2 pond fijngesneden runderlappen, 3 lepels fijngesneden uien, 6 sioongs
fijngesneden bawang-poetih, een halve vingerlengte fijngesneden djahé,
een halve vingerlengte fijngesneden laos, 1 eetlepel fijngesneden
seréh, 1/2 geraspte notemuskaat, 1 theelepel zout, 1/2 theelepel peper,
santen van 1/2 klapper, 2 lepels trassie-water, 1 eetlepel ketjap,
3 djeroek-poeroet-bladeren, bouillon, boter.
Bereiding:
De kruiden worden samen fijngestampt en de lappen er mede
ingewreven. Daarna braadt men deze in boter bruin. Voeg er het
trassie-water, de ketjap en de djeroek-poeroet-bladeren bij en kook
dit te samen op met de bouillon. Wordt dit droog, dan voegt men er de
santen bij en laat dit daarna verder stoven, tot het vleesch gaar is.
Men kan de lappen met of zonder jus voordienen.