198. LAMPAR AJAM MET LOBAK.

Een kip, 1 lepel ketoembar, 3/4 lepel djienten, 1/2 theelepel peper,

4 sioongs bawang-poetih, 2 eetlepels fijngesneden uien, 4 schijfjes

kentjoor, 1/2 theelepel suiker, 1 eetlepel fijngesneden seréh, 1

theelepel zout, 1 salam-blad, een paar fijngesneden lobaks, 2 kopjes

santen, pisangbladeren.

Bereiding:

Van de kip, die men eerst bijna gaar kookt, scheurt men het vleesch

aan reepen af. Vervolgens stampt men de opgegeven kruiden bij elkander

fijn en kookt ze met de santen en het salam-blad op. Hierna doet men

de fijngesneden lobaks en het kippenvleesch er bij en kookt dit samen

gaar en bijna droog.

De pisang-bladeren snijdt men nu in vierkante stukken en vult ze,

evenals bij de bebòtòk, met deze brij, vouwt ze dicht en steekt ze

met een bieting vast. De gevulde pisang-bladeren worden geroosterd

en nu en dan omgekeerd. Men gebruikt ze bij de rijst, als de bebòtòk.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 219 / 1109 题