieflijk zong,

En Onnos lier der Geuzen lof voldong?

Kent gij dat land?

Daarheen, daarheen

Strekt mijn verlangen heen.

Gij kent het land, het land van melk en honing,

Het rijk van oude deugd en trouw,

De wieg en ’t steunsel van Nassau,

Geen Fransche keizer, vreemde koning,

Een Vriesche koning is ons zin.

Kent gij dat land?

Daarheen, daarheen

Strekt mijn verlangst alleen.

[Yllustraasje]

Rimen en Teltsjes · 第 114 / 279 题