Toen Charly Brand dit telegram ontving, viel hem een pak van het hart.
Reeds sinds eenige weken hadden hij en de familie Delma alle hoop
opgegeven, Raffles terug te zullen zien.—
Groote vreugde heerschte onder hen, toen zij het telegram ontvingen.
Maar tevergeefs vroegen zij zich af, hoe Raffles met zijn jacht naar
China was gekomen.
Alleen Charly Brand begreep, wat zijn vriend met de pruik bedoelde.
Bijna had hij het zelf vergeten, hoe hij maanden geleden, voordat hij
zich voor Mevrouw Delma in Mexicaansche avonturen waagde, aan het
Strand in Londen een pruik had gekocht, om daardoor eindelijk een vrouw
te vinden.
Zijn kalen knikker was hij nu kwijt, maar een vrouw had hij nog niet
gevonden.
Toen hij op zekeren dag bescheiden toespelingen maakte tegen Alma Delma
over een ongelukkige liefde, zag zij hem vol medelijden aan en
antwoordde:
„O, mijn vriend, het doet mij innig leed, dat gij een ongelukkige
liefde hebt; tracht toch, een gelukkige te vinden.”
Hij begreep haar woorden niet en meende, dat het een blauwtje voor hem
beteekende.
Nu, na ontvangst van het telegram, kreeg hij eindelijk moed zich
tegenover het beminde meisje uit te spreken.
Toen hij zweeg, keek zij hem trouwhartig in de oogen en zei:
„Gij spreekt weer van uw liefde, Mr. Brand. Ik ben heusch nieuwsgierig
om te vernemen, wie uw uitverkorene is.”
En Charly Brand durfde weer niet te zeggen, dat zij zelf dat was!
Dienzelfden avond besloten zij, met de eerste boot naar Londen te
varen, om daar Raffles te ontmoeten.