Twee ons zoete amandelen, 2 pond suiker, 6 eierdooiers, 1 kopje crême
de noyaux, 1 1/2 flesch melk of room.
Bereiding:
Men schilt en pelt de amandelen, waarna ze zéér fijn worden gehakt;
daarna roostert men ze, met twee lepels suiker vermengd, tot ze
rood-bruin zien.
Men neemt ze vervolgens van het vuur af en stampt ze fijn, waarna ze
met een weinig melk tot een papje worden verwerkt. Daarna kookt men de
melk en roert er dit papje door. De dooiers worden met de suiker wit
geklopt en door de melk geroerd, die men eerst heeft laten bekoelen.
Dit mengsel doet men weêr op het vuur en roert er in, tot het dik
wordt. Laat het, al roerende, bekoelen, stort het vervolgens in de
ijsbus en laat het half bevriezen.
Men roert er daarna de crême de noyaux door en laat het vervolgens
voor goed bevriezen.