(surrogaat)
bestaat uit rijpe gele laboe (walòh genaamd) met aardappelen gestoofd.
Nadat de laboe en de aardappelen met wat zout en water zijn gaar
gekookt, giet men de aardappelen af, stampt ze fijn met de laboe,
doet er specerijen bij en stooft ze met bouillon en boter op. Men
eet er versche of gerookte worst bij.