8 à 10 jonge mangga's, water, suiker, kaneel, maïzena of arrowroot.

Bereiding:

De mangga's worden geschild, in helften gesneden, de pitten verwijderd,

en in water goed gaar gekookt.

Men voegt er kaneel en suiker naar smaak bij. Wanneer de mangga's

gaar zijn, wrijft men ze door een zeef tot moes; is het te dun,

dan lengt men dit aan met wat aangemaakte maïzena of arrowroot.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 613 / 1109 题