415. KIEMBLO I.

1 pond varkensvleesch, 1 kip, een bord vol jonge peultjes, een theebord

vol fijngesneden prij, 2 lepels fijngesneden koetjaï, een hand vol

fijngesneden selderie, (evenveel kool, naar verkiezing) een bordje vol

tougé, een bordje vol geweekte laksa, evenveel geweekte koeping-tikoes,

3 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 3 lepels fijngesneden uien,

peper en zout naar smaak, 1 1/2 lepel taotjo, 1/2 kopje ketjap,

schijfjes djeroek-nipis, naar smaak, boter.

Bereiding:

Van het varkensvleesch snijdt men dobbelsteentjes; van de kip snijdt

men het vleesch af en maakt er frikadelletjes van; de beenderen kookt

men met het varkensvleesch, met wat zout, en maakt er bouillon van.

Vervolgens braadt men de frikadelletjes in boter bruin, dan fruit

men de uien en doet hier de dobbelsteentjes vleesch bij, ook de

frikadelletjes met de anderhalve lepel taotjo; als dit alles samen

opgefruit is, doet men er den bouillon en de verschillende groenten

bij en laat dit samen gaar koken, waarna men er de ketjap bij doet

Bij het voordienen kan men er, desverkiezende. schijfjes djeroek

bij presenteeren.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 447 / 1109 题