290. LAPIS BENGGALA.

2 pond fijngesneden runderlappen, 3 lepels fijngesneden uien, 6 sioongs

fijngesneden bawang-poetih, een halve vingerlengte fijngesneden djahé,

een halve vingerlengte fijngesneden laos, 1 eetlepel fijngesneden

seréh, 1/2 geraspte notemuskaat, 1 theelepel zout, 1/2 theelepel peper,

santen van 1/2 klapper, 2 lepels trassie-water, 1 eetlepel ketjap,

3 djeroek-poeroet-bladeren, bouillon, boter.

Bereiding:

De kruiden worden samen fijngestampt en de lappen er mede

ingewreven. Daarna braadt men deze in boter bruin. Voeg er het

trassie-water, de ketjap en de djeroek-poeroet-bladeren bij en kook

dit te samen op met de bouillon. Wordt dit droog, dan voegt men er de

santen bij en laat dit daarna verder stoven, tot het vleesch gaar is.

Men kan de lappen met of zonder jus voordienen.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 313 / 1109 题