VIJF EN DERTIGSTE HOOFDSTUK.

Nadat het soupeeren in de Oranje-zaal was afgeloopen, verspreidt men

zich, alvorens het bal opnieuw zal beginnen, voor een goed deel in

den tuin, waar Bus, met Bengaalsch vuur, wonderen verricht, die hem

zelf de handen vol verbazing doen ineenslaan.

Terwijl door sommige heeren die binnen bleven, de champagne nu

min of meer als onschuldig water wordt gedronken, en daarentegen

de thee die men ook buiten presenteert, door de meesten met een

enthousiasme wordt begroet alsof men al wat er voorafging slechts

genoten heeft om anderen plezier te doen; houdt Eva zacht lachend

met eenige dames en heeren nabetrachting over de aardigheid, dat bij

't ontsteken van het eerste blauwwitte licht, ginds op de bank onder

den bruinen beuk, een jeugdig paar in teedere omhelzing zeer duidelijk

is te voorschijn gekomen. Dat paar, in zoete droomerijen verloren,

had niets van de extraordinaire verlichting bemerkt alvorens een

zacht--misschien wel een waarschuwend handgeklap verkondigde, dat

men hen had _uitgevonden_. En, terwijl men lacht en praat, in 't

eerst vooral over den armen Piet met zijn bleek Marietje, en men den

avond prijst, en de gulheid van die lieve gastvrouw in 't bijzonder,

staat de gastheer, ongemerkt uit het gezelschap verdwenen, op zijn

studeerkamer voor de geopende schrijftafel.

"Verwenschte champagne!" zegt hij half luid: "Heb ik dan geen greintje

macht meer over mijzelf? Wat doet het er toe of hij betaald is of

niet; hij heeft een lichaam nog meer van streek en 't brein als een

wijnvat aan 't gisten gemaakt. Morgenavond--'t is waar, dan moeten

de zeshonderd en tien gulden voor Wulters gereed zijn...."--Hé, hoe

komt hij ineens op dien Wulters? Wat gaat hem die Wulters aan! Die

man heeft geen vrouw die vier- of vijf-millioen kan verdienen op één

winter; in Engeland, in Amerika en overal. Wulters de schilder dat is

geen man die hier op de partij past; dat is.... Stil Helmond, stil,

je moet water drinken, je suizelt; je denkt verward. Fi donc! Die

verwenschte champagne! Maar wáár is het zeker: met zoo'n vrouw ben

je millionair of je 't weten wilt of niet, en Wulters behoeft niet

bang te zijn, zoomin als iemand ter wereld....

Helmond staat een oogenblik met de hand aan het hoofd. 't Is hier

koeler dan binnen, en koeler zelfs dan buiten.--Ei, denkt hij eensklaps

opziende: Waarom ben ik ook eigenlijk hier gekomen?.... Ah ja! Die gek,

die aartswauwelaar, die handendrukker....! Juist, verrukt over alles,

wist hij dat er nog een surprise zou komen.... Een charade; een.... Ja

juist. Hij had de afspraak gehoord dat mevrouw Helmond den majoor

onder den tweeden dans na 't soupee zou vinden achter in den tuin.

.... 't Zou _zeker_ een charade zijn--heeft Kippelaan erbij gereuteld,

want mevrouw Van Leeuwen had ook al aan mevrouw Narwal gezegd,

dat men nog heel wat zien en hooren zou.--De majoor had haar zeer

geheimzinnig een briefje van mevrouw Helmond laten lezen; enfin,

dat waren haar eigen woorden: "een charade en action!"

--Ah ja, nu weet Helmond weer alles: Toen die wauwelaar, verrukt

over het nieuws, 't welk hij hier en daar had opgevangen, met

charade-illusies straks de zotste exclamaties over deze "heerlijke

Italiaansche fête de nuitrdquo; uitkraaide, toen heeft Helmond

met alle krachtsinspanning een zeer buitengewonen aanval moeten

bedwingen; immers hij had dien gek tegen het marmer der vestibule

kunnen slingeren, hij had hem.... Goddank, zelfs na dien verwenschten

champagne kon dokter Helmond toonen dat hij zichzelf altijd meester

is. 't Zou de grootste dwaasheid zijn geweest om aan de praatjes van

dien zotskap de geringste waarde te hechten.

--Ha, Helmond gevoelt dat het hem goed heeft gedaan hier even

in de stilte te hebben vertoefd. 't Is belachelijk dat hij

straks op zulk een gedachte kwam.--Ja nu weet hij 't weer: Om die

Oostersche kris te halen was hij zoo ijlings naar boven gevlogen.--O

waanzin, o champagne-gif! Eva, zij, mijn eenige, zij zou met dien

majoor....!--Groote God, ik ben ziek tegenwoordig. In denzelfden stond

maak ik me bevreesd over 't geen mij een oogenblik tevoren het hart

vol vreugde deed kloppen.

--Ben je geen ijdele dwaas? Zulk een vrouw! En rijk, ja _rijk_ zijn we

tezamen. _Mijn_ wetenschap, _háár_ goddelijk talent! En onze liefde! O

God, draagt ze dan niet ons _kindje_ onder 't hart!

Helmond meent na eenige oogenblikken dat hij weer geheel tot zijn

natuurlijke kalmte is teruggekeerd.

Wat zijn gestel betreft--nu ja, wanneer Eva's feest voorbij is,

dan zal hij eens een kuur beginnen; hij is inderdaad te gejaagd en

te zenuwachtig voor een man van zijn leeftijd en kracht.--Komaan,

nu moet hij terug naar beneden; die vreemde roes is voorbij.

"Ik heb overal naar je rondgekeken mijn beste man;" zegt Eva op

den drempel der tuindeur, en terwijl zij hem even achter de breede

gordijnen terzij trekt, drukt ze hem een zoen op de wang.

"Beste kind, je zult kou vatten!" vermaant Helmond die in weerwil

van zijn menschlievenden aard, de centimeter-juffrouw in zijn ziel

verwenscht.

Eva is niet bevreesd. Maar, nu Helmond haar iets heeft

ingefluisterd--want anderen konden het immers nog bezwaarlijk weten--nu

doet ze haastig een zijden foulard om:

"Jij ziet wat bleek beste. Er scheelt toch niets aan?"

"Aan mij, Eva? Wel nee.--Je hebt immers voldoening van je feest?"

"O ja, onbeschrijfelijk veel. Ik hoor overal zeggen dat het hier veel

geanimeerder is dan bij de Debecque's. En...."

"En....?"

"Er wacht me nog iets."

"Je meent?"

"Een geschenk. Een verrassing. Meer zeg ik niet. Nee nee, mannetjelief,

meer zeg ik niet." Eva snelt nu voort, want ze had iets vergeten.

In een kleine achterkamer waar dezen avond een kok in 't wit zijn

schepter zwaait, geeft Eva haar bevelen. Zij heeft aan papa en Louise

gedacht.--Neen, ze wil dat toch liever eigenhandig beredderen. Hier,

in deze groote mand legt ze snel en zonder dat men het bemerkt, een

flesch champagne. Nu, in een overdekte schaal er bovenop, getruffeerde

kalkoen en wat pasteitjes. Ziezoo, een groot stuk ponstaart kan op

een papier daarnevens. Ja, nog iets van deze snoeperijen, en een

proefje van die fijnigheden. Dát zal smaken. Ach ja, die goede papa

kon niet komen, 't Was niet kiesch van mama dat zij nu óók maar niet

stilletjes is thuis gebleven. Mama was....

--Wacht, wie zal die mand nu bezorgen? Ja wie? Die vreemden weten hier

geen weg,--Ha, daar komt Bus. Bus is in een livrei met rood en goud,

hij heeft witte handschoenen aan; 't zweet loopt hem langs de slapen.

"Ei Bus," zegt Eva op den drempel der kamer: "jij moest deze mand eens

eventjes...." Mevrouw Helmond ziet dat de kok haar juist de boodschap

van de lippen kijkt.... "Ik zeg, je moest deze mand eens eventjes

naar mevrouw Van Hake brengen, je weet wel de weduwe Van Hake."

"Nou!" zegt Bus, "die zou ik niet kennen. En, alsdat 'et van u

kwam....?"

"Jawel," roept Eva hem toe, want ze snelde reeds voort. Onder 't

geven van dat adres was ze vuurrood geworden.

--Nu 't was ook eigenlijk te dwaas om aan papa zoo'n mand te zenden,

Morgen zal ze 't wel goedmaken. Ze rijdt er dan desnoods eens even

naar toe. 't Een en ander in een hoededoos, welzeker!

Eva weet niet hoe het komt, maar het hart klopt haar sterk in den

boezem, nu zij zich door den straks verlaten tuin ijlings naar de

achterzijde spoedt.

Ginds bij den koepel wacht de majoor; hij zal dan eindelijk geven

waarnaar ze zoo lang met fel bestreden ongeduld verlangde. Heeft ze

goed gedaan met hem dat briefje te schrijven?--Wáárom zou ze net _niet_

gedaan hebben! Zonder haar beleefd verzoek ware de majoor er zeker

niet toe gekomen om die papieren te geven, terwijl een langer dralen

zelfs gevaarlijk had kunnen worden, dewijl hij vroeger heeft gezegd

dat het voornaamste stuk als curiositeit een groote waarde bezat. Wie

weet of hij het niet had kunnen verkoopen; aan een museum misschien!

Eva begrijpt dat zij het zeer goed heeft aangelegd.--Aan de jarige

echtgenoot van dokter Helmond mocht de majoor niets weigeren, en--door

de wijze, waarop ze het behandelde, werden alle zwartgallige visioenen

van papa en manlief, volkomen te niet gedaan. Immers, inplaats van de

honderden of duizenden guldens die men er hem voor schuldig zou zijn,

kostte het haar nu geen enkelen stuiver.

Ofschoon Eva den weg kan vinden, het doet haar toch leed dat de

meeste lichtballons reeds zijn uitgegaan. Achter in den tuin ziet ze

er zelfs geen enkele meer.--O ja, zie, nog een blauwe ginds, en een

roode wat verder.

't Is toch zonderling dat haar 't hart zoo klopt. Is er dan iets kwaads

in wanneer men het bewijs gaat ontvangen dat men 't recht heeft om

zich op een der hoogste sporten van de maatschappelijke ladder te

plaatsen? Is het niet God zelf die de menschen in het aanzijn roept,

ieder in den stand waarvoor Hij hem verordineerde? Kan het geen strijd

tegen God worden genoemd, indien men moedwillig verzuimt de plaats

te hernemen die ons toebehoort?--Eensklaps staat Eva stil.--Wie

zegt haar dat zij den naam van God daar ijdellijk gebruikt? Wie

zegt haar dat ze voortholt op het pad der lichtzinnigheid en der

zonde....?--_Als het alles eens waar was!!!_ Wat?--Ja zij weet het

wel.--Ook van terzijde; ook van dienstboden en meer andere kleine,

half in 't donker zich wrekende vijanden, heeft ze wel eens vernomen

wat ze niet hooren wilde, en als de uitvloeisels van jaloezie heeft

beschouwd.--Heeft dan die oude man gelijk; holt zij voort op een weg

die ten verderve leidt.... op een weg die....?--O foei Eva, schaam

je! zegt ze bijna hoorbaar terwijl ze zeer haastig voorttreedt: In

't donker ben je bang. Kinderachtig kind! Is de verstooten vorstenzoon

die een troon herovert, en zich met de weelde die tot een hof behoort

omringt, dan ook een "verdoolde die jaagt naar verheffing boven zijn

stand, en naar een weelderig genieten zonder arbeid in het zweet zijns

aanschijns"!?--Foei Eva, je bent nog even bang in 't donker als toen

je een kind waart.--Maar wie had ook kunnen denken dat de lichten om

halféén zouden uitgaan! Voort Eva, voort....!

--Ha, daarginder ziet ze iets bewegen. Ja, het treedt terug naar de

zij van den koepel achter de fijne dennen.

--Komaan Eva, waarom gedraald! Voorwaarts, gerust! 't Is heden uw

schoonste dag: Gravinne van Armeloo!"

Dokter Helmond is merkbaar afgetrokken terwijl mevrouw Doelemeere

hem attent maakt op den jongen Hardenborg en freule Marie Narwal, van

welk paartje men--zij houdt het voor zeker--spoedig meer zal hooren.

--Waar was Eva? Hij ziet haar niet.

"O wil me even excuseeren mevrouw, ik heb...."

Helmond vliegt met zijn blik de zalen rond. De wals is

aangevangen. --Mijn hemel wat spelen die muzikanten hard en wild.--Waar

is Eva? Weet die kapelmeester niet meer dat hij deze schetterende wals

hier niet spelen moet! 't Is hem immers door Eva zelve gezegd.--Waar

is ze dan---Waar?--En hij, die majoor....?

"Heb je mijn vrouw hier niet gezien Hardenborg?"

Freule Marie Narwal antwoordt, terwijl haar geliefde ontkennend

rondtuurt:

"Ik zag mevrouw voor weinige oogenblikken de groote zaaldeur

uitgaan. Ik moet u eens eventjes zeggen dokter, dat uw vrouwtje er

snoeperig uitziet. Zij vertelde me straks dat ze u met die lilajapon

heeft verrast. Ik zei zooeven nog tegen Ar.... tegen den luitenant

toen ze daar zoo heenzweefde: precies een reine! Zij heeft...."

"U houdt me ten goede freule, ik wilde...."

"Dokter ziet er fameus geaffaireerd uit, vin-je niet lieve; en

vreeselijk bleek?" zegt de fleurige beminde van Archibald Hardenborg,

nadat Helmond zich in allerijl heeft verwijderd.

De Turksche wals klonk ruw en hard, waarschijnlijk te harder door

de weerkaatsing van het glas der serre. Aan de tuinzijde stonden de

ramen open.

In de danszaal vlogen de paren rond; 't ging zoo geanimeerd en

luidruchtig dat de oude lui--die na 't soupee niet meer speelden--nog

eens kwamen kijken. Zie, er had een kleine stagnatie plaats. Een der

wielende paren--waarschijnlijk het dansen wat veel ontwend--sloeg in

't midden der zaal neer. Gelukkig bij 't opstaan lachten ze allebei

zooals dat behoort, en de kapelmeester werd nog te meer aangevuurd

om--op straks gedane verzoek van den majoor--de wals met kloekheid

door te zetten, terwijl de dansmeester vooral wat lang zou aanhouden

aangezien "er een weddenschap was".

"Ha mon ami! Goddelijke soirée, Goddelijk, c'est le mot!" roemt

Kippelaan, terwijl hij Helmonds hand even vastklemt en dan, door een

sterken ruk naar beneden, diens arm bijna uit het lid trekt: "Parole

d'honneur; in gespannen verwachting! Niemand iets van gezegd. Alleen

mevrouw Toulaar en menheer Sommer--lieve menschen, vrienden van

me.--'t Zal nu komen niewaar? Mevrouw al gezien. Jawel. Ze ging

naar buiten. Charmant lieve vrouw, o charmant! Altijd gezeid! Een

charade niewaar? Charade en action? Jawel, de majoor wacht met

de costumes, achter in den tuin. Geobserveerd; jawel. Een beetje

ondeugend misschien; maar enfin! Ik ben die ik ben, Charade

niewaar? Allercharmantst! 'k Wil wel souffleeren.... Charade niewaar?"

"Ja zeker, ik moet er bij zijn;" heeft Helmond reeds in 't midden

van den snellen Kippelaans-roffel geantwoord, en voort is hij den

tuin ingesneld.

"Maar we kunnen hier wel buiten blijven majoor. Ik mag mijn

gezelschap...."

"Natuurlijk niet te lang alleen laten, natuurlijk! Maar wat ik u ter

inlichting te zeggen heb mevrouw, wil ik niet dat door iemand zal

beluisterd worden.--Sedert het èchec dat ik leed...."

"Dat is immers vergeten majoor?"

"0 volkomen, maar die omstandigheden rechtvaardigen toch eenigszins

mijn houding. Ik behaal een groote overwinning op mijzelf mevrouw,

vergeet dit niet. Uw gasten zullen u _korter_ missen, indien u

_aanstonds_ besluiten kunt....? Zoo niet, dan keeren wij zonder over

deze zaak verder te spreken naar uw heerlijke partij terug. We kunnen

de zaak dan als afgedaan beschouwen."

Weinige oogenblikken later staan Eva en Kartenglimp in den koepel,

waarvan de deur door den majoor behendig gesloten is. Om haar dat

eene papier te kunnen toonen moest er licht wezen. De majoor had er

voor gezorgd. Een kleine lantaarn brandt op de tafel.

Eva heeft de papieren gezien, en _niet gezien_. 't Was haar inderdaad

voldoende te weten dat dit laatste stuk--door een zekeren mijnheer

Ronner onderteekend, en met eenige stempels en wapens voorzien--het

document was waar men alles mee bewijzen kon.--Die majoor is toch

waarlijk goedaardig, 't Is kinderachtig dat ze een oogenblik angst

heeft gevoeld toen ze hier zou binnengaan.--En zie, terwijl hij haar

nu het pakje met al die stukken tezamen overhandigt, en daarbij de

bedoelde, hoogstbelangrijke inlichting geeft, dat hij door zijn invloed

in Den Haag zeer zeker bewerken kan dat dokter Helmond reeds spoedig

den naam en titel der Van Armeloo's zal kunnen aannemen indien hij

zulks verkiest; zie, terwijl hij haar nu zoo gracieus dat kostbare

geschenk overhandigt, nu zou het toch de verregaandste preutschheid

zijn om den man met met een vriendelijken handdruk haar innigen dank

te betuigen, en hem te zeggen....

--Maar o God, wat is dat! Wat bedoelt hij nu! Hoe houdt hij haar hand

zoo wonderlijk lang en vast in de zijne geklemd.... wat wàt eischt

hij tot loon....?

De woede van den tijger is te grooter naarmate hij langer een begeerden

buit moest missen.--Lang, zeer lang had hij zich ingetoomd; langer

dan ooit te voren heeft hij zijn tijd zoeken af te wachten; maar nu,

nu hij dan hier met haar _alleen_ is, nu.....

"O God, mensch wat wil je!" roept Eva in hevigen angst.

"Niets anders dan een dankbaren zoen voor het document van Ronner,

mijn engelachtig kind!"

"Vent! raak mij niet aan. Wat denk je! Met mijn nagels zal ik je de

oogen uitkrabben hoor je.--Help, help!"

"Ha!" zegt Kartenglimp met vlammende oogen: "Is een enkele zoen te

veel voor den titel van _gravin_!"

Eva, in den hevigsten angst, neemt eensklaps het paket 't welk hij haar

zooeven overhandigde, en met een gillend: "Dáár! o God, moest dat je

loon zijn!" werpt ze het hem in 't aangezicht; en nogmaals gillend:

"August, August! Helpt menschen, helpt!"

Een vreeselijke slag doet den koepel schudden. De glazen van

een der deuren storten rinkelend op den grond. Door een hevige

krachtsinspanning is het Helmond gelukt de gesloten deur te doen

openspringen.

"Goddank! Goddank!" roept Eva, en in koortsachtige overspanning vliegt

ze haar geliefde tegemoet.

Kartenglimp door het pakket papieren ofschoon slechts licht aan

het hoofd getroffen, maar vooral door Helmonds onverwachte komst

geschokt, staat een oogenblik als verlamd. Eensklaps echter is zijn

besluit genomen:

"Je vrouw speelt een vreemde rol dokter. Zoodra zij haar man in haar

nabijheid vermoedt zal ze zich houden alsof...."

"Mijn God! August, hoe is het mogelijk!" roept Eva bijna schreiend.

"Lage ellendeling!" zegt Helmond, terwijl hij Eva vast aan zijn borst

klemt, en Kartenglimp met een blik vol verachting doch schijnbaar

kalm blijft aanstaren.

"'t Zal de vraag zijn wie hier van ons beiden met recht een ellendeling

heet;" brult Kartenglimp met een ruwen vloek.

Eva trilt over al haar leden. Dokter Helmond kan zich beheerschen. Nu,

nú vooral mag hij zich niet verlagen door het plegen van ruw

geweld. Met nadruk zegt hij zacht:

"Wanneer je wist mensch, wat er omgaat in mijn ziel, het zou je zelf

verwonderen dat ik je niet met dezen stoel, in één slag den boozen kop

verpletter. Om mijn vrouw te sparen, die ik geen oogenblik langer aan

je vuilen blik wil blootstellen, vergun ik je van hier te gaan. Wij

spreken elkander nader. Ga heen!"

Kartenglimp inwendig bevend en overtuigd dat hij nooit zal herwinnen

wat hij nu verloor, hij kan--inweerwil van den angst over Helmonds

"wij spreken elkander nader" den lust niet bedwingen om zich aanstonds

over zijn nederlaag te wreken. Met ruwe vloeken en verwenschingen

barst hij los, en noemt zeer zeker hém den grootsten ellendeling, die

ter wille van een ijdele vrouw zijn zieken als dokter verwaarloost,

wiens praktijk in weinige weken door schandelijk verzuim zoo goed

als verloopen is, en die ten overvloede schuld maakt op schuld,

met het uitzicht op den spoedigen dood van een braven pleegvader.

Eva's verontwaardiging kent geene grenzen meer. Toen dat monster--dien

ze inderdaad slechts van den beginne afaan heeft geduld, omdat ze

door hem tot de hoogste eer dacht te komen, toen hij straks háár

eer zoo schandelijk durfde belagen, toen ontstelde zij hevig maar

gevoelde zich toch krachtig, ja krachtig zelfs als vrouw, om te

heerschen over.... het dier. Nu ze echter haar innig geliefden man

op die wijze hoort aanvallen en _zijn_ eer belagen, nu roept ze met

fonkelenden blik in schier teugellooze woede:

"Dat is gelogen! Dat is hemeltergende laster!--August, roep onze

gasten hier. Dat mensch zou ons krankzinnig maken!" En dan schreiend

aan Helmonds borst: "O God, zóó te durven spreken van mijn edelen

braven man!"

"Stil kind, stil! Ja zeker," aarzelt hij in hevigen tweestrijd:

"dat is _onwaar_. Zeker Eva, hij liegt!" En dan eensklaps met half

angstigen, half vernietigenden nadruk tot Kartenglimp, die reeds de

deur was genaderd: "Schuldenaars zijn we allen; maar de een kan zijn

schuld vereffenen, en de ander misschien in der eeuwigheid niet!"

"Halt Ronner!" roept Archibald Hardenborg, terwijl hij den majoor

den uittocht belet: "Halt!"

"Ronner! Wat meen je! Verdoemd als ik weet wat je zegt. Denk je

dat _ik_....?"

"Ik denk en _weet_ dat jij de lage schelm, de geld- en eerroover bent,

onwaardig om de epauletten van een Neerlandsch officier te dragen. Hoe

is 't mogelijk dat men dit nog kon toestaan!" Eensklaps met forschen

greep, rukt Hardenborg hem een epaulet van den schouder; werpt hem die

voor den voet, en zegt: "Ha; val nu weer op de knieën lafaard, zooals

bij dat prachtig duel. Bid weer om vergeving en behoud van je ellendig

leven, ter wille van een arme moeder _die niet meer bestaat_.--Komaan

poltron, komaan op de knieën voor deze engelachtige vrouw en voor

mijn edelen vriend. Vergiffenis gevraagd, of anders, zoo waarachtig

als ik een Nederlandsch officier ben, eer drie dagen voorbij zijn,

gaat je cadaver in 't graf. Op de knieën poltron, op de knieën!"

"Nee Archibald, nee! wij willen dat niet."

"O!" roept Hardenborg: "dat mispunt doet het zelfs voor de tromp van

een geladen pistool als _hij eerst heeft misgeschoten_. Lafaard!" Op

Helmond en Eva wijzend: "Die man is te goed, en die vrouw is te

geschokt om je hier langer te dulden. Bovendien, zij hebben haast. Hun

gasten zouden hun afwezigheid bemerken, Goddank dat ik tusschenbeiden

kwam! Ik, _ik_ ken je. Al hebben je al te genadige rechters zeker hun

woord gehouden, de zaak moest in Indië ruchtbaar worden; de bosschen

hebben er ooren. Voorwaarts marsch! Ha, 't is nog kluchtig er bij: de

majoor-poltron wordt gecommandeerd door een luitenant op non-actief."

Dit laatste was toch te veel voor den oud-militair. Met een brullende

verwensching en vuurrood geworden, grijpt Kartenglimp het wapen

'twelk Helmond straks versmaadde, en zou den jongen officier met

den stoel hebben getroffen, indien Helmond niet, door een slag op

Kartenglimps arm, zijn voornemen had verijdeld.

"'t Zou zóó best mogelijk worden dat de ziekte waarvoor je vreest er

dezen nacht een eind aan maakte;" zegt Helmond met klem.

Kartenglimp siddert.--Dezen nacht een _beroerte_!

De overspanning na velerlei hartstocht moest het na die laatste

krachtsinspanning waarschijnlijk bewerkt hebben, of de schrik bij des

dokters laatste woorden het allermeest: Een blauwachtig paars verving

Kartenglimps gloeiende kleur. Hij wankelde, klemde zich vast aan de

tafel, en.... door de duizeling getroffen zou hij zijn neergevallen,

indien _dokter_ Helmond niet ijlings ware toegeschoten en hem voor

den val had behoed.

Bij eene vrouw wordt zelfs de hevigste afschuw alras door medelijden

vervangen, wanneer ze haar belager door een onheil getroffen ziet. De

onverwachte ongesteldheid van den majoor en zijn akelig voorkomen,

verdrongen eenigszins den indruk van hetgeen er vooraf was gegaan. Ja

zelfs haar heimelijke vrees voor de waarheid moest nú wel eensklaps

verdwijnen, want zie maar, de man die "ter wille van een ijdele vrouw

zijn zieken door schandelijk plichtverzuim geheel verwaarloost", zie

dan, diezelfde dokter laat zijn geschokte jonge vrouw aan haar zelve

over, om een lagen beschuldiger, een onmensch--als patiënt aanstonds

ter hulp te komen.--O goede God, is er een edeler man op de wereld!

En Eva zal toonen dat ze zulk een echtvriend waardig is. Zij zal

toonen bovendien dat ook zij zich beheerschen kan, èn terwille van

haar gasten, èn ter voorkoming van onnoodige opspraak.

Ja, Eva zal aanstonds in den koepel doen bezorgen 'tgeen Helmond

verlangt. Hardenborg zal bij hem blijven. _Alleen_ zal ze naar 't

gezelschap terugkeeren, en haar man en zich zelve verontschuldigen, dat

men voor een ongesteld geworden gast eenige oogenblikken het gezelschap

verlaten moest.--'t Zal voldoende zijn te zeggen, ja, dat men een

kleine charade heeft willen uitvoeren, en de majoor Kartenglimp onder

't spreken ervan, door een plotselinge ongesteldheid getroffen werd.

Alvorens Eva zich--even snel als dit besluit werd genomen--zal

voortspoeden, wendt ze zich haastig naar een hoek van den koepel;

raapt er iets wits van den vloer, en laat het onder 't heengaan

ongemerkt wegglijden in den zak van haar lila-zijden kleed.

Dokter Helmond en zijn vrouw · 第 65 / 85 题