Toen Pim vier dagen daarna van Parijs was teruggekomen, met den
laatsten avondtrein, vond hij op zijn kamer een briefje van Ellie. Hoe
kende hij de kleine, roze envelopjes, waar haar lievelingsparfum hem
uit tegemoet geurde, een zachte, vage geur van Violettes de Parme!
Haastig deed hij het open. Zeker weêr over een leuk plannetje voor
morgen.
Beste Pim!
Ik ben zoo gelukkig. Ik heb willen wachten tot je thuis was om het
publiek te maken. Ik ben geëngageerd met Maurice Mombreuil. Je zult
het niet kunnen gelooven. Hij, de held van Atjeh, de groote, sterke
held, en ik het arme, kleine vlindertje maar! En toch is het heusch
waar, Pim, en ik ben zoo gelukkig. Jij zult ook zeker gelukkig zijn
met het geluk van je zusje. Overmorgen, den 15en, is er een klein
dinertje, voor de heel intiemen, en dan maken we het publiek. Kom
je me héél gauw feliciteeren, zoodra je thuis bent?