Een stuk varkensvleesch van 2 à 3 pond, peper en zout naar smaak,
15 kleine fijngesneden uitjes, 5 tot 8 schijfjes djahé, 1/2 theelepel
peper, 1 kopje ketjap, 1 kopje water. Boter of varkensvet.
Bereiding:
Het vleesch wordt met peper en zout naar smaak ingewreven, daarna in
een ijzeren braadpan (wadjan) opgebraden.
De kruiden stampt men fijn, braadt ze even op, doet er de ketjap en
het water bij.
Het vleesch wordt nu, gedurende het verder opbraden, altijd door met
deze jus besprenkeld, tot het gaar is.