184. GEBRADEN HAANTJES.

Twee jonge haantjes, 2 lepels meel, 1/2 blikje champignons. 1/4

geraspte notemuskaat, een paar schijfjes djeroek-nipis, 2 eierdooiers,

1 theelepel zout, 1/2 kopje gestampte beschuit, 2 kopjes bouillon,

boter.

Bereiding:

De haantjes worden met boter sappig gebraden, daarna in twee helften

gesneden en op een vuurvaste schaal overgedaan.

In de overgebleven boter roert men het meel en den bouillon, daarna

de champignons, de notemuskaat en de schijfjes djeroek; kook dit even

samen op en bind het met de twee geklutste eierdooiers. Eindelijk

giet men deze saus over de gebraden haantjes, doet er de gestampte

beschuit overheen en laat alles ongeveer een kwartier in den bakoven,

met van boven vuur, gaar braden.

Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten voor de volledige Indische rijsttafel, zuren, gebakken, vla's, confituren, ijssoorten · 第 205 / 1109 题