222. BÈBÈK ISI.

Een eend, hart en nier van de eend, azijn en water, een bordje vol

fijngesneden bawang-timor, 6 rauwe fijngesneden aardappelen, 3 sioongs

fijngesneden bawang-poetih, een kwart vingerlengte fijngesneden djahé,

1 theelepel zout, 1/2 theelepel geraspte notemuskaat, 1/2 theelepel

fijne peper, 1 eetlepel gebrand suiker-water, 1 eetlepel azijn, boter,

2 lepels beschuitkruim.

Bereiding:

De eend wordt goed schoongemaakt en met azijn en water

uitgewasschen, daarna in- en uitwendig afgedroogd en met peper en zout

ingewreven. Hart en nieren worden fijngesneden en met de stukjes rauwe

aardappelen, uien, gember en de verdere specerijen, met veel boter,

bruin gebraden. Vervolgens doet men hier het gebrande suiker-water

en den lepel azijn bij. Laat dit samen nog even opbraden, bind dit

met twee lepels beschuitkruim en vul er de eend mede op. Naai verder

de eend dicht, buig den hals om, bind dien vast en braad de eend met

veel boter, aan beide kanten bruin. Ten slotte overgiet men de gebraden

eend met een à twee lepels suiker-water, om haar een glanzend aanzien

te geven.

Men dient deze eend voor bij compôte.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 244 / 1109 题