NARICHT.

In de Lapekoer zijn twee eigentlijke vertalingen: _It deagravers

sankje_ is Holtys _Grabe, grabe und spade_, en _de Rottelwacht_ is de

_Nachtruf_ uit _de Allemannische gedichte_ van _Hebel_, vrij gevolgd.

Genoodzaakt om met de zangwijze van Duitsche liederen tevens de maat

van het vers over te nemen, verviel men somtijds ongevoelig in het

hoofddenkbeeld tevens, of in den algemeenen gang van het geheel.

Vergelijk uit dit oogpunt _de Bolswerter merke_ met de _Hans und

Verene_ uit _de Allemannische gedichte_ van _Hebel; Jonker Piet en

Sibbel_ met _Verzeihen sie, mein herr Baron_; het _Skippers-sankje_ met

het bekende _Vergiss mein nicht_; de _nije widzesang_ met _Du, du

liegst mir am herzen_; en _Sibbel fen de Ryp_ met _Das mädel im thal_.

Het prosa is, zo veel wij ons kunnen herinneren, alles oorspronkelijk.

Alleen zijn de verhalen in het _Miswier_ van oud-Franschen oorsprong,

verfriescht echter en overal verrijkt met brede verzinsels. Het skelet

der eerste vertelling van _de drie pelgrims_ vindt men in de _Fabliaux

et contes des poètes Francois des_ XI, XII, XIII, XIV _et_ XV_e siecles

publiés par Barbazan, augmentés par M. Meon. Paris 1808. Tome_ II, _p.

127_, en aldus beginnende:

Encore chastioit le pere

Son fill en itele maniere.

Beax filz, se tu prenz compagnie

A nului, ne l’engigne mie,

Que tu ne soies engennez

Et par ton pechié encombrez,

Si com as Borjois avint ja,

Que li Vileins bien engenna.

Het twede vertelsel van _de boer geneesheer_ is uit het zelfde boek,

_Tome III, p. 1_, alwaar het aldus aanvangt:

Jadis estoit uns vilains riches,

Qui moult estoit avers et chiches;

Une charrue adés avoit,

Tos tens par lui la maintenoit

D’une jument et d’un roncin.

Het derde en laatste verhaal van _het overzetten der schapen_ staat

aldaar Tome II, p. 89, en begint in deze voege:

Un Roi un Fableor avoit,

A qui deduire se souloit.

Une nuit avoit molt conté,

Si que tot en estoit lassé,

Requist le Roy qu’il puist dormir,

Mais li Rois nel’ volt pas soffrir.

De vergelijking zal enige zwarigheid ontmoeten, omdat het boek, behalve

op de koninglijke bibliotheek en bij een enkelen beoefenaar der

Noorsche talen, hier te lande niet gevonden wordt.

De tegenwoordige uitgave der Lapekoer zal wegens de toevoeging der

muzijkstukken te veel moeten kosten om door al die menschen gekocht te

worden, in wier handen men het boekje gaarne zien zou. De uitgever zal

daarom op een goedkooper uitgave en zonder muzijk bedacht zijn, zodra

hem enige snipperuren van gewichtiger bezigheden zullen overschieten.

Rimen en Teltsjes · 第 105 / 279 题